Gisteren zaten we hoog in de bergen. Met de bochtje voor bochtje nemen in de kleine, krappe, stoffige wegen. Op sommige plekken kon ik het dal onder mij zien, een meter van mijn raam vandaan. Op die wegen wordt tweerichting gereden en als het even niet snel genoeg gaat, worden we ingehaald.
Eindbestemming is halverwege een berg, dichtbij de nog actieve vulkaan Bromo, een complex Bromo Cottages. Huisjes gebouwd aan en in de berg. We komen aan bij de receptie waar ook het restaurant is. We krijgen de sleutels en samen met de bedienden die de koffers voor ons sjouwen gaan we tien trappen omlaag om daar onze overnachtingsplek te installeren.
Voor het eerst is het voor ons gevoel koud. Het zal er tussen 15 en 20 graden zijn. We verkennen nog even de omgeving. Gaan links van het complex een stel trappen af totdat wij niet verder kunnen. Een dorpeling op slippers met een zware vracht op zijn schouders rent ons lenig voorbij. Aan het einde van de trappen loopt hij een klein zandpaadje naast de akkers op. Wij volgen met onze westerse benen zijn voorbeeld maar niet.
We lopen weer omhoog en merken dat we behoorlijk hoog zitten. Zelfs de sportman onder ons is al snel buiten adem.
We besluiten na het eten maar snel te gaan slapen. De volgende ochtend gaan we de berg op om de Bromo te zien in het ochtendwaken.
Halfvier vanochtend worden we met een jeep opgehaald. Met de vaart die een jeep kan hebben vliegen we omhoog. Eindelijk na ongeveer een halfuur in het pikkedonker rijden met voor ons alleen de koplampen bereiken we de top. Het laatste eindje moet nog worden gelopen. We zijn inmiddels nog honderden meters hoger, dus we zijn nog sneller buiten adem. Boven een adembenemend schouwspel. We zien de Bromo in het donker liggen. Er komt rook uit. Dat is heel jammer, want anders hadden we er bovenop kunnen staan en de zandvlakte ervoor kunnen aanschouwen.
Dan begint het lange wachten. Donker wordt iets lichter. Er komen allerlei kleuren bij. De zon is al bijna zichtbaar als de anderen er geen zin meer in hebben. Aneta wil nog wachten op het verschijnen van 'het bolletje' waarop Humphrey zegt 'o, ik kan je er twee laten zien'. Wat er dan gebeurt laat ik aan de fantasie van de lezer over. Laat ik het zo zeggen: we zijn blij dat hij geen diarree meer heeft.
Met dezelfde vliegende vaart en wel sneller snelt onze jeep ons weer naar beneden. Ergens halverwege nog een fotoshoot van de Bromo in vol ornaat in het net opgekomen zonnetje. Maar wij haasten ons naar het ontbijt wat we een halfuur later nuttigen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten