Voor wie nieuwsgierig is geworden naar de blog waar ik in mijn vorige post over sprak, hierbij een link:
http://vrijspraak.wordpress.com/2011/05/30/she-is-not-in-the-project/
dinsdag 31 mei 2011
Voorbij
Ik ben weer thuis. Een avontuurlijke reis is afgelopen. De warmte zit nog in het lijf. Gisteren met die warmte 's morgens vroeg aangekomen. Lijf dacht aan de 30 graden van Bali en Kuala Lumpur. De realiteit liet 12 graden op de buitentemperatuurmeter zien. Bijna 20 graden kouder. KOUD.
De ervaringen dringen door in mijn geest en zullen zich ongetwijfeld uiten als ik weer langer in Nederland ben. Dat doet het nu al. Ik kijk Knevel en van den Brink en hoor over komkommers die in Duitsland al 14 mensen het leven heeft gekost. We vinden het verschrikkelijk en maken ons er druk om. Maar er zijn zoveel mensen die omkomen van de honger. Ik heb het niet rechtstreeks gezien, maar wel de armoede. Maar ja, hier is het 'ver van mijn bed': 10.000 km of 14 uur vliegen.
Ik zie een item over de mogelijke bezuinigingen op het pgb. Mensen die ziek of gehandicapt kunnen zorg inkopen voor de noodzakelijke ondersteuning. Dan denk ik aan de oom en tante waar we thuis zijn geweest. Met de verkoop van hun mooie huis hebben ze een nieuw huis laten bouwen. Om met hun dochter en haar gezin is een dubbel huis in te kunnen wonen. Maar ook zodat de dochter en haar gezin kunnen zorgen voor hun pensioenloze ouders. En dan maar hopen dat ze nog lange tijd zonder ziekte of grote gezondheidsproblemen kunnen blijven. Want het zorgstelsel is abominabel.
Ik lees een blog van een bekende over een reis die hij maakte voor Compassion. Hij maakt een foto van een meisje dat hem bloemen verkoopt. Compassion moet hem meedelen dat zijn niet in het project valt. Ik denk terug aan het kleine meisje dat we in Bali tegenkwamen terwijl we iets zaten te drinken. Ze verkocht armbandjes. Mijn schoonzus vroeg hoeveel ze kostten en hoeveel ze had. Ze waren samen 2,50€. Mijn schoonzus begon af te dingen. Het meisje begreep het en ze kwamen uit op 2 euro. Mijn zoon zei daarna dat hij dat niet had gekund. Zo'n hartbrekend meisje en dan toch afdingen. Maar ja, ze woont in dit land waar het normaal is om af te dingen. Kiezen tussen alles afgedongen verkopen of niets verkopen. De keuze is snel gemaakt. Ga maar snel aan mama geven zeiden we. Ze knikte. Een kwartier later stond ze er weer. Met weer zo'n bos. Heb je het geld netjes opgeborgen? Ze knikte en wees op de achterzak van haar kleine broekje. De druppel op de gloeiende plaat. Het meisje dat er net niet bij hoort. Allemaal redenen om te bedenken dat onze systemen oneerlijk zijn. Maar met het weinige wat we hebben of kunnen, kunnen we in ieder geval bij een iets betekenen. Al is het maar een beetje aandacht.
En zo zal onze reis nog wel eens vaker oprispingen geven. Wie weet zal ik de lezer daarvan op de hoogte brengen.
De ervaringen dringen door in mijn geest en zullen zich ongetwijfeld uiten als ik weer langer in Nederland ben. Dat doet het nu al. Ik kijk Knevel en van den Brink en hoor over komkommers die in Duitsland al 14 mensen het leven heeft gekost. We vinden het verschrikkelijk en maken ons er druk om. Maar er zijn zoveel mensen die omkomen van de honger. Ik heb het niet rechtstreeks gezien, maar wel de armoede. Maar ja, hier is het 'ver van mijn bed': 10.000 km of 14 uur vliegen.
Ik zie een item over de mogelijke bezuinigingen op het pgb. Mensen die ziek of gehandicapt kunnen zorg inkopen voor de noodzakelijke ondersteuning. Dan denk ik aan de oom en tante waar we thuis zijn geweest. Met de verkoop van hun mooie huis hebben ze een nieuw huis laten bouwen. Om met hun dochter en haar gezin is een dubbel huis in te kunnen wonen. Maar ook zodat de dochter en haar gezin kunnen zorgen voor hun pensioenloze ouders. En dan maar hopen dat ze nog lange tijd zonder ziekte of grote gezondheidsproblemen kunnen blijven. Want het zorgstelsel is abominabel.
Ik lees een blog van een bekende over een reis die hij maakte voor Compassion. Hij maakt een foto van een meisje dat hem bloemen verkoopt. Compassion moet hem meedelen dat zijn niet in het project valt. Ik denk terug aan het kleine meisje dat we in Bali tegenkwamen terwijl we iets zaten te drinken. Ze verkocht armbandjes. Mijn schoonzus vroeg hoeveel ze kostten en hoeveel ze had. Ze waren samen 2,50€. Mijn schoonzus begon af te dingen. Het meisje begreep het en ze kwamen uit op 2 euro. Mijn zoon zei daarna dat hij dat niet had gekund. Zo'n hartbrekend meisje en dan toch afdingen. Maar ja, ze woont in dit land waar het normaal is om af te dingen. Kiezen tussen alles afgedongen verkopen of niets verkopen. De keuze is snel gemaakt. Ga maar snel aan mama geven zeiden we. Ze knikte. Een kwartier later stond ze er weer. Met weer zo'n bos. Heb je het geld netjes opgeborgen? Ze knikte en wees op de achterzak van haar kleine broekje. De druppel op de gloeiende plaat. Het meisje dat er net niet bij hoort. Allemaal redenen om te bedenken dat onze systemen oneerlijk zijn. Maar met het weinige wat we hebben of kunnen, kunnen we in ieder geval bij een iets betekenen. Al is het maar een beetje aandacht.
En zo zal onze reis nog wel eens vaker oprispingen geven. Wie weet zal ik de lezer daarvan op de hoogte brengen.
zaterdag 28 mei 2011
Bali ervaringen
Gisteren na wat rustige uitrustdagen weer wat langer onderweg geweest. Nog wat laatste snuisterijen gekocht voor de allerkleinsten onder ons. Pasgeborenen met Bir Bintang Bali?
Daarna moesten en zouden we een laatste toeristische attractie zien. We hadden al een paar dagen gezocht, gevraagd en niet gevonden. Eergisteren vonden we het op internet: een restaurant waar we slang konden eten. Dat moet je hebben gedaan hier. Iets wat een delicatesse is, maar door weinigen wordt genuttigd. Het lag verscholen aan de By Pass, zeg maar de rondweg rond Kuta. We vroegen de chauffeur mee, maar die had er geen trek in. Achteraan het restaurant konden we de dieren bekijken. Een jongen speelde behendig met de pythons, de cobra's en de mamba's. Niet zo gevaarlijk als het lijkt, want ze worden regelmatig 'gemolken' voor de aanmaak van medicijnen. We konden ze nog net niet vers uitzoeken. Ze worden elke ochtend geslacht.
We kozen voor gebakken python, cobra en krokodil. Hoe smaakt dat nou? Cobra en python als een zachte kip. Maar dan ook weer heel anders. Krokodil was meer visachtig en vonden we bijna allemaal het lekkerste vlees. De slangen moesten we heel erg afkluiven. Veel bot, weinig vlees. Daarom kozen we ervoor nog een keer sate van python te bestellen. Wisten we zeker dat er geen bot aan zat. Tja, en als je dan toch bezig bent, doe je er gelijk nog iets anders onbekends bij: vleermuis. Die laatste had de sterkste smaak. Die bleef hangen in je mond. Een soort rundvlees maar dan nog sterker en bitterder van smaak. Goed, dat was de ervaring van de dag. Dachten we.
We gingen met de bus weer naar huis. De chauffeur die we voor de hele dag voor 150.000 rupiah hadden besteld (12 euro) draaide bij een afslag naar rechts om om te keren. We stonden naast een andere auto. Links naast ons plaatste een touringcarbus zich om dezelfde richting in te slaan. Hij stond krap naast ons. Hij reed verder de weg op om de bocht te maken. Onze chauffeur zag het tegemoetkomend verkeer niet meer en reed een meter verder. Ineens begon de bus naast ons de bocht te nemen. Zonder om te kijken. We zagen het al aankomen. De bus reed te dicht langs ons. En na enkele seconden schuurde de bus zich aan ons busje. Knal. Juist ja. Dit is dus een botsing in Indonesie. We werden gemaand aan de kant van de weg te gaan staan. Onze chauffeur en de buschauffeur stapten allebei uit. Schoonzus Joyce ook. Wij bleven wijselijk binnen. Als ze toeristen zouden zien.... De buschauffeur begon onmiddelijk van achter uit zijn keel te schreeuwen tegen onze man. Joyce ertegenin. Het was duidelijk de schuld van de bus. Getuigen bevestigden het. Maar ja, dit is Indonesie. Rijk tegen arm. Groot tegen klein. De busman was niet te overtuigen. Politie inschakelen? vroeg Joyce aan de omstanders. Ze schudden hun hoofd. Geeft alleen maar meer moeilijkheden, zeiden ze. Voordat we het wisten, stapte de buschauffeur weer in en reed weg. Er was geen afspraak gemaakt. Geen verzekering tussen gekomen. Ieder voor zich. Onze man zat in zak en as. Zuchtte en sloeg zich op het hoofd. Maar hij had niets anders kunnen doen. Het was zijn schuld niet. Daar zou zijn baas geen rekening mee houden. De schade zou op zijn luttele salaris worden ingehouden. Daar ging zijn inkomen. Hoeveel de schade zou kosten? Hij schatte 500.000. We keken even in onze portemonnees. En besloten per persoon 50.000 te geven. Joyce gaf het hem bovenop de regulier afgesproken prijs. Hij telde, keek haar aan en zei dat het veel te veel was. Als bijdrage in de onkosten, zei ze. De tranen kwamen nog net niet uit zijn ogen. Een voor een ging hij bij ons langs om ons met een ferme handdruk tr bedanken. 300.000. Was dat nou nodig. Maar ja, wat is nou 25 euro als bijdrage in de onkosten?
Snap je nou dat ik niet in Indonesie wil wonen, zei Aneta later tegen me. Dat begreep ik. Een land waar het gaat om ieder voor zich, maar meer nog waar de rijke in alles heerst over de arme. Later zagen we een dure Hummer op een parkeerterrein staan. Die zou de bus niet omver hebben gereden. Het is niet anders.
Daarna moesten en zouden we een laatste toeristische attractie zien. We hadden al een paar dagen gezocht, gevraagd en niet gevonden. Eergisteren vonden we het op internet: een restaurant waar we slang konden eten. Dat moet je hebben gedaan hier. Iets wat een delicatesse is, maar door weinigen wordt genuttigd. Het lag verscholen aan de By Pass, zeg maar de rondweg rond Kuta. We vroegen de chauffeur mee, maar die had er geen trek in. Achteraan het restaurant konden we de dieren bekijken. Een jongen speelde behendig met de pythons, de cobra's en de mamba's. Niet zo gevaarlijk als het lijkt, want ze worden regelmatig 'gemolken' voor de aanmaak van medicijnen. We konden ze nog net niet vers uitzoeken. Ze worden elke ochtend geslacht.
We kozen voor gebakken python, cobra en krokodil. Hoe smaakt dat nou? Cobra en python als een zachte kip. Maar dan ook weer heel anders. Krokodil was meer visachtig en vonden we bijna allemaal het lekkerste vlees. De slangen moesten we heel erg afkluiven. Veel bot, weinig vlees. Daarom kozen we ervoor nog een keer sate van python te bestellen. Wisten we zeker dat er geen bot aan zat. Tja, en als je dan toch bezig bent, doe je er gelijk nog iets anders onbekends bij: vleermuis. Die laatste had de sterkste smaak. Die bleef hangen in je mond. Een soort rundvlees maar dan nog sterker en bitterder van smaak. Goed, dat was de ervaring van de dag. Dachten we.
We gingen met de bus weer naar huis. De chauffeur die we voor de hele dag voor 150.000 rupiah hadden besteld (12 euro) draaide bij een afslag naar rechts om om te keren. We stonden naast een andere auto. Links naast ons plaatste een touringcarbus zich om dezelfde richting in te slaan. Hij stond krap naast ons. Hij reed verder de weg op om de bocht te maken. Onze chauffeur zag het tegemoetkomend verkeer niet meer en reed een meter verder. Ineens begon de bus naast ons de bocht te nemen. Zonder om te kijken. We zagen het al aankomen. De bus reed te dicht langs ons. En na enkele seconden schuurde de bus zich aan ons busje. Knal. Juist ja. Dit is dus een botsing in Indonesie. We werden gemaand aan de kant van de weg te gaan staan. Onze chauffeur en de buschauffeur stapten allebei uit. Schoonzus Joyce ook. Wij bleven wijselijk binnen. Als ze toeristen zouden zien.... De buschauffeur begon onmiddelijk van achter uit zijn keel te schreeuwen tegen onze man. Joyce ertegenin. Het was duidelijk de schuld van de bus. Getuigen bevestigden het. Maar ja, dit is Indonesie. Rijk tegen arm. Groot tegen klein. De busman was niet te overtuigen. Politie inschakelen? vroeg Joyce aan de omstanders. Ze schudden hun hoofd. Geeft alleen maar meer moeilijkheden, zeiden ze. Voordat we het wisten, stapte de buschauffeur weer in en reed weg. Er was geen afspraak gemaakt. Geen verzekering tussen gekomen. Ieder voor zich. Onze man zat in zak en as. Zuchtte en sloeg zich op het hoofd. Maar hij had niets anders kunnen doen. Het was zijn schuld niet. Daar zou zijn baas geen rekening mee houden. De schade zou op zijn luttele salaris worden ingehouden. Daar ging zijn inkomen. Hoeveel de schade zou kosten? Hij schatte 500.000. We keken even in onze portemonnees. En besloten per persoon 50.000 te geven. Joyce gaf het hem bovenop de regulier afgesproken prijs. Hij telde, keek haar aan en zei dat het veel te veel was. Als bijdrage in de onkosten, zei ze. De tranen kwamen nog net niet uit zijn ogen. Een voor een ging hij bij ons langs om ons met een ferme handdruk tr bedanken. 300.000. Was dat nou nodig. Maar ja, wat is nou 25 euro als bijdrage in de onkosten?
Snap je nou dat ik niet in Indonesie wil wonen, zei Aneta later tegen me. Dat begreep ik. Een land waar het gaat om ieder voor zich, maar meer nog waar de rijke in alles heerst over de arme. Later zagen we een dure Hummer op een parkeerterrein staan. Die zou de bus niet omver hebben gereden. Het is niet anders.
dinsdag 24 mei 2011
Dieren en cultuur
De Vlaming waar ik eerder over sprak waarschuwde ons ook voor een ander fenomeen. Er komen hier veel ratten voor. Doordat we hier dichtbij water zitten. En niet alleen dat. Er zijn cultureel-religieuze gewoonten waar deze beesten zich aan tegoed doen.
Al de eerste dag zien we kleine doosjes liggen. Er ligt van alles en nog wat in. Bloemen, verse etenswaren, een koekje. Altijd vergezeld van een brandend wierookstokje. Juist, er wordt hier overal en nergens geofferd aan de hindoeistische goden. Op internet lees ik dat Balinezen de helft van hun geld besteden aan hun godsdienst. Vijf keer per dag wordt het offer ververst. Om de zoveel tijd is er een godsdienstige ceremonie. Begin juni is er weer een. Heel Bali is dan vrij. Vlaming Ronny zegt dat er nu al geen druppel alcohol meer is te vinden. Wordt allemaal ingegoten tijdens het reinigingsfeest.
Gisteren waren we in een grotere stad. Daar ook al die offers voor de winkels. Maar ook in stenen beelden die voor elk huis staan. De vergelijking met java is snel gemaakt. Daar om de haverklap een moskee, waar de islam het hele leven bepaalt; hier een tempel om de paar huizen, waar het hindoegeloof het leven bepaalt. En afbeeldingen van goden op de straat. Bijnaam van schoonzus Joyce is Ratna. Blijkt ook een of andere godin te zijn. Zij maakt een foto onder het uithangbord met een hotel met die naam. Aan beide kanten een beeld van de echte Ratna. Ik grap naar haar dat zij daaronder moet staan. Liever niet dus. Niet zo'n mooi evenbeeld.
De avond van de fietsdag zitten we in een restaurant. Voor onze ogen zien we de waarschuwing van Ronny. Ze lopen in sneltreinvaart de muren af en aan. Bovenop staat een offerbeeldje waar ze zich aan tegoed doen. Tja, andere leefomstandigheden. Neem daarbij dat Balinezen als goedgeaarde hindoes elk levend wezen respecteren...
Dat blijkt ook uit de hond in het restaurant die likkebaardend pal naast ons gaat liggen als wij onze etenswaren voorgeschoteld krijgt. Alsof een bedelaar pal naast je gaat zitten tijdens het eten. Na het eten wordt er afgeruimd en loopt de hond samen met de bediende naar de keuken. Waarschijnlijk worden de borden zo voorgespoeld met een hygienische tong.
Andere beesten zien we ook die in Nederland meer aanvaard zijn. Kleine eekhoorns rennen van boom naar boom. Mussen vind je hier te kust en te keur. Van een kleinere soort. Het gekoer van duiven komen we ook hier tegen. Kippen en hanen kraaien er luid op los. Ook zijn hier heel veel vleermuizen die tegen de avond op ooghoogte of nog lager langs ons heen schieten. En tenslotte natuurlijk de tjitjaks, de salamanderachtige reptielen, die soms minutenlang stil zitten op een muur om ineens met grote snelheid naar boven of naar beneden lopen om een prooi te verorberen.
Al de eerste dag zien we kleine doosjes liggen. Er ligt van alles en nog wat in. Bloemen, verse etenswaren, een koekje. Altijd vergezeld van een brandend wierookstokje. Juist, er wordt hier overal en nergens geofferd aan de hindoeistische goden. Op internet lees ik dat Balinezen de helft van hun geld besteden aan hun godsdienst. Vijf keer per dag wordt het offer ververst. Om de zoveel tijd is er een godsdienstige ceremonie. Begin juni is er weer een. Heel Bali is dan vrij. Vlaming Ronny zegt dat er nu al geen druppel alcohol meer is te vinden. Wordt allemaal ingegoten tijdens het reinigingsfeest.
Gisteren waren we in een grotere stad. Daar ook al die offers voor de winkels. Maar ook in stenen beelden die voor elk huis staan. De vergelijking met java is snel gemaakt. Daar om de haverklap een moskee, waar de islam het hele leven bepaalt; hier een tempel om de paar huizen, waar het hindoegeloof het leven bepaalt. En afbeeldingen van goden op de straat. Bijnaam van schoonzus Joyce is Ratna. Blijkt ook een of andere godin te zijn. Zij maakt een foto onder het uithangbord met een hotel met die naam. Aan beide kanten een beeld van de echte Ratna. Ik grap naar haar dat zij daaronder moet staan. Liever niet dus. Niet zo'n mooi evenbeeld.
De avond van de fietsdag zitten we in een restaurant. Voor onze ogen zien we de waarschuwing van Ronny. Ze lopen in sneltreinvaart de muren af en aan. Bovenop staat een offerbeeldje waar ze zich aan tegoed doen. Tja, andere leefomstandigheden. Neem daarbij dat Balinezen als goedgeaarde hindoes elk levend wezen respecteren...
Dat blijkt ook uit de hond in het restaurant die likkebaardend pal naast ons gaat liggen als wij onze etenswaren voorgeschoteld krijgt. Alsof een bedelaar pal naast je gaat zitten tijdens het eten. Na het eten wordt er afgeruimd en loopt de hond samen met de bediende naar de keuken. Waarschijnlijk worden de borden zo voorgespoeld met een hygienische tong.
Andere beesten zien we ook die in Nederland meer aanvaard zijn. Kleine eekhoorns rennen van boom naar boom. Mussen vind je hier te kust en te keur. Van een kleinere soort. Het gekoer van duiven komen we ook hier tegen. Kippen en hanen kraaien er luid op los. Ook zijn hier heel veel vleermuizen die tegen de avond op ooghoogte of nog lager langs ons heen schieten. En tenslotte natuurlijk de tjitjaks, de salamanderachtige reptielen, die soms minutenlang stil zitten op een muur om ineens met grote snelheid naar boven of naar beneden lopen om een prooi te verorberen.
Indrukken na een paar dagen Bali
We zijn op rust. We zijn op Bali. De dag na aankomst zijn we gaan wandelen. Eerst het hele strand van Sanur bekeken. Een en al restaurantjes langs het strand. De pieren zijn vrij klein. Aan het einde ervan staat een huisje waarin je kunt schuilen voor de zon. Na deze strandwandeling gaan we terug om direct de andere kant richting de hoofdstraat. Er is hier een grote supermarkt waar je van alles kunt kopen. Na anderhalf uur lopen en drie keer vragen houden we het voor gezien. De supermarkt is onvindbaar voor ons. Onze wegen splitsen. Qalieb en ik hebben genoeg van de windstille en hete winkelstraat en lopen terug over het winderige strand. De rest van de dag is het uitrusten en wonden likken in ons prive zwembad.
De volgende dag gaan we er met de fiets op uit. Eerst voorzichtig rijden, want we moeten wennen aan het zelf in het verkeer rijden, dat ook nog links rijdt. Op zoek naar de supermarkt. Aan het einde van Sanur gaan we terug. Onderweg zien we wel een aankondiging dat de supermarkt een kilometer verder is. Hij heet Hardy's. De Balinezen spreken het uit als Artis. We rijden langs een groot parkeerterrein. Aan de ene kant kun je binnen rijden, aan de andere kant kun je uitrijden. De parkeerplaats is overdekt met bomen. Het gebouw erachter ook. Ergens hoog op het gebouw zie ik een aankondiging: Hardy's. Ik roep Aneta terug dat we de zoektocht kunnen staken. Hier is het. Het is de zoektocht wel waard. Van alles te koop. Alles wat we willen kunnen we vinden. Zelfs een alcoholische versnapering is hier te vinden en niet duur ook.
Tevreden rijden we een tijd later verder om ons neer te zetten bij een restaurant om uit te rusten en te lunchen. De bediende heeft jaren in Nederland gewoond. Een aanknopingspunt voor een gesprek. Als we later nog iets vragen, moet zij ons het antwoord schuldig blijven en vraagt haar baas erbij. Hij is een Vlaming die jaren terug naar Bali is verhuisd. Voordat we het weten vertelt hij ons zijn trieste levensverhaal
Met een happy ending op Bali. Op die manier horen we allerlei verhalen over Bali uit de eerste hand. We vertellen van onze verbazing dat we hier alcohol kunnen krijgen. Ja dat mag hier. Geen moslimeiland. Waaraan hij gelijk toevoegt dat de Balinezen geen drinkeboers maar zatlappen zijn. Er is een eilanddrank, Arak, dat overal te krijgen is, maar dat vooral door iedereen zelf gestookt wordt. Het is doorzichtig van kleur en gemaakt van rijst. Je ziet ze er 's avonds allemaal mee lopen. Ze gieten het over in een grote waterfles en drinken maar. We vragencof hij het heeft. Enkele tellen later schenkt hij uit een waterfles een klein glaasje vol. Hij verduidelijkt erbij dat hij het bij een betrouwbaar adres heeft aangeschaft. Enkele jaren geleden waren namelijk 28 mensen omgekomen doorneen verkeerde menging van arak. De smaak doet ons denken aan sake, de japanse drank die je in een Japans restaurant warm voorgeschoteld krijgt. Alleen is deze drank koud. We durven het zo midden op de dag in de warmte niet helemaal op te drinken. We moeten nog door het verkeer.
De volgende dag gaan we er met de fiets op uit. Eerst voorzichtig rijden, want we moeten wennen aan het zelf in het verkeer rijden, dat ook nog links rijdt. Op zoek naar de supermarkt. Aan het einde van Sanur gaan we terug. Onderweg zien we wel een aankondiging dat de supermarkt een kilometer verder is. Hij heet Hardy's. De Balinezen spreken het uit als Artis. We rijden langs een groot parkeerterrein. Aan de ene kant kun je binnen rijden, aan de andere kant kun je uitrijden. De parkeerplaats is overdekt met bomen. Het gebouw erachter ook. Ergens hoog op het gebouw zie ik een aankondiging: Hardy's. Ik roep Aneta terug dat we de zoektocht kunnen staken. Hier is het. Het is de zoektocht wel waard. Van alles te koop. Alles wat we willen kunnen we vinden. Zelfs een alcoholische versnapering is hier te vinden en niet duur ook.
Tevreden rijden we een tijd later verder om ons neer te zetten bij een restaurant om uit te rusten en te lunchen. De bediende heeft jaren in Nederland gewoond. Een aanknopingspunt voor een gesprek. Als we later nog iets vragen, moet zij ons het antwoord schuldig blijven en vraagt haar baas erbij. Hij is een Vlaming die jaren terug naar Bali is verhuisd. Voordat we het weten vertelt hij ons zijn trieste levensverhaal
Met een happy ending op Bali. Op die manier horen we allerlei verhalen over Bali uit de eerste hand. We vertellen van onze verbazing dat we hier alcohol kunnen krijgen. Ja dat mag hier. Geen moslimeiland. Waaraan hij gelijk toevoegt dat de Balinezen geen drinkeboers maar zatlappen zijn. Er is een eilanddrank, Arak, dat overal te krijgen is, maar dat vooral door iedereen zelf gestookt wordt. Het is doorzichtig van kleur en gemaakt van rijst. Je ziet ze er 's avonds allemaal mee lopen. Ze gieten het over in een grote waterfles en drinken maar. We vragencof hij het heeft. Enkele tellen later schenkt hij uit een waterfles een klein glaasje vol. Hij verduidelijkt erbij dat hij het bij een betrouwbaar adres heeft aangeschaft. Enkele jaren geleden waren namelijk 28 mensen omgekomen doorneen verkeerde menging van arak. De smaak doet ons denken aan sake, de japanse drank die je in een Japans restaurant warm voorgeschoteld krijgt. Alleen is deze drank koud. We durven het zo midden op de dag in de warmte niet helemaal op te drinken. We moeten nog door het verkeer.
zaterdag 21 mei 2011
Bali
Na 3 dagen reizen: van Yogyakarta naar Malang, van Malang naar Bromo en van Bromo naar Kalibaru, ondernemen we nu onze laatste reis.
Drie uur staan we naast ons bed na een goede nachtrust die om halfnegen begon. Ik heb nog geen slaap zei Aneta. Het licht ging toch maar uit en voordat ik in dromenland was, hoorde ik naast mij al de bekende slaapgeluiden.
Halfvier zouden we vertrekken. Het werd vier uur, omdat we Indonesische lunchpakketten hadden besteld en er maar een persoon in de keuken stond om de nasi goreng te maken. Vier uur zaten we in de bus. Er was voor de verandering weer eens regen. Heerlijk verkoelend in de vaak warme nachten waar de enige verkoeling de airconditioning is, die je zelf op de gewenste temperatuur kunt instellen.
Ook hier was de weg weer aardig hobbelig ebn opnieuw gebeurde me wat tussen pangandaran en yogyakarta overkwam. De hobbels samen met plaspillen werkten op mijn blaas. Al na een halfuur moest ik Mintos vragen bij het eerstvolgende takstation te stoppen. Het duurde nog zeker vijftien pijnlijke minuten. Daarna was het nog ruim een uur naar de veerpont (Perry) die ons naar Bali zou brengen. Een rit van half doezelen en genieten van de zonsopkomst die ditmaal niet zo koud was als de dag ervoor.
De veerpont was een ervaring op zich. Aan de ingang stond een politieagent. Mintos gaf hem 5000 rupiah. Waarvoor was dat, vroegen we, we hebben toch al betaald voor de veerpont? Mintos legde uit dat hij anders de hele bus had moeten leeghalen en alle bagage had moeten openen. Dit gaat sneller. Okee....
De overtocht duurde anderhalf uur. We zagen groen Java aan ons voorbij trekken. Aan de oever stond een moskee. Afscheid van een eiland met een eigen cultuur.
Bali lonkte. We werden verwelkomd met een groot bord. De hele tijd waren we uit de bus. Nu waren we weer ingestapt en reden weg. Al snel begon het andere eiland zich aan ons te ontlokken. Bij de haven stond een zwerfhond vuil op te eten. We hadden 3 weken geen hond gezien. Alle beesten worden hier met respect behandeld.
Over de weg een prachtig welkomstteken. In prachtige hindoeistische stijl. Langs de weg voltrok zich een schouwspel van de andere cultuur. Koeien aan de kant van de weg of op het erf. Voor elk huis in ieder geval een beeldje. Daarin ligt van alles en nog wat met wierook erbij. De goden en voorouders moeten voor een zegen wel een offer terugkrijgen. En ineens remt Mintos af. Apen op de weg. Een van de zeer gerespecteerde dieren op dit eiland.
Bali. Aalt, een van onze reisgenoten, zei het al. Je zult het merken: als je daar aankomt is het mooi weer. Een halfuur na aankomst twitter ik dat Bali bekend staat om zijn mooie weer. Wij komen er op aan en... het regent! Nou ja zeg. Maar dat is ook Bali. Een eiland. De wolken komen en brengen regen. Het waait even stevig en de zon schijnt flink.
We komen aan. Dempati Villas. Het is nog even zoeken, want Mintos is hiee nog niet geweest. De Ipad doet wonderen voor route en adres. Met Ipad en al vraagt hij de richting aan een lokale Balinees. Vijf minuten later zijn we er. We stappen uit. De droge lucht van warmte en groen is verandert in een combinatie van warmte, wind en zeelucht. Scheveningen met 35 graden tegen de Evenaar aan adem ik in.
Inchecken, inruimen en dan naar het strand. Het waait. Zeker windkracht 5 zegt windkenner Aneta. Ik doe mijn staart even dubbel, want het haar vliegt alle kanten op. We blijven een tijd chillen aan het strand vergezeld van de noodzakelijke nattigheid. Dezelfde avond komen we terug in dezelfde strandtent en eten er onze eerste maaltijd op Bali. Wat dacht je van pizza of spaghetti bolognese. Welkom op Bali. Alles is hier te krijgen. Onderweg vandaag komen we zelfs een kroeg tegen waar ze kroketten en bitterballen verkopen. Die Belanda's moeten zich toch thuis voelen! Waar we in de andere plekken vaak een bezienswaardigheid waren, zijn we hier een van de velen. We zien en horen medenederlanders, engelsen, duitsers en zelfs zweden. Voor elk wat wils. Voor elk een eigen restaurant. Het is maar wat je leuk vind. Ik hou het toch gewoon op Indonesian food, zoals het hier aangekondigd staat. En aan het einde moeten we even onze zinnen aanpassen. We kunnen natuurlijk in het Indonesisch terima kasih zeggen om de bediening te bedanken. Maar onze ervaring is dat de bevolking het waardeert als we dit in hun eigen taal zeggen. Dus was het hatur tunuhun bij de Sundanezen in Jakarta, Bandung en Pangandaran. Matur tunuwun bij de Javanen in Jogja en de andere daaropvolgende plaatsen. En nu zeggen we Matur suksume. De glimlach van de vrouwelijke bediende is welkom na deze tongbrekende en bijna gevaarlijke uitdrukking. We zijn bijna bang hem verkeerd uit te spreken, want dan krijg je andere associaties. Maar dat geldt natuurlijk niet voor de Balinezen zelf. We vragen nog wat goedemorgen en goedenavond is. We oefenen het een paar keer, maar onderweg zijn we het alweer kwijt.
Mooie film nu, zegt Aneta als we in onze kamer zijn. Het zal wel, zeg ik terug. Ik ga slapen. En heb niets meer van de film gehoord of gezien, noch van de regen die vanochtend onafgebroken tussen halfvier ebn zeven neerkletterde.
Drie uur staan we naast ons bed na een goede nachtrust die om halfnegen begon. Ik heb nog geen slaap zei Aneta. Het licht ging toch maar uit en voordat ik in dromenland was, hoorde ik naast mij al de bekende slaapgeluiden.
Halfvier zouden we vertrekken. Het werd vier uur, omdat we Indonesische lunchpakketten hadden besteld en er maar een persoon in de keuken stond om de nasi goreng te maken. Vier uur zaten we in de bus. Er was voor de verandering weer eens regen. Heerlijk verkoelend in de vaak warme nachten waar de enige verkoeling de airconditioning is, die je zelf op de gewenste temperatuur kunt instellen.
Ook hier was de weg weer aardig hobbelig ebn opnieuw gebeurde me wat tussen pangandaran en yogyakarta overkwam. De hobbels samen met plaspillen werkten op mijn blaas. Al na een halfuur moest ik Mintos vragen bij het eerstvolgende takstation te stoppen. Het duurde nog zeker vijftien pijnlijke minuten. Daarna was het nog ruim een uur naar de veerpont (Perry) die ons naar Bali zou brengen. Een rit van half doezelen en genieten van de zonsopkomst die ditmaal niet zo koud was als de dag ervoor.
De veerpont was een ervaring op zich. Aan de ingang stond een politieagent. Mintos gaf hem 5000 rupiah. Waarvoor was dat, vroegen we, we hebben toch al betaald voor de veerpont? Mintos legde uit dat hij anders de hele bus had moeten leeghalen en alle bagage had moeten openen. Dit gaat sneller. Okee....
De overtocht duurde anderhalf uur. We zagen groen Java aan ons voorbij trekken. Aan de oever stond een moskee. Afscheid van een eiland met een eigen cultuur.
Bali lonkte. We werden verwelkomd met een groot bord. De hele tijd waren we uit de bus. Nu waren we weer ingestapt en reden weg. Al snel begon het andere eiland zich aan ons te ontlokken. Bij de haven stond een zwerfhond vuil op te eten. We hadden 3 weken geen hond gezien. Alle beesten worden hier met respect behandeld.
Over de weg een prachtig welkomstteken. In prachtige hindoeistische stijl. Langs de weg voltrok zich een schouwspel van de andere cultuur. Koeien aan de kant van de weg of op het erf. Voor elk huis in ieder geval een beeldje. Daarin ligt van alles en nog wat met wierook erbij. De goden en voorouders moeten voor een zegen wel een offer terugkrijgen. En ineens remt Mintos af. Apen op de weg. Een van de zeer gerespecteerde dieren op dit eiland.
Bali. Aalt, een van onze reisgenoten, zei het al. Je zult het merken: als je daar aankomt is het mooi weer. Een halfuur na aankomst twitter ik dat Bali bekend staat om zijn mooie weer. Wij komen er op aan en... het regent! Nou ja zeg. Maar dat is ook Bali. Een eiland. De wolken komen en brengen regen. Het waait even stevig en de zon schijnt flink.
We komen aan. Dempati Villas. Het is nog even zoeken, want Mintos is hiee nog niet geweest. De Ipad doet wonderen voor route en adres. Met Ipad en al vraagt hij de richting aan een lokale Balinees. Vijf minuten later zijn we er. We stappen uit. De droge lucht van warmte en groen is verandert in een combinatie van warmte, wind en zeelucht. Scheveningen met 35 graden tegen de Evenaar aan adem ik in.
Inchecken, inruimen en dan naar het strand. Het waait. Zeker windkracht 5 zegt windkenner Aneta. Ik doe mijn staart even dubbel, want het haar vliegt alle kanten op. We blijven een tijd chillen aan het strand vergezeld van de noodzakelijke nattigheid. Dezelfde avond komen we terug in dezelfde strandtent en eten er onze eerste maaltijd op Bali. Wat dacht je van pizza of spaghetti bolognese. Welkom op Bali. Alles is hier te krijgen. Onderweg vandaag komen we zelfs een kroeg tegen waar ze kroketten en bitterballen verkopen. Die Belanda's moeten zich toch thuis voelen! Waar we in de andere plekken vaak een bezienswaardigheid waren, zijn we hier een van de velen. We zien en horen medenederlanders, engelsen, duitsers en zelfs zweden. Voor elk wat wils. Voor elk een eigen restaurant. Het is maar wat je leuk vind. Ik hou het toch gewoon op Indonesian food, zoals het hier aangekondigd staat. En aan het einde moeten we even onze zinnen aanpassen. We kunnen natuurlijk in het Indonesisch terima kasih zeggen om de bediening te bedanken. Maar onze ervaring is dat de bevolking het waardeert als we dit in hun eigen taal zeggen. Dus was het hatur tunuhun bij de Sundanezen in Jakarta, Bandung en Pangandaran. Matur tunuwun bij de Javanen in Jogja en de andere daaropvolgende plaatsen. En nu zeggen we Matur suksume. De glimlach van de vrouwelijke bediende is welkom na deze tongbrekende en bijna gevaarlijke uitdrukking. We zijn bijna bang hem verkeerd uit te spreken, want dan krijg je andere associaties. Maar dat geldt natuurlijk niet voor de Balinezen zelf. We vragen nog wat goedemorgen en goedenavond is. We oefenen het een paar keer, maar onderweg zijn we het alweer kwijt.
Mooie film nu, zegt Aneta als we in onze kamer zijn. Het zal wel, zeg ik terug. Ik ga slapen. En heb niets meer van de film gehoord of gezien, noch van de regen die vanochtend onafgebroken tussen halfvier ebn zeven neerkletterde.
vrijdag 20 mei 2011
Op de plantage
Gisteren kwamen we dus aan bij de Kalibaru Cottages waar we een korte nacht zouden verblijven.
Voordat we onze intrek namen in ons cottage, gingen we eerst langs bij een grote plantage van 25 hectare. De plantage bleek te zijn opgericht om kinderen aan scholing te helpen. Overal liepen kinderen, oud en jong. We werden verwelkomd met koffie, lemper (kleefrijst met vlees erin) en een oliebol met abrikozenjam. We lieten het ons heerlijk smaken na de lange reis.
Tijdens de koffie werden we vermaakt door kinderen die dansen uitvoerden. Na de koffie kregen we uitleg over wat er allemaal door de kinderen werd gemaakt. We konden dat kopen, net zoals allerlei kruiden.
De kinderen begonnen zich te vervelen en begonnen op hun manier een praatje. Wat mijn naam is. Rick antwoordde ik. Rick, rick, rick, herhaalden ze. Na verloop van tijd was een van de kinderen zo creatief dat ze zei 'Rick, oohh rikketikketik. Waarop alle andere kinderen, vooral in giechelen uitbarstten. Na het nog tien keer te hebben uitgesproken, begonnen ze een ander spelletje. Juffrouwtje rikketikketik, duidelijk het leidertjevan het groepje, ging achter mij staan en plaatste plotseling twee vingers in mijn zij. Ik had het al door, maar speelde het spelletje mee. Dat gaf opnieuw een giechelbui onder de
meisjes. Weer werd het tien keer herhaald. Daarna kregen ze, scherp van zintuigen, oog voor iets anders raars aan mij. Ze wezen op mijn oksels waar iets onder groeit. Ik ben nog van de oude stempel, dus dat klopt wel. Bau, zei een meisje. Dat stinkt, vrij vertaald. Ik knikte naar haar: bau enak (lekkere geur). Weer geschater. Tja toen moesten zij weer aan het werk en wij de plantage in.
Na ons eerst flink te hebben ingesmeerd met Deet om de muggen tegen te houden, kregen we uitleg over alle daar groeiende planten en bomen. Kokosnootpalm waar heel veel palmsuiker uit wordt gehaald. En verder alle bekende kruiden en vruchten die je hier kunt vinden. Koffie en cacao vond ik het meest interessant. We werden bij de rondleiding extra geholpen door wat vaste bewoners. Een jonge vrouw had het eerdere tafereel blijkbaar gezien, want toen ik haar voor de tweede keer zag, kreeg ik ineens een tik in de rug. En dan heel onschuldig kijken alsof er niets is gebeurd. Als je mensen als mens benadert, komen ze vanzelf los en is er buiten spreektaal ruimte voor de taal van humor zonder dat er iets achter gezocht moet worden.
De plantage was in een woord prachtig. Alles wat je maar kunt bedenken in deze omgeving stond of groeide er. De laatste was een wandeling op een sawa. Konden we van dichtbij zien wat we zo vaak op onze reis langs de kant van de weg zagen. Ik liep achteraan. We kwamen weer op de weg waar onze bus stond. Ik verwelkomd met Aah... Rikketikketik!
Zo kwamen we bepakt en bezakt met nog meer spullen aan op de cottage. Na een heerlijke maaltijd snel eten, want we wilden vroeg op de boot zijn: om vier uur zouden we vertrekken. 3 uur opstaan. Moe van de dag die vroeg begon op de Bromo en een nacht bijna niet slapen, viel ik om half negen alweer in slaap.
Voordat we onze intrek namen in ons cottage, gingen we eerst langs bij een grote plantage van 25 hectare. De plantage bleek te zijn opgericht om kinderen aan scholing te helpen. Overal liepen kinderen, oud en jong. We werden verwelkomd met koffie, lemper (kleefrijst met vlees erin) en een oliebol met abrikozenjam. We lieten het ons heerlijk smaken na de lange reis.
Tijdens de koffie werden we vermaakt door kinderen die dansen uitvoerden. Na de koffie kregen we uitleg over wat er allemaal door de kinderen werd gemaakt. We konden dat kopen, net zoals allerlei kruiden.
De kinderen begonnen zich te vervelen en begonnen op hun manier een praatje. Wat mijn naam is. Rick antwoordde ik. Rick, rick, rick, herhaalden ze. Na verloop van tijd was een van de kinderen zo creatief dat ze zei 'Rick, oohh rikketikketik. Waarop alle andere kinderen, vooral in giechelen uitbarstten. Na het nog tien keer te hebben uitgesproken, begonnen ze een ander spelletje. Juffrouwtje rikketikketik, duidelijk het leidertjevan het groepje, ging achter mij staan en plaatste plotseling twee vingers in mijn zij. Ik had het al door, maar speelde het spelletje mee. Dat gaf opnieuw een giechelbui onder de
meisjes. Weer werd het tien keer herhaald. Daarna kregen ze, scherp van zintuigen, oog voor iets anders raars aan mij. Ze wezen op mijn oksels waar iets onder groeit. Ik ben nog van de oude stempel, dus dat klopt wel. Bau, zei een meisje. Dat stinkt, vrij vertaald. Ik knikte naar haar: bau enak (lekkere geur). Weer geschater. Tja toen moesten zij weer aan het werk en wij de plantage in.
Na ons eerst flink te hebben ingesmeerd met Deet om de muggen tegen te houden, kregen we uitleg over alle daar groeiende planten en bomen. Kokosnootpalm waar heel veel palmsuiker uit wordt gehaald. En verder alle bekende kruiden en vruchten die je hier kunt vinden. Koffie en cacao vond ik het meest interessant. We werden bij de rondleiding extra geholpen door wat vaste bewoners. Een jonge vrouw had het eerdere tafereel blijkbaar gezien, want toen ik haar voor de tweede keer zag, kreeg ik ineens een tik in de rug. En dan heel onschuldig kijken alsof er niets is gebeurd. Als je mensen als mens benadert, komen ze vanzelf los en is er buiten spreektaal ruimte voor de taal van humor zonder dat er iets achter gezocht moet worden.
De plantage was in een woord prachtig. Alles wat je maar kunt bedenken in deze omgeving stond of groeide er. De laatste was een wandeling op een sawa. Konden we van dichtbij zien wat we zo vaak op onze reis langs de kant van de weg zagen. Ik liep achteraan. We kwamen weer op de weg waar onze bus stond. Ik verwelkomd met Aah... Rikketikketik!
Zo kwamen we bepakt en bezakt met nog meer spullen aan op de cottage. Na een heerlijke maaltijd snel eten, want we wilden vroeg op de boot zijn: om vier uur zouden we vertrekken. 3 uur opstaan. Moe van de dag die vroeg begon op de Bromo en een nacht bijna niet slapen, viel ik om half negen alweer in slaap.
donderdag 19 mei 2011
Bromo en omgeving
Gisteren zaten we hoog in de bergen. Met de bochtje voor bochtje nemen in de kleine, krappe, stoffige wegen. Op sommige plekken kon ik het dal onder mij zien, een meter van mijn raam vandaan. Op die wegen wordt tweerichting gereden en als het even niet snel genoeg gaat, worden we ingehaald.
Eindbestemming is halverwege een berg, dichtbij de nog actieve vulkaan Bromo, een complex Bromo Cottages. Huisjes gebouwd aan en in de berg. We komen aan bij de receptie waar ook het restaurant is. We krijgen de sleutels en samen met de bedienden die de koffers voor ons sjouwen gaan we tien trappen omlaag om daar onze overnachtingsplek te installeren.
Voor het eerst is het voor ons gevoel koud. Het zal er tussen 15 en 20 graden zijn. We verkennen nog even de omgeving. Gaan links van het complex een stel trappen af totdat wij niet verder kunnen. Een dorpeling op slippers met een zware vracht op zijn schouders rent ons lenig voorbij. Aan het einde van de trappen loopt hij een klein zandpaadje naast de akkers op. Wij volgen met onze westerse benen zijn voorbeeld maar niet.
We lopen weer omhoog en merken dat we behoorlijk hoog zitten. Zelfs de sportman onder ons is al snel buiten adem.
We besluiten na het eten maar snel te gaan slapen. De volgende ochtend gaan we de berg op om de Bromo te zien in het ochtendwaken.
Halfvier vanochtend worden we met een jeep opgehaald. Met de vaart die een jeep kan hebben vliegen we omhoog. Eindelijk na ongeveer een halfuur in het pikkedonker rijden met voor ons alleen de koplampen bereiken we de top. Het laatste eindje moet nog worden gelopen. We zijn inmiddels nog honderden meters hoger, dus we zijn nog sneller buiten adem. Boven een adembenemend schouwspel. We zien de Bromo in het donker liggen. Er komt rook uit. Dat is heel jammer, want anders hadden we er bovenop kunnen staan en de zandvlakte ervoor kunnen aanschouwen.
Dan begint het lange wachten. Donker wordt iets lichter. Er komen allerlei kleuren bij. De zon is al bijna zichtbaar als de anderen er geen zin meer in hebben. Aneta wil nog wachten op het verschijnen van 'het bolletje' waarop Humphrey zegt 'o, ik kan je er twee laten zien'. Wat er dan gebeurt laat ik aan de fantasie van de lezer over. Laat ik het zo zeggen: we zijn blij dat hij geen diarree meer heeft.
Met dezelfde vliegende vaart en wel sneller snelt onze jeep ons weer naar beneden. Ergens halverwege nog een fotoshoot van de Bromo in vol ornaat in het net opgekomen zonnetje. Maar wij haasten ons naar het ontbijt wat we een halfuur later nuttigen.
Eindbestemming is halverwege een berg, dichtbij de nog actieve vulkaan Bromo, een complex Bromo Cottages. Huisjes gebouwd aan en in de berg. We komen aan bij de receptie waar ook het restaurant is. We krijgen de sleutels en samen met de bedienden die de koffers voor ons sjouwen gaan we tien trappen omlaag om daar onze overnachtingsplek te installeren.
Voor het eerst is het voor ons gevoel koud. Het zal er tussen 15 en 20 graden zijn. We verkennen nog even de omgeving. Gaan links van het complex een stel trappen af totdat wij niet verder kunnen. Een dorpeling op slippers met een zware vracht op zijn schouders rent ons lenig voorbij. Aan het einde van de trappen loopt hij een klein zandpaadje naast de akkers op. Wij volgen met onze westerse benen zijn voorbeeld maar niet.
We lopen weer omhoog en merken dat we behoorlijk hoog zitten. Zelfs de sportman onder ons is al snel buiten adem.
We besluiten na het eten maar snel te gaan slapen. De volgende ochtend gaan we de berg op om de Bromo te zien in het ochtendwaken.
Halfvier vanochtend worden we met een jeep opgehaald. Met de vaart die een jeep kan hebben vliegen we omhoog. Eindelijk na ongeveer een halfuur in het pikkedonker rijden met voor ons alleen de koplampen bereiken we de top. Het laatste eindje moet nog worden gelopen. We zijn inmiddels nog honderden meters hoger, dus we zijn nog sneller buiten adem. Boven een adembenemend schouwspel. We zien de Bromo in het donker liggen. Er komt rook uit. Dat is heel jammer, want anders hadden we er bovenop kunnen staan en de zandvlakte ervoor kunnen aanschouwen.
Dan begint het lange wachten. Donker wordt iets lichter. Er komen allerlei kleuren bij. De zon is al bijna zichtbaar als de anderen er geen zin meer in hebben. Aneta wil nog wachten op het verschijnen van 'het bolletje' waarop Humphrey zegt 'o, ik kan je er twee laten zien'. Wat er dan gebeurt laat ik aan de fantasie van de lezer over. Laat ik het zo zeggen: we zijn blij dat hij geen diarree meer heeft.
Met dezelfde vliegende vaart en wel sneller snelt onze jeep ons weer naar beneden. Ergens halverwege nog een fotoshoot van de Bromo in vol ornaat in het net opgekomen zonnetje. Maar wij haasten ons naar het ontbijt wat we een halfuur later nuttigen.
woensdag 18 mei 2011
Thuis in het dorp
Gisteren bestond de tweede stop van de reis uit een bezoek aan de familie van de chauffeur.
We rijden een klein weggetje in. Mintos zwaait naar een vrouw die op de veranda zit. De buurvrouw, zegt hij. Dan staat hij stil voor twee huizen, waar kinderen hun spel staken om te kijken wie daar aan komt.
Op de bank op de veranda van het linker huis zitten twee oudere mensen. Kinderen staan er omheen. We maken kennis met ze. Het zijn de schoonouders van Mintos. De kinderen zijn uit de buurt en daartussen staan ook de zoontjes van 10 en 4 jaar.
Ook een aantal vrouwen komt erbij staan. De vrouw van Mintos, zijn zus en zijn schoonzus. Ze wonen allemaal in de buurt. Het linkerhuis is van zijn schoonouders. Het rechterhuis is van hemzelf. Daar lopen we binnen. Een grote open ruimte met rechts een tv. Een groot kleed ligt op de grond. Er liggen spullen op, waardoor duidelijk wordt dat de kinderen hierop tv kijken. In het achterste gedeelte staat een tafel met stoelen. Links van die tafel en stoelen een ruimte met een wastafel en rechts een deur naar toilet en badkamer.
We worden aan tafel genodigd. Het eten staat erop klaar. We zijn aangekomen, dus we moeten vooral makan. Met eigen hand klaargemaakt. Hoe zal dat smaken. Nou, het smaakt verrukkelijk. Kip alsof je paling eet. Aubergines op een heel speciale manier bereid. We laten het ons allemaal zeer smaken. Als we na een tijdje zijn uitgegeten moeten we vooral de rest van de omgeving zien.
Achter de eetruimte wordt een nieuw deel aangebouwd. Slaapkamers en een badkamer. Voor de kinderen, maar ook als gastruimte voor de toekomst. Achter dat gedeelte waar hard wordt gebouwd ligt de tuin die wordt gedeeld met de schoonouders. Kippen lopen los door de tuin. Er groeien allerlei groenten die ook weer gebruikt worden. Veel bomen, zodat het koel is. We lopen met de zus over een paadje verder naar achteren. We groeten de achterburen die daar op de veranda zitten. Lopen naar links. Na enkele meters worden we verwelkomd door twee oudere mensen die bij een huis rechts zitten. Het zijn de ouders van Mintos die hier wonen. Kom toch vooral binnen. Schoenen uit en we staan binnen in een koele, grote kamer met voor ons een tv en een kleed ervoor. Een kleinzoon ligt erop. Links een bankstel. Ga maar zitten, vragen de ouders. Of we koffie willen. Nee, we hebben net lekker gegeten. De ouders hebben een heel gesprek met mijn schoonzus die vloeiend Bahasa Indonesia spreekt. Ik heb tijd om te observeren. De vader ziet er oud en moe uit. Maar vriendelijk en geinteresseerd in wat mijn schoonzus vertelt. De moeder ziet er pittig uit. Ogen die intelligentie uitstralen. Deze vrouw heeft veel in haar mars. Ze hebben een boerenbedrijfje. De vader heeft sawa's die hij inmiddels aan Mintos heeft overgedaan. Pensioen ken je hier niet als boer. De meeste andere werknemers sparen voor hun pensioen. Zij worden onderhouden door de kinderen. De moeder verontschuldigd zich bij mijn schoonzus. Ze heeft vanwege haar leeftijd geen tanden meer. Er is geen geld voor een kunstgebit. De medische voorzieningen in dit land zijn niet zo als in Nederland. We horen de leeftijd van de ouders en schrikken. De vader is 62, de moeder is 59. Mijn schoonzus is 57! Een wereld van verschil.
Na het eten hebben we trouwens wat cadeautjes gegeven aan de kinderen. En twee dozen balpennen voor de kleine lagere school. Even later is iedereen buiten aan het spelen met het nieuw verkregen spul. De andere kinderen krijgen van de vrouw balpennen. Waarschijnlijk om hen het gevoel te geven dat zij ook iets mogen hebben.
Andere autootjes worden tevoorschijn gehaald. De kinderen spelen harmonieus met elkaar. De rust in het dorp is adembenemend. Hier wordt geleefd. Niet alleen om geld te verdienen, maar om met elkaar en voor elkaar een leven op te bouwen.
We gaan weer weg. Malang lonkt. We kunnen niet weg voordat we de etensgerechten die we overhadden in zakjes hebben meegekregen. Een vriendelijk tot ziens en dankjewel. Wij buigen ons bij wijze van beleefdheid naar de ouderen die we een hand geven. De dank is gemeend. Wat een hartelijk ontvangst. Wat een warm bad. Wat een verschil met ons eigen koude kikkerland waarin we elke vreemdeling met argusoge bekijken.
We rijden een klein weggetje in. Mintos zwaait naar een vrouw die op de veranda zit. De buurvrouw, zegt hij. Dan staat hij stil voor twee huizen, waar kinderen hun spel staken om te kijken wie daar aan komt.
Op de bank op de veranda van het linker huis zitten twee oudere mensen. Kinderen staan er omheen. We maken kennis met ze. Het zijn de schoonouders van Mintos. De kinderen zijn uit de buurt en daartussen staan ook de zoontjes van 10 en 4 jaar.
Ook een aantal vrouwen komt erbij staan. De vrouw van Mintos, zijn zus en zijn schoonzus. Ze wonen allemaal in de buurt. Het linkerhuis is van zijn schoonouders. Het rechterhuis is van hemzelf. Daar lopen we binnen. Een grote open ruimte met rechts een tv. Een groot kleed ligt op de grond. Er liggen spullen op, waardoor duidelijk wordt dat de kinderen hierop tv kijken. In het achterste gedeelte staat een tafel met stoelen. Links van die tafel en stoelen een ruimte met een wastafel en rechts een deur naar toilet en badkamer.
We worden aan tafel genodigd. Het eten staat erop klaar. We zijn aangekomen, dus we moeten vooral makan. Met eigen hand klaargemaakt. Hoe zal dat smaken. Nou, het smaakt verrukkelijk. Kip alsof je paling eet. Aubergines op een heel speciale manier bereid. We laten het ons allemaal zeer smaken. Als we na een tijdje zijn uitgegeten moeten we vooral de rest van de omgeving zien.
Achter de eetruimte wordt een nieuw deel aangebouwd. Slaapkamers en een badkamer. Voor de kinderen, maar ook als gastruimte voor de toekomst. Achter dat gedeelte waar hard wordt gebouwd ligt de tuin die wordt gedeeld met de schoonouders. Kippen lopen los door de tuin. Er groeien allerlei groenten die ook weer gebruikt worden. Veel bomen, zodat het koel is. We lopen met de zus over een paadje verder naar achteren. We groeten de achterburen die daar op de veranda zitten. Lopen naar links. Na enkele meters worden we verwelkomd door twee oudere mensen die bij een huis rechts zitten. Het zijn de ouders van Mintos die hier wonen. Kom toch vooral binnen. Schoenen uit en we staan binnen in een koele, grote kamer met voor ons een tv en een kleed ervoor. Een kleinzoon ligt erop. Links een bankstel. Ga maar zitten, vragen de ouders. Of we koffie willen. Nee, we hebben net lekker gegeten. De ouders hebben een heel gesprek met mijn schoonzus die vloeiend Bahasa Indonesia spreekt. Ik heb tijd om te observeren. De vader ziet er oud en moe uit. Maar vriendelijk en geinteresseerd in wat mijn schoonzus vertelt. De moeder ziet er pittig uit. Ogen die intelligentie uitstralen. Deze vrouw heeft veel in haar mars. Ze hebben een boerenbedrijfje. De vader heeft sawa's die hij inmiddels aan Mintos heeft overgedaan. Pensioen ken je hier niet als boer. De meeste andere werknemers sparen voor hun pensioen. Zij worden onderhouden door de kinderen. De moeder verontschuldigd zich bij mijn schoonzus. Ze heeft vanwege haar leeftijd geen tanden meer. Er is geen geld voor een kunstgebit. De medische voorzieningen in dit land zijn niet zo als in Nederland. We horen de leeftijd van de ouders en schrikken. De vader is 62, de moeder is 59. Mijn schoonzus is 57! Een wereld van verschil.
Na het eten hebben we trouwens wat cadeautjes gegeven aan de kinderen. En twee dozen balpennen voor de kleine lagere school. Even later is iedereen buiten aan het spelen met het nieuw verkregen spul. De andere kinderen krijgen van de vrouw balpennen. Waarschijnlijk om hen het gevoel te geven dat zij ook iets mogen hebben.
Andere autootjes worden tevoorschijn gehaald. De kinderen spelen harmonieus met elkaar. De rust in het dorp is adembenemend. Hier wordt geleefd. Niet alleen om geld te verdienen, maar om met elkaar en voor elkaar een leven op te bouwen.
We gaan weer weg. Malang lonkt. We kunnen niet weg voordat we de etensgerechten die we overhadden in zakjes hebben meegekregen. Een vriendelijk tot ziens en dankjewel. Wij buigen ons bij wijze van beleefdheid naar de ouderen die we een hand geven. De dank is gemeend. Wat een hartelijk ontvangst. Wat een warm bad. Wat een verschil met ons eigen koude kikkerland waarin we elke vreemdeling met argusoge bekijken.
dinsdag 17 mei 2011
Verder op reis
7.00 uur vanmorgen zaten we weer in de bus voor een wat langere rit naar Malang. Na de drukke dag van eergisteren naar de Borobudur en tempel in Cien, waar we alles bij elkaar 12 uur over deden, hadden we gisteren een rustdag. Laat ontbijten. Rustig bijkomen en rond 11:30 uur de stad in wandelen. Aalt had een off-day waardoor hij in het hotel bleef.
Het was heiig en warm. Telkens als hier regen op komst is, wordt het drukkend warm. Dat betekent dan veel drinken tijdens het lopen. En natuurlijk altijd in de schaduw lopen. Gedurende enige minuten stonden we stil voor een vertrekkende trein bij het station. We stonden in de volle zon, dus na enige minuten, toen bleek dat de trein er kalm over deed, zocht ik beschutting bij een wachtruimte. Dat was beter. de bomen gingen niet omhoog zoals bij ons, maar naar opzij.
We liepen een tijd op de Mariboro, de overdekte markt waar we eerder 's avonds waren geweest. Dit keer was het hier koeler dan daarbuiten. We zochten wat kleding, onder andere voor mij. Tja, dat valt hier onder de super grote maten. Eerst dua L (XXL). Veel te klein. Tiga L (XXXL). Ouch. Nog te klein. Nee, in batik hadden ze geen empat L. Daarvoor moeten we dan maar wachten tot in Bali. Die maat was er wel in t-shirts. Twee mooie geborduurde shirts gekocht. Na wat afdingen kwamen we op de voor ons redelijke prijs van 55.000 rupia. Lijkt veel, maar als je beseft dat 10.000 rupia om en nabij 80 eurocent waard is, begrijp je dat dit voor ons alleszins waard was. Nog geen 4 euro voor 2 t-shirts.
Op de markt kun je niet alles doen. Daarom gingen we aan het einde ervan naar de Marioboro Mal, een mooi en koel overdekt winkelcentrum waar we ook al eerder waren geweest. We werden verwelkomd door gezang van kinderen. Er is in deze week een Save the Earth activiteit in de Mal. Koren van diverse kinderklassen mochten hun beste beentje letterlijk voor zetten met een mooie keel erbij. We gingen naar de koffiezaak om uit te rusten en iets anders doen wat sommigen zich hadden voorgenomen. De koffiezaak lag namelijk naast een kapper en Aneta, Qalieb en Humphrey lieten er hun haren onder handen nemen. Weer een leuke ervaring. Geen eenheidsprijs voor heren en dames, maar gebaseerd op de tijd die ze ermee bezig waren en de complexiteit ervan. Aneta was met 200.000 de duurste.
Wat geld betreft zijn onze portemonnees niet berekend op de stapel biljetten die je krijgt als je wisselt of pint. Qalieb had van het GWK niet meer in omloop zijnde 100.000 biljetten gekregen. Dus wisselde hij ze om bij de Nationale Bank. Kreeg hij het terug in 20.000 biljetten. Dus 19 x 5 biljetten handje contantje. Probeer maar eens bijna 100 biljetten in een Nederlandse portemonnee te stoppen. Waarde per biljet: 1,60 euro.
We zijn nu buiten Solo en stoppen voor een koffiestop.
Het was heiig en warm. Telkens als hier regen op komst is, wordt het drukkend warm. Dat betekent dan veel drinken tijdens het lopen. En natuurlijk altijd in de schaduw lopen. Gedurende enige minuten stonden we stil voor een vertrekkende trein bij het station. We stonden in de volle zon, dus na enige minuten, toen bleek dat de trein er kalm over deed, zocht ik beschutting bij een wachtruimte. Dat was beter. de bomen gingen niet omhoog zoals bij ons, maar naar opzij.
We liepen een tijd op de Mariboro, de overdekte markt waar we eerder 's avonds waren geweest. Dit keer was het hier koeler dan daarbuiten. We zochten wat kleding, onder andere voor mij. Tja, dat valt hier onder de super grote maten. Eerst dua L (XXL). Veel te klein. Tiga L (XXXL). Ouch. Nog te klein. Nee, in batik hadden ze geen empat L. Daarvoor moeten we dan maar wachten tot in Bali. Die maat was er wel in t-shirts. Twee mooie geborduurde shirts gekocht. Na wat afdingen kwamen we op de voor ons redelijke prijs van 55.000 rupia. Lijkt veel, maar als je beseft dat 10.000 rupia om en nabij 80 eurocent waard is, begrijp je dat dit voor ons alleszins waard was. Nog geen 4 euro voor 2 t-shirts.
Op de markt kun je niet alles doen. Daarom gingen we aan het einde ervan naar de Marioboro Mal, een mooi en koel overdekt winkelcentrum waar we ook al eerder waren geweest. We werden verwelkomd door gezang van kinderen. Er is in deze week een Save the Earth activiteit in de Mal. Koren van diverse kinderklassen mochten hun beste beentje letterlijk voor zetten met een mooie keel erbij. We gingen naar de koffiezaak om uit te rusten en iets anders doen wat sommigen zich hadden voorgenomen. De koffiezaak lag namelijk naast een kapper en Aneta, Qalieb en Humphrey lieten er hun haren onder handen nemen. Weer een leuke ervaring. Geen eenheidsprijs voor heren en dames, maar gebaseerd op de tijd die ze ermee bezig waren en de complexiteit ervan. Aneta was met 200.000 de duurste.
Wat geld betreft zijn onze portemonnees niet berekend op de stapel biljetten die je krijgt als je wisselt of pint. Qalieb had van het GWK niet meer in omloop zijnde 100.000 biljetten gekregen. Dus wisselde hij ze om bij de Nationale Bank. Kreeg hij het terug in 20.000 biljetten. Dus 19 x 5 biljetten handje contantje. Probeer maar eens bijna 100 biljetten in een Nederlandse portemonnee te stoppen. Waarde per biljet: 1,60 euro.
We zijn nu buiten Solo en stoppen voor een koffiestop.
zondag 15 mei 2011
Borobudur en Cien plateau
Twee dingen gingen we vandaag bezichtigen: de boeddhistische Borobudur en een hindoeistisch tempelcomplex hoog in de bergen.
Allereerst de Borobudur, waar we al om kwart voor acht waren. Konden we hem rustig bekijken. We moesten eerst door een steriele wachtruimte waar gratis koffie, thee en water klaar stond. Het laatste voor het dorstlessen op de klim naar de top. Het complex heeft een aantal omlopen, die je ook kunt bezoeken. Maar de top is het meest unieke. Dus besluiten we eerst die te nemen en dan langzaam maar zeker af te dalen. Op de derde omloop komen we niet verder. Er staat een bordje waarop we verzocht worden hier te stoppen. Er zijn renovatiewerkzaamheden. Dat valt tegen. Sta je expres om vijf uur op, is 'ie niet eens in zijn geheel te bekijken! Maar goed, we zijn op vakantie en dan genieten we toch wel. Het complex is prachtig. Hij staat dan ook regelmatig op de foto.
We reizen verder. Over haarspeldbochten rijden we steeds hoger en hoger. Bestemming is een heilige plek die 2000 meter hoog in de bergen ligt. Volgens een film die we zien is dit complex al in de 8e eeuw is gebouwd. Later meer.
Allereerst de Borobudur, waar we al om kwart voor acht waren. Konden we hem rustig bekijken. We moesten eerst door een steriele wachtruimte waar gratis koffie, thee en water klaar stond. Het laatste voor het dorstlessen op de klim naar de top. Het complex heeft een aantal omlopen, die je ook kunt bezoeken. Maar de top is het meest unieke. Dus besluiten we eerst die te nemen en dan langzaam maar zeker af te dalen. Op de derde omloop komen we niet verder. Er staat een bordje waarop we verzocht worden hier te stoppen. Er zijn renovatiewerkzaamheden. Dat valt tegen. Sta je expres om vijf uur op, is 'ie niet eens in zijn geheel te bekijken! Maar goed, we zijn op vakantie en dan genieten we toch wel. Het complex is prachtig. Hij staat dan ook regelmatig op de foto.
We reizen verder. Over haarspeldbochten rijden we steeds hoger en hoger. Bestemming is een heilige plek die 2000 meter hoog in de bergen ligt. Volgens een film die we zien is dit complex al in de 8e eeuw is gebouwd. Later meer.
Nog meer Jogja
Hier leven mensen op in de avond. Dan wordt het koeler. Door de drukte, de gedeeltelijke overkapping en de avondzwoelte was het al snel snikheet op die plek.
Op zoek naar allerlei goedkope waar. Batikspullen, korte broeken. Alles is hier te vinden als je maar goed zoekt.
Na verloop van tijd moesten we toch wat meer op elkaar letten. En dan vooral op onze geldbuidels. Er waren wat lui die ons opvallend onopvallend volgden. Daar wordt hier voor gewaarschuwd. Dus stonden we met drie mensen op de uitkijk als de anderen aan het afdingen of betalen waren.
Teruggaande waren we moe. Na enkele onderhandelingen vonden we de taxi per paard en wagen. Ik voorop naast de koetsier. De anderen erachter. Klikklak klikklak door de grote wegen en door kleinere straatjes. Vreemd hoor om met paard en wagen op de grote straat in de stad te rijden. Maar iedereen is eraan gewend.
Op zoek naar allerlei goedkope waar. Batikspullen, korte broeken. Alles is hier te vinden als je maar goed zoekt.
Na verloop van tijd moesten we toch wat meer op elkaar letten. En dan vooral op onze geldbuidels. Er waren wat lui die ons opvallend onopvallend volgden. Daar wordt hier voor gewaarschuwd. Dus stonden we met drie mensen op de uitkijk als de anderen aan het afdingen of betalen waren.
Teruggaande waren we moe. Na enkele onderhandelingen vonden we de taxi per paard en wagen. Ik voorop naast de koetsier. De anderen erachter. Klikklak klikklak door de grote wegen en door kleinere straatjes. Vreemd hoor om met paard en wagen op de grote straat in de stad te rijden. Maar iedereen is eraan gewend.
Nog meer Jokja
gisterenavond zijn we lopend op pad gegaan. Naar de Marioboro, een winkelstraat met allemaal kraampjes. Acht uur in de avond. Het was een drukte van jewelste. Regelmatig moesten we door de mensenmassa heen. Hier leve
zaterdag 14 mei 2011
Mooi Yogyakarta
Vandaag een redelijke rustdag. Laat, om 10.00 uur de bus ingestapt en ons laten rijden door de stad Yogyakarta.
Halte een was een batikatelier. Een kunstenaar leidt daar 18 leerlingen op in de kunst van het batikschilderen. Inderdaad: schilderen, want in dit atelier wordt niet de bekende kleding gemaakt, maar worden kunstschilderingen gemaakt. Mooi dat ze zijn. Met een speciale pen wordt voorzichtig de contouren van het schilderij aangemaakt. Daarna wordt het met het gewenste aantal kleuren ingekleurd. Elke kleur duurt zeker een dag: overdag schilderen, 's nachts in de was. Er was een schilderij waar de meester 5 maanden over had gedaan.
Bus in. Tweede stop. De Kraton. Paleis Soestdijk van de Sultan. Oeps, de twee meereizende vrouwen hadden alleen korte broeken. Dat is niet beleefd. Dus moest er een saron overheen worden aangetrokken. Het mooie paleis gezien en de geschiedenis van de familie van de sultan gehoord. Prachtig. Een bezienswaardigheid. Niet alleen voor buitenlandse toeristen, zo merk ik op uit de vele schoolklassen die buiten de deur hun meegekregen middaglunch zaten op
Te eten. Geen boterhammetje met kaas, maar nasi met...
Halte een was een batikatelier. Een kunstenaar leidt daar 18 leerlingen op in de kunst van het batikschilderen. Inderdaad: schilderen, want in dit atelier wordt niet de bekende kleding gemaakt, maar worden kunstschilderingen gemaakt. Mooi dat ze zijn. Met een speciale pen wordt voorzichtig de contouren van het schilderij aangemaakt. Daarna wordt het met het gewenste aantal kleuren ingekleurd. Elke kleur duurt zeker een dag: overdag schilderen, 's nachts in de was. Er was een schilderij waar de meester 5 maanden over had gedaan.
Bus in. Tweede stop. De Kraton. Paleis Soestdijk van de Sultan. Oeps, de twee meereizende vrouwen hadden alleen korte broeken. Dat is niet beleefd. Dus moest er een saron overheen worden aangetrokken. Het mooie paleis gezien en de geschiedenis van de familie van de sultan gehoord. Prachtig. Een bezienswaardigheid. Niet alleen voor buitenlandse toeristen, zo merk ik op uit de vele schoolklassen die buiten de deur hun meegekregen middaglunch zaten op
Te eten. Geen boterhammetje met kaas, maar nasi met...
Welkom in Midden Java
Vanochtend 7.15 uur was het zover. We vertrekken voor de volgende lange rit. Eerst de bekende bergwegen met dito haarspeldbochten waarbinnen je allerlei verkeer tegemoet kunt komen: auto's, brommers of lokale voetgangers.
Na ongeveer een halfuur stoppen we bij een mooie tempel. Even een fotoshoot. We gaan Midden Java in.
Alles verandert. De wegen waren al hobbelig en vol kuilen, maar hier gaan we door doorgaande wegen heen waarvan de anderen terugdenken aan kermisattracties. Alles wordt door elkaar heen geschud. Maar het uitzicht is het wel waard. Uitgestrekte sawa's. Nederlands polderlandschap in Indonesische biotoop. Boerderijen, boeren op het vochtige land. Mensen die de opbrengst van het land drogen.
Tussen al die landerijen verdwaalde winkeltjes met de nieuwste kleding, vooral veel computerzaakjes en supermarktjes.
Ik begin er aan te wennen. Dat blijkt wel uit het feit dat ik deze blog tijdens de hobbels heb geschreven.
En Indonesie is wat internet betreft ver. Want ik kan deze blog onderweg door de hobbels op het platteland gewoon publiceren.
Na ongeveer een halfuur stoppen we bij een mooie tempel. Even een fotoshoot. We gaan Midden Java in.
Alles verandert. De wegen waren al hobbelig en vol kuilen, maar hier gaan we door doorgaande wegen heen waarvan de anderen terugdenken aan kermisattracties. Alles wordt door elkaar heen geschud. Maar het uitzicht is het wel waard. Uitgestrekte sawa's. Nederlands polderlandschap in Indonesische biotoop. Boerderijen, boeren op het vochtige land. Mensen die de opbrengst van het land drogen.
Tussen al die landerijen verdwaalde winkeltjes met de nieuwste kleding, vooral veel computerzaakjes en supermarktjes.
Ik begin er aan te wennen. Dat blijkt wel uit het feit dat ik deze blog tijdens de hobbels heb geschreven.
En Indonesie is wat internet betreft ver. Want ik kan deze blog onderweg door de hobbels op het platteland gewoon publiceren.
donderdag 12 mei 2011
Tot rust komen
Na de drukke afgelopen dagen hebben we twee rustdagen ingelast in Pangandaran.
Gisteren was het helemaal rusten geblazen. 9 uur hadden we afgesproken te ontbijten. Dat werd voor ons een rustig ontbijt, want wij hadden ons een uur in de tijd vergist en zaten dus keurig om 8 uur klaar. Ontbijt is hier sober, maar lekker. Amerikaans ontbijt met ei en toast. Lekkere vruchtensap erbij.
Daarna maar eens het dorp bekijken. Veel water meenemen, want het is hier warm. Na 500 meter besluiten twee van ons de route per becak verder te zetten. Een van hen is al moe!
Kijken, kijken en niet kopen. Dat is ons devies vandaag. Is geen probleem want het loopt al tegen de middagen dan word je hier al loom en heb je geen zin om te verkopen. Die gekke Belanda's die willen lopen. Je ziet ze kijken en denken. Maar ondertussen steeds beleefd 'selamat' met daarachter de aanduiding van de dag zeggen.
Dat moet ik wel zeggen van de mensen hier. Ze zijn vriendelijk en beleefd. De meisjes vooral heel verlegen. Als je iets tegen ze zegt hoor je achter je vooral gegiechel. Die bouleh zei iets tegen mij.
De rest van de dag doorgebracht als een vakantiegast in zwembad en naastgelegen restaurant. 's avonds pimpelen we nog wat bij een van de kamers. Totdat een van ons opmerkt dat het 11:11 is. Niet lang daarna gaan we slapen. Aneta gaat eerder en ligt als ik kom al half voor pampus. Ik kijk nog even op mijn Ipad en zie dat het 21:30 is. Pas halftien! Toch kan ik een halfuur later ook mijn ogen niet meer open houden en slaap snel in.
Wie vroeg slaapt wordt ook weer vroeg wakker. Wij dus ook. 6.00 uur zijn we klaar wakker. Dus stappen we uit bed om na de nodige plichtplegingen een rondje kade te doen. Allemaal vissers die hun waar verkopen of die de buit binnenhalen. Na het rondje is de warmte alweer zo gestegen dat ik het zwembad in duik. Zo kan het gebeuren dat ik al gelopen en gezwommen heb voordat ik ook maar een hap door mijn keel had gekregen.
Gisteren was het helemaal rusten geblazen. 9 uur hadden we afgesproken te ontbijten. Dat werd voor ons een rustig ontbijt, want wij hadden ons een uur in de tijd vergist en zaten dus keurig om 8 uur klaar. Ontbijt is hier sober, maar lekker. Amerikaans ontbijt met ei en toast. Lekkere vruchtensap erbij.
Daarna maar eens het dorp bekijken. Veel water meenemen, want het is hier warm. Na 500 meter besluiten twee van ons de route per becak verder te zetten. Een van hen is al moe!
Kijken, kijken en niet kopen. Dat is ons devies vandaag. Is geen probleem want het loopt al tegen de middagen dan word je hier al loom en heb je geen zin om te verkopen. Die gekke Belanda's die willen lopen. Je ziet ze kijken en denken. Maar ondertussen steeds beleefd 'selamat' met daarachter de aanduiding van de dag zeggen.
Dat moet ik wel zeggen van de mensen hier. Ze zijn vriendelijk en beleefd. De meisjes vooral heel verlegen. Als je iets tegen ze zegt hoor je achter je vooral gegiechel. Die bouleh zei iets tegen mij.
De rest van de dag doorgebracht als een vakantiegast in zwembad en naastgelegen restaurant. 's avonds pimpelen we nog wat bij een van de kamers. Totdat een van ons opmerkt dat het 11:11 is. Niet lang daarna gaan we slapen. Aneta gaat eerder en ligt als ik kom al half voor pampus. Ik kijk nog even op mijn Ipad en zie dat het 21:30 is. Pas halftien! Toch kan ik een halfuur later ook mijn ogen niet meer open houden en slaap snel in.
Wie vroeg slaapt wordt ook weer vroeg wakker. Wij dus ook. 6.00 uur zijn we klaar wakker. Dus stappen we uit bed om na de nodige plichtplegingen een rondje kade te doen. Allemaal vissers die hun waar verkopen of die de buit binnenhalen. Na het rondje is de warmte alweer zo gestegen dat ik het zwembad in duik. Zo kan het gebeuren dat ik al gelopen en gezwommen heb voordat ik ook maar een hap door mijn keel had gekregen.
dinsdag 10 mei 2011
Doorrijden maar
Vandaag de eerste van een aantal dagen dat we de hele dag in de bus zitten. We verlieten Bandung om halfnegen. Een flink end doorrijden en vervolgens in de file terechtkomen. Bleek in een dorpje hoog boven in de bergen een bekend fenomeen. Daar heb je vrachtautootjes die niet harder dan 5 km per uur rijden. En als die midden op de weg rijden, ontstaat er vanzelf langzaam rijdend tot stilstaand verkeer. Er is nog genoeg dag over als we een tijd later uitstappen. We stappen over in een wagen met een paard ervoor. Afhankelijk van de leeftijd van het dier gaat het in looppas of in draf naar een plek verderop. Ondertussen zijn er mooie plaatjes te zien van de rijstvelden.
Niet veel later komen we aan bij een meer. Daar stappen we wankelend over palen in het water in een bamboe boot. Wat een rust op dat meer! Na alle verkeer in Bandung een verademing. We komen op een eiland met een beschermd dorpsgezicht. In deze Kampung mogen maar een beperkt aantal mensen wonen in een beperkt aantal huizen. De huizen zijn nog net zoals vroeger, dus mooi om te zien. Uit het verhaal van onze gids blijkt de liefde voor planten. In de tuin allerlei verhalen over de bomen die er staan.
Uiteindelijk komen we bij een hindoetempel op het eiland. Een mooie herbouwde tempel ter ere van de God van de vernietiging Shiva. We maken wat
foto's van de godheid die achter tralies in het donker god aan het wezen is. Ik grap naar de gids dat er een kans is dat mijn foto wordt vernietigd door de vernietigende god. De meeste Indonesiers kijken niet vernietigend, maar ik geloof dat de grap niet zo werd gewaardeerd.
Na een wandeling van een uur zijn we wel dorstig. Ik neem koffie tubruk, koffie met water erop. Anderen nemen verse klaper (kokosnoot). Vers van de boom, voor je ogen
Zo gehakt dat er een gat ontstaat en je de melk kunt drinken en het vruchtvlees kunt eten. Qalieb en Aneta kunnen het niet op, dus ik eet en drink de rest. Heerlijk tegen de dorst en niet zo zoet als in Nederland.
Teruggekomen bij de paardjes krijgen we een gesprekje met de chauffeur. Met het meest zielige stemmetje vertelt hij dat hij 22 familieleden van het werk moet onderhouden. Zo, dat is veel, zo spelen we het spel mee. Na afloop geven we de gids een fooi. Die moet hij maar delen met die drie andere zielige of minder zielige mensen.
Verder gaan we. Prachtige uitzichten voor wie er oog voor heeft, want de meesten hebben de oogleden dicht. Tussendoor stoppen we voor wat makan. Ik heb geen trek in vlees, dus neem groeten: gebakken tahoe, tempe en mais.
Aardappelkroketjes. Het oog is groter dan de maag. Die trekt het na verloop van tijd niet meer.
Verder gaan we weer naar een bergdorpje waar ze nog helemaal oorspronkelijk leven. Ze wonen in het dal, de ingang is bovenop de heuvel. Met trappen lopen we omlaag. Een enkeling telt de treden: 430! Het dorpje blijkt 500 voor Christus te zijn gebouwd. Alles nog gebouwd met bamboe. Een huis mogen we binnenlopen. Eerst de schoenen uit. Bukken, want het is gebouwd voor het kleine soort mens. Drie kamers zijn er: huiskamer, keuken en slaapkamer. Keuken niet van de nieuwste soort, maar op vuur van hout. Licht niet van elektriciteit, maar van lampen die op kerosine branden. Buiten is het al klam. Binnen is het nog veel drukkender. Als ik buitenkom blijft het water van me afgutsen. Heel interessant te zien hoe mensen leven en met wat ze verbouwen kunnen leven. Deels door ervan te eten, deels door het anders te gebruiken, deels door het te verkopen. Aan het einde komt waar sommigen zich op verheugd hebben: de weg naar boven. De sportman onder ons gaat in draf de 430 treden omhoog. Om boven te verklaren dat zijn ademhaling hier veel sneller gaat. Ja, daar hoef je niet snel voor te lopen. Dat merkten wij ook.
Na een korte waterinname- en -afnamepauze gaan we weer op weg. Onderweg zet iemand voor de lol zijn mobiele tomtom aan. En vertelt de chauffeur dat 'ie nu linksaf moet. De snelste weg. De chauffeur kiest voor de bekende weg.
Niet veel later komen we aan bij een meer. Daar stappen we wankelend over palen in het water in een bamboe boot. Wat een rust op dat meer! Na alle verkeer in Bandung een verademing. We komen op een eiland met een beschermd dorpsgezicht. In deze Kampung mogen maar een beperkt aantal mensen wonen in een beperkt aantal huizen. De huizen zijn nog net zoals vroeger, dus mooi om te zien. Uit het verhaal van onze gids blijkt de liefde voor planten. In de tuin allerlei verhalen over de bomen die er staan.
Uiteindelijk komen we bij een hindoetempel op het eiland. Een mooie herbouwde tempel ter ere van de God van de vernietiging Shiva. We maken wat
foto's van de godheid die achter tralies in het donker god aan het wezen is. Ik grap naar de gids dat er een kans is dat mijn foto wordt vernietigd door de vernietigende god. De meeste Indonesiers kijken niet vernietigend, maar ik geloof dat de grap niet zo werd gewaardeerd.
Na een wandeling van een uur zijn we wel dorstig. Ik neem koffie tubruk, koffie met water erop. Anderen nemen verse klaper (kokosnoot). Vers van de boom, voor je ogen
Zo gehakt dat er een gat ontstaat en je de melk kunt drinken en het vruchtvlees kunt eten. Qalieb en Aneta kunnen het niet op, dus ik eet en drink de rest. Heerlijk tegen de dorst en niet zo zoet als in Nederland.
Teruggekomen bij de paardjes krijgen we een gesprekje met de chauffeur. Met het meest zielige stemmetje vertelt hij dat hij 22 familieleden van het werk moet onderhouden. Zo, dat is veel, zo spelen we het spel mee. Na afloop geven we de gids een fooi. Die moet hij maar delen met die drie andere zielige of minder zielige mensen.
Verder gaan we. Prachtige uitzichten voor wie er oog voor heeft, want de meesten hebben de oogleden dicht. Tussendoor stoppen we voor wat makan. Ik heb geen trek in vlees, dus neem groeten: gebakken tahoe, tempe en mais.
Aardappelkroketjes. Het oog is groter dan de maag. Die trekt het na verloop van tijd niet meer.
Verder gaan we weer naar een bergdorpje waar ze nog helemaal oorspronkelijk leven. Ze wonen in het dal, de ingang is bovenop de heuvel. Met trappen lopen we omlaag. Een enkeling telt de treden: 430! Het dorpje blijkt 500 voor Christus te zijn gebouwd. Alles nog gebouwd met bamboe. Een huis mogen we binnenlopen. Eerst de schoenen uit. Bukken, want het is gebouwd voor het kleine soort mens. Drie kamers zijn er: huiskamer, keuken en slaapkamer. Keuken niet van de nieuwste soort, maar op vuur van hout. Licht niet van elektriciteit, maar van lampen die op kerosine branden. Buiten is het al klam. Binnen is het nog veel drukkender. Als ik buitenkom blijft het water van me afgutsen. Heel interessant te zien hoe mensen leven en met wat ze verbouwen kunnen leven. Deels door ervan te eten, deels door het anders te gebruiken, deels door het te verkopen. Aan het einde komt waar sommigen zich op verheugd hebben: de weg naar boven. De sportman onder ons gaat in draf de 430 treden omhoog. Om boven te verklaren dat zijn ademhaling hier veel sneller gaat. Ja, daar hoef je niet snel voor te lopen. Dat merkten wij ook.
Na een korte waterinname- en -afnamepauze gaan we weer op weg. Onderweg zet iemand voor de lol zijn mobiele tomtom aan. En vertelt de chauffeur dat 'ie nu linksaf moet. De snelste weg. De chauffeur kiest voor de bekende weg.
maandag 9 mei 2011
De wegen
Nu ik weer een dag in de auto zit een beschrijving van wat er te zien is.
Langs de kant huisjes, winkeltjes en etenskarretjes. Je ziet allerlei soorten winkeltjes. Motor: brommers en aanverwanten. Restaurantjes waarin je allerlei soorten bami en nasi kunt krijgen en veel meer dat niet te beschrijven is. Groenten en fruit: alle soorten die hier te vinden zijn. En kleine supermarktjes die qua sortering alles bieden wat je nodig hebt.
De kraampjes verkopen allerlei lekkernijen die je hier tussendoor eet. Meestal twee of drie producten. Meer kan het kraampje niet bergen. Bami, nasi, vers fruit, koek, koffie en thee, rookwaren. Ze staan met zijn allen naast elkaar.
Wat opvalt zijn de vele internet- en belwinkels. Indonesie doet wat dat betreft echt niet onder voor een westers land. Maar of iedereen het kan kopen...
Want dat zie je ook aan de weg, vooral in de stad. Arm en rijk naast elkaar. De grootwarenhuizen en Malls, de winkeltjes, de kraampjes, de uitstallinkjes op de grond en de bedelaars. Niemand kijkt er van op. Het hoort er blijkbaar bij. Het verbaasde Qalieb dat de bedelaars naast de moskee zaten. Dat ze er niets voor doen. Tja, ander land, andere gewoontes.
De brommers. We waren eerst verbaasd dat er zoveel rondrijden. Later begreep ik het. De snelste manier om thuis te komen. Met zoveel auto's sta je snel uren in de rij. Daar tussendoor kun je snel met de brommer rijden. Is er een gaatje, hoe klein ook, dan ga je door dat gaatje heen. We hebben de afgelopen dagen al heel veel voor onze bus heen zien schieten. Meestal alleen of met zn 2-en. Maar ook al met 3 of 4 op een brommer gezien. 4 jongeren, dolle pret. Maar ook het 4-persoonsgezin: klein kind voorop, daarna vader, daarna kleiner kind of baby vastgeklemd in de armen van moeder. En dan met dezelfde snelheid snel thuis willen zijn. Maar iedereen houdt rekening met iedereen. En gunt de ander zijn voorrang.
En dan tussendoor in het verkeer nog enkele fietsers, becaks of vooral in de dorpen paard en wagens. En niet te vergeten de voetganger die door middel van hand opsteken aangeeft over te steken, waarna het verkeer weer voorrang geeft.
Langs de kant huisjes, winkeltjes en etenskarretjes. Je ziet allerlei soorten winkeltjes. Motor: brommers en aanverwanten. Restaurantjes waarin je allerlei soorten bami en nasi kunt krijgen en veel meer dat niet te beschrijven is. Groenten en fruit: alle soorten die hier te vinden zijn. En kleine supermarktjes die qua sortering alles bieden wat je nodig hebt.
De kraampjes verkopen allerlei lekkernijen die je hier tussendoor eet. Meestal twee of drie producten. Meer kan het kraampje niet bergen. Bami, nasi, vers fruit, koek, koffie en thee, rookwaren. Ze staan met zijn allen naast elkaar.
Wat opvalt zijn de vele internet- en belwinkels. Indonesie doet wat dat betreft echt niet onder voor een westers land. Maar of iedereen het kan kopen...
Want dat zie je ook aan de weg, vooral in de stad. Arm en rijk naast elkaar. De grootwarenhuizen en Malls, de winkeltjes, de kraampjes, de uitstallinkjes op de grond en de bedelaars. Niemand kijkt er van op. Het hoort er blijkbaar bij. Het verbaasde Qalieb dat de bedelaars naast de moskee zaten. Dat ze er niets voor doen. Tja, ander land, andere gewoontes.
De brommers. We waren eerst verbaasd dat er zoveel rondrijden. Later begreep ik het. De snelste manier om thuis te komen. Met zoveel auto's sta je snel uren in de rij. Daar tussendoor kun je snel met de brommer rijden. Is er een gaatje, hoe klein ook, dan ga je door dat gaatje heen. We hebben de afgelopen dagen al heel veel voor onze bus heen zien schieten. Meestal alleen of met zn 2-en. Maar ook al met 3 of 4 op een brommer gezien. 4 jongeren, dolle pret. Maar ook het 4-persoonsgezin: klein kind voorop, daarna vader, daarna kleiner kind of baby vastgeklemd in de armen van moeder. En dan met dezelfde snelheid snel thuis willen zijn. Maar iedereen houdt rekening met iedereen. En gunt de ander zijn voorrang.
En dan tussendoor in het verkeer nog enkele fietsers, becaks of vooral in de dorpen paard en wagens. En niet te vergeten de voetganger die door middel van hand opsteken aangeeft over te steken, waarna het verkeer weer voorrang geeft.
zondag 8 mei 2011
Foto's bekijken
Voor wie onze reis wil bekijken, moet zich aanmelden bij Qalieb Jansen. Hij doet met foto's wat ik schrijf. Hij op mijn netbook, ik op mijn Ipad. Lang leve de moderne techniek.
Rust dag
Vandaag dus even een rustdag. Voor Aalt helemaal, want we zagen hem om halfnegen aan het ontbijt, maar na twee witte tosti's kwamen er toch weer buikkrampen opzetten. Hij is dus helemaal plat gebleven tot nu toe.
Voor ons was de rustdag nog wel auto in-auto uit. Eerst gitaar, hoes en snaren gekocht voor familie waar we een paar dagen geleden waren.
Daarna naar het graf van de oudste broer van mijn schoonmoeder en de vader van Erwin die de dagen in Bandung met ons optrekt en allerlei praktische zaken voor ons regelt. Het graf lag helemaal aan de zijkant van de begraafplaats. Dat betekende opnieuw over allerlei graven heen stappen, door struikgewas heen. Totdat we er eindelijk waren. Begraafplaatsen worden hier door zwervers als tijdelijke rust- en eetplaats gebruikt. Dat bleek wel uit alle rotzooi die we tegenkwamen. Overigens niet alleen verblijfplaats voor mensen bleek al snel. Ergens halverwege stond een geit bovenop een graf te grazen. Vreemde gewaarwording op zo'n plaats.
Na deze plichtpleging een halfuur verder weg over de rondweg van Bandung. Daar kwamen we aan op de begraafplaats van de vrouw van de oom. In Indonesie zijn de begraafplaatsen van moslims en christenen strikt van elkaar gescheiden. Deze plaats lag op een hoge heuvel. Ook dit graf lag aan het uiteinde. Opvallend was de soberheid van de plaatsen ten opzichte van de anderen die we tot nu toe hadden gezien. Geen overdekkende grafzerk met rondom stenen. Alleen een verhoging waarop gras groeide en wel een grafsteen. Als ik met de rug naar het graf toe stond zag ik een prachtig uitzicht over een deel van Bandung.
Daarna snel naar de zus van Erwin. Ze verwachtte ons al in haar huis met vijf slaapkamers. Het huis lag in een buitenwijk van Bandung. Het kwam mij al wat voor als platteland, maar dat bleek niet zo te zijn. We werden verwelkomd in het huis na eerst se schoenen te hebben uitgedaan. Eerst de koele zitkamer. Daarachter de huiskamer met tv en de keuken. Daar tussendoor en verder achter de slaapkamers. We moesten toch vooral in de koele zitkamer gaan zitten.
Er werd fruit en lekkers voorgezet. Nangka en zoete banaan. Cassave en zoete cake. Daarbij dronken we thee zonder suiker. De anderen praatten met elkaar in het Indonesisch. Ik wilde even wat anders dan binnen zitten. Dus liep ik naar buiten om eens te kijken hoe mensen leven. Iedereen zat buiten. Ik liep naar de straat toe. Passeerde enkele huizen. Groette hen vriendelijk met een salamat pagi, goedemorgen. Ze knikten vriendelijk terug. Achter mijn rug hoorde ik dat ze elkaar bevroegen of ik Engels was. Iets verderop stond een wat groter gebouw. Er werd aan gewerkt. Onze chauffeur zat daar, met wat anderen. Ik ging erbij zitten. Het bleek een school te zijn. Niet lang daarna kwam onze groep ook aan. We gingen weer weg. Ze bleken me kwijt te zijn geweest. Mar goed, ze weten dat ik niet in zeven sloten tegelijk loop, zeker hier niet.
Door naar de volgende stop: het gezin waar we de gitaar gingen afleveren. Wat waren ze blij, maar toch vooral verbouwereerd dat ze dit kregen.
Laatste stop voor deze middag was de Hoog Catharijne van Bandung. Het werd behoorlijk verbouwd. Temidden van de verbouwing ging de verkoop door. Alle verkopers met monddoekjes voor, vanwege het rondwaaiende stof. Op de derde etage was een grote eetgelegenheid waar we ook onze favoriete bami konden krijgen. Dit is bami waarbij ook grote rundvleesballen horen. Die bami hadden we gisteren ook al gegeten, maar toen moesten we de grote ballen met een vergrootglas zoeken. Ze
Waren klein gesneden aldus de bediende in het hotel. Daarom waren we blij hier wel de ballen te ontwaren. Na een korte eetpauze gingen we nog wat winkeltjes langs en besloten dat het genoeg was geweest voor overdag. Rust tot vanavond acht uur.
Iedereen was moe en Aneta en ik keken elkaar aan. Waarvan? Bus in bus uit. Dus besloten we zelf Bandung te voet te verkennen. Dan leer je de stad veel beter kennen. We kwamen onder andere uit op een kleinere overdekte pasar. Net
Zo warm. Net zo geurzaam. Maar leuk en goedkoop. Twee riemen voor omgerekend twee euro twintig (50.000 roepia), waarbij we ook nog 10.000 roepia hadden kunnen afdingen. De verkoper vond het nog leuk ook en dankte ons hartelijk. Was waarschijnlijk nog veel te hoog betaald!
nu nog even een uurtje voordat de bus weer klaar staat om ons dichtbij het station naar het restaurant te brengen. Ben benieuwd wat vanavond weer brengt.
Voor ons was de rustdag nog wel auto in-auto uit. Eerst gitaar, hoes en snaren gekocht voor familie waar we een paar dagen geleden waren.
Daarna naar het graf van de oudste broer van mijn schoonmoeder en de vader van Erwin die de dagen in Bandung met ons optrekt en allerlei praktische zaken voor ons regelt. Het graf lag helemaal aan de zijkant van de begraafplaats. Dat betekende opnieuw over allerlei graven heen stappen, door struikgewas heen. Totdat we er eindelijk waren. Begraafplaatsen worden hier door zwervers als tijdelijke rust- en eetplaats gebruikt. Dat bleek wel uit alle rotzooi die we tegenkwamen. Overigens niet alleen verblijfplaats voor mensen bleek al snel. Ergens halverwege stond een geit bovenop een graf te grazen. Vreemde gewaarwording op zo'n plaats.
Na deze plichtpleging een halfuur verder weg over de rondweg van Bandung. Daar kwamen we aan op de begraafplaats van de vrouw van de oom. In Indonesie zijn de begraafplaatsen van moslims en christenen strikt van elkaar gescheiden. Deze plaats lag op een hoge heuvel. Ook dit graf lag aan het uiteinde. Opvallend was de soberheid van de plaatsen ten opzichte van de anderen die we tot nu toe hadden gezien. Geen overdekkende grafzerk met rondom stenen. Alleen een verhoging waarop gras groeide en wel een grafsteen. Als ik met de rug naar het graf toe stond zag ik een prachtig uitzicht over een deel van Bandung.
Daarna snel naar de zus van Erwin. Ze verwachtte ons al in haar huis met vijf slaapkamers. Het huis lag in een buitenwijk van Bandung. Het kwam mij al wat voor als platteland, maar dat bleek niet zo te zijn. We werden verwelkomd in het huis na eerst se schoenen te hebben uitgedaan. Eerst de koele zitkamer. Daarachter de huiskamer met tv en de keuken. Daar tussendoor en verder achter de slaapkamers. We moesten toch vooral in de koele zitkamer gaan zitten.
Er werd fruit en lekkers voorgezet. Nangka en zoete banaan. Cassave en zoete cake. Daarbij dronken we thee zonder suiker. De anderen praatten met elkaar in het Indonesisch. Ik wilde even wat anders dan binnen zitten. Dus liep ik naar buiten om eens te kijken hoe mensen leven. Iedereen zat buiten. Ik liep naar de straat toe. Passeerde enkele huizen. Groette hen vriendelijk met een salamat pagi, goedemorgen. Ze knikten vriendelijk terug. Achter mijn rug hoorde ik dat ze elkaar bevroegen of ik Engels was. Iets verderop stond een wat groter gebouw. Er werd aan gewerkt. Onze chauffeur zat daar, met wat anderen. Ik ging erbij zitten. Het bleek een school te zijn. Niet lang daarna kwam onze groep ook aan. We gingen weer weg. Ze bleken me kwijt te zijn geweest. Mar goed, ze weten dat ik niet in zeven sloten tegelijk loop, zeker hier niet.
Door naar de volgende stop: het gezin waar we de gitaar gingen afleveren. Wat waren ze blij, maar toch vooral verbouwereerd dat ze dit kregen.
Laatste stop voor deze middag was de Hoog Catharijne van Bandung. Het werd behoorlijk verbouwd. Temidden van de verbouwing ging de verkoop door. Alle verkopers met monddoekjes voor, vanwege het rondwaaiende stof. Op de derde etage was een grote eetgelegenheid waar we ook onze favoriete bami konden krijgen. Dit is bami waarbij ook grote rundvleesballen horen. Die bami hadden we gisteren ook al gegeten, maar toen moesten we de grote ballen met een vergrootglas zoeken. Ze
Waren klein gesneden aldus de bediende in het hotel. Daarom waren we blij hier wel de ballen te ontwaren. Na een korte eetpauze gingen we nog wat winkeltjes langs en besloten dat het genoeg was geweest voor overdag. Rust tot vanavond acht uur.
Iedereen was moe en Aneta en ik keken elkaar aan. Waarvan? Bus in bus uit. Dus besloten we zelf Bandung te voet te verkennen. Dan leer je de stad veel beter kennen. We kwamen onder andere uit op een kleinere overdekte pasar. Net
Zo warm. Net zo geurzaam. Maar leuk en goedkoop. Twee riemen voor omgerekend twee euro twintig (50.000 roepia), waarbij we ook nog 10.000 roepia hadden kunnen afdingen. De verkoper vond het nog leuk ook en dankte ons hartelijk. Was waarschijnlijk nog veel te hoog betaald!
nu nog even een uurtje voordat de bus weer klaar staat om ons dichtbij het station naar het restaurant te brengen. Ben benieuwd wat vanavond weer brengt.
Op bezoek
Familie bezoeken. Dat doen we deze dagen veel. Gisteren spande de kroon. Stap om halftien in de bus en je bent er om halftwee. Na het bezoek aan het graf van schoonvader is het dan halfdrie als we bij de familie aankomen. De hele kinder- en kleinkinderschare is er inclusief aanhang. Makan.. Ga maar eten. Dat doen we graag, want hier wordt nog echt gekookt. Met handen en voeten proberen contact te krijgen met de familie. Oom en tante spreken vloeiend Nederlands. Oom zoekt nog een goedkope 2ehands Hawaiaanse gitaar. Is in Indonesie niet meer te krijgen. Wie heeft er een of kent er een?
Tijdens het kletsen en eten zit ik buiten. In het begin is het nog droog. Er komt een groep kinderen langs. Als ze mij voorbij zijn rennen ze snel weg en hoor ik veel gegiechel. Zo'n blanke in je dorp is toch een bezienswaardigheid!
Na drie uur moeten we weer gaan. Nu al? Waarom zo snel? Tja drie en een half uur terug rijden. Dat kan niet anders. Jammer maar waar. Afscheid. Sampai Jumpa. Tot ziens. Zullen we sommigen in levende lijve nog terug zien? We weten het niet.
Tijdens het kletsen en eten zit ik buiten. In het begin is het nog droog. Er komt een groep kinderen langs. Als ze mij voorbij zijn rennen ze snel weg en hoor ik veel gegiechel. Zo'n blanke in je dorp is toch een bezienswaardigheid!
Na drie uur moeten we weer gaan. Nu al? Waarom zo snel? Tja drie en een half uur terug rijden. Dat kan niet anders. Jammer maar waar. Afscheid. Sampai Jumpa. Tot ziens. Zullen we sommigen in levende lijve nog terug zien? We weten het niet.
zaterdag 7 mei 2011
Thuis bij familie en vrienden
De afgelopen dagen zijn we bij diverse familieleden en vrienden thuis geweest. Een wereld van verschil waren de bezoekjes van eergisteren- en gisterenavond.
Eergisteren gingen we bij een nicht op bezoek. Schrik niet van de kleine ruimte, waarschuwde onze schoonzus ons. Dus ik stelde mij in op een klein huis. We kwamen door de poort naar binnen. We liepen de ingang in en kwamen in een groot en hoog vertrek. Hoogte zeker tien meter. Midden in het huis een grote trap naar de eerste verdieping die als een balustrade toegang gaf aan de slaapkamers. De huiskamer was naar schatting tien bij vijtien meter. Er stonden drie grote banken. Voor die grote ruimte was er een noodzakelijke superbreedbeeld tv opgesteld. Buiten was er een veranda en een grote mooie tuin. Linksonder in die tuin een vertrek voor de Babu, de verzorger van het huis. Verder nog een keuken waar mijn zoon die kok is de vingers bij had afgelikt. Ondanks deze luxe werden we met hartelijkheid en gastvrijheid ontvangen. Pisang goreng (gebakken banaan) en een vrucht die ik nog niet had gegeten, maar wel lekker was om te eten. En verder werd iedereen verwend met Jenkol aangelengd met koffie.
Gisteren gingen we op bezoek bij een oude buurjongen (inmiddels ook al op leeftijd) en zijn gezin met twee kinderen van 30 en 24 jaar. We kwamen door eenzelfde poort als de dag ervoor. De verrassing van het bezoek is groot. Hun huis bestaat uit twee ruimtes. We werden verwelkomd in een ruimte met wat stoelen. Tuinstoelen werden aangesleept. De grootte van de kamer was twee bij vijf. De kamer was verdeeld in twee. Later maak ik foto's van het achterste deel en zie dat de anderen op een bed zitten. Tegenover het bed is nog een tweede ruimte waarin fietsen staan: de schuur. De gastheer verontschuldigt zich en draait snel een spaarlamp in de fitting boven. Hij verklaart dat dit nodig is, omdat het hier vochtig is. Ik kijk naar de wanden en zie inderdaad de tekenen van vocht: opgedroogde druppels en een wand groen uitgeslagen. In de hele ruimte staat 1 zelfgemaakt wandmeubel waarin de belangrijkste spullen liggen: een bijbel, medicijnen en wat andere kleine spullen. Hier geen tv, geluidsinstallatie of iets dergelijks. Wel nog een koelkast naast het meubel. Aan de wanden zijn alle tekenen zichtbaar van een christelijk gezin: een schilderij van Jezus, een kalender van een kerk.
Ook hier diezelfde hartelijkheid als gisteren. Iedereen is welkom. Willen we geen drinken? Nee, we hebben genoeg gegeten en gedronken. We maken kennis en leren elkaar kennen. Ook al is het handen en voetenwerk, we herkennen elkaar in het geloof dat we delen. Er staat een gitaar waar de jongste zoon op speelt. Hij excuseert zich. De normaal zessnarige gitaar heeft er maar drie. De rest kan niet worden gebruikt. De hals is krom getrokken. Aan het einde bidt de dochter voor ons met een intentie die een diep en intens geloof verraadt.
Verschillen zijn er in dit land. Maar de hartelijkheid is verwarmend, waar je ook komt! We besluiten na afloop dat we maandag nog even bij het laatste gezin teruggaan met een hier aan te schaffen nieuwe gitaar.
Eergisteren gingen we bij een nicht op bezoek. Schrik niet van de kleine ruimte, waarschuwde onze schoonzus ons. Dus ik stelde mij in op een klein huis. We kwamen door de poort naar binnen. We liepen de ingang in en kwamen in een groot en hoog vertrek. Hoogte zeker tien meter. Midden in het huis een grote trap naar de eerste verdieping die als een balustrade toegang gaf aan de slaapkamers. De huiskamer was naar schatting tien bij vijtien meter. Er stonden drie grote banken. Voor die grote ruimte was er een noodzakelijke superbreedbeeld tv opgesteld. Buiten was er een veranda en een grote mooie tuin. Linksonder in die tuin een vertrek voor de Babu, de verzorger van het huis. Verder nog een keuken waar mijn zoon die kok is de vingers bij had afgelikt. Ondanks deze luxe werden we met hartelijkheid en gastvrijheid ontvangen. Pisang goreng (gebakken banaan) en een vrucht die ik nog niet had gegeten, maar wel lekker was om te eten. En verder werd iedereen verwend met Jenkol aangelengd met koffie.
Gisteren gingen we op bezoek bij een oude buurjongen (inmiddels ook al op leeftijd) en zijn gezin met twee kinderen van 30 en 24 jaar. We kwamen door eenzelfde poort als de dag ervoor. De verrassing van het bezoek is groot. Hun huis bestaat uit twee ruimtes. We werden verwelkomd in een ruimte met wat stoelen. Tuinstoelen werden aangesleept. De grootte van de kamer was twee bij vijf. De kamer was verdeeld in twee. Later maak ik foto's van het achterste deel en zie dat de anderen op een bed zitten. Tegenover het bed is nog een tweede ruimte waarin fietsen staan: de schuur. De gastheer verontschuldigt zich en draait snel een spaarlamp in de fitting boven. Hij verklaart dat dit nodig is, omdat het hier vochtig is. Ik kijk naar de wanden en zie inderdaad de tekenen van vocht: opgedroogde druppels en een wand groen uitgeslagen. In de hele ruimte staat 1 zelfgemaakt wandmeubel waarin de belangrijkste spullen liggen: een bijbel, medicijnen en wat andere kleine spullen. Hier geen tv, geluidsinstallatie of iets dergelijks. Wel nog een koelkast naast het meubel. Aan de wanden zijn alle tekenen zichtbaar van een christelijk gezin: een schilderij van Jezus, een kalender van een kerk.
Ook hier diezelfde hartelijkheid als gisteren. Iedereen is welkom. Willen we geen drinken? Nee, we hebben genoeg gegeten en gedronken. We maken kennis en leren elkaar kennen. Ook al is het handen en voetenwerk, we herkennen elkaar in het geloof dat we delen. Er staat een gitaar waar de jongste zoon op speelt. Hij excuseert zich. De normaal zessnarige gitaar heeft er maar drie. De rest kan niet worden gebruikt. De hals is krom getrokken. Aan het einde bidt de dochter voor ons met een intentie die een diep en intens geloof verraadt.
Verschillen zijn er in dit land. Maar de hartelijkheid is verwarmend, waar je ook komt! We besluiten na afloop dat we maandag nog even bij het laatste gezin teruggaan met een hier aan te schaffen nieuwe gitaar.
Uit eten
De afgelopen dagen aten we buiten het hotel. Twee dagen was dat een traditioneel Sundanees restaurant. De Sundanezen zijn een eigen bevolkingsgroep op Java waarvan er veel in Bandung wonen. Er wonen hier drie groepen met een eigen taal. Je begint met het gewone Bahasa Indonesia. Na de eerste woorden hoort mijn schoonzus of de ander een gewone Indonesier, een Sundanees of een Javaan is. Als ze het hoort, gaat ze direct over op de taal van de ander. Grote ogen van herkenning van de ander. Waardoor er contact van hart tot hart ontstaat.
Het Sundanese restaurant is een beIenswaardigheid op zich. Van buiten lijkt het nergens op. Als je binnenkomt eerst een ruimte met tafeltjes en stoelen. Daar willen we niet zijn. We willen traditioneel. Dus lopen we naar achteren. We lopen een houten bruggetje op over een zelfgemaakt poeltje met vissen. Als we het bruggetje over zijn komen we op een houten looppad met daarachter drie vierkanten ruimtes. In elke ruimte staat een lage tafel met daar rondom kussentjes. Hier gaan we eten. Voordat we het vierkant binnengaan moeten we eerst de schoenen uitdoen. Dan gaan we rondom de tafel op de kussens zitten.
Het eten wordt besteld. Ik bestel een soort Gado Gado en een portie sate Kambing (= Geit), de lekkerste sate en de vleessoort waar mijn schoonvader zichtbaar van kon genieten. Bij een portie sate moet je niet denken aan de drie of vijf stokjes die je in Nederland krijgt. Nee, hier moet je er 12 verorberen! Met dit eten bestellen we ook andere porties traditionele groenten. Peteh, een groene ovale grote erwt die een smaak heeft waar je van moet houden. De smaak is niet te vergelijken met een nederlandse groente. Feit is wel dat de smaak of helemaa verrukkelijk is of helemaal verafschuwd wordt. In ons gezin hebben we een aantal peteh-haters en een aantal liefhebbers. De andere groente is. Jenkol. Ook een groente met een bittere soort smaak. De andere echt nederlandse reisgenoot vindt het een speciaal soort aardappel. Verder hoor je in dit restaurant met de handen te eten. Ander bestek is er ook, maar de handen zijn hier het beste bestek.
Het Sundanese restaurant is een beIenswaardigheid op zich. Van buiten lijkt het nergens op. Als je binnenkomt eerst een ruimte met tafeltjes en stoelen. Daar willen we niet zijn. We willen traditioneel. Dus lopen we naar achteren. We lopen een houten bruggetje op over een zelfgemaakt poeltje met vissen. Als we het bruggetje over zijn komen we op een houten looppad met daarachter drie vierkanten ruimtes. In elke ruimte staat een lage tafel met daar rondom kussentjes. Hier gaan we eten. Voordat we het vierkant binnengaan moeten we eerst de schoenen uitdoen. Dan gaan we rondom de tafel op de kussens zitten.
Het eten wordt besteld. Ik bestel een soort Gado Gado en een portie sate Kambing (= Geit), de lekkerste sate en de vleessoort waar mijn schoonvader zichtbaar van kon genieten. Bij een portie sate moet je niet denken aan de drie of vijf stokjes die je in Nederland krijgt. Nee, hier moet je er 12 verorberen! Met dit eten bestellen we ook andere porties traditionele groenten. Peteh, een groene ovale grote erwt die een smaak heeft waar je van moet houden. De smaak is niet te vergelijken met een nederlandse groente. Feit is wel dat de smaak of helemaa verrukkelijk is of helemaal verafschuwd wordt. In ons gezin hebben we een aantal peteh-haters en een aantal liefhebbers. De andere groente is. Jenkol. Ook een groente met een bittere soort smaak. De andere echt nederlandse reisgenoot vindt het een speciaal soort aardappel. Verder hoor je in dit restaurant met de handen te eten. Ander bestek is er ook, maar de handen zijn hier het beste bestek.
De markt
5 mei waren we ook naar een grote overdekte markt gegaan, de Pasar Basar. Bekend in Bandung omdat de spullen daar spotgoedkoop zijn. Dus als je goedkope souveniertjes wilt kopen, weet je waar je moet zijn.
We komen binnen. Het is warm. Er lopen heel veel mensen. Door de warmte hangt er ook een geur waar je de eerste minuten even aan moet wennen. Combinatie van eten, kleding en vooral zweet. Maar de bezienswaardigheid van zo'n grote markt is het waard. Bezienswaardigheid is trouwens wederzijds. We worden door bijna alle verkopers nagekeken. Achter onze rug wordt er gepraat. De een wijst de ander op die buitenlanders die door de pasar lopen. Blijkbaar komen hier niet veel niet-Indonesiers. Om de haverklap worden we aangesproken. Willen we dit niet kopen of dat. Nee, dat hoeven we niet. Er is van alles, maar vooral kleding. Opvallend veel Arabische kledij. Later horen we dat zelfs Maleisiers speciaal hierheen komen om die kleding aan te schaffen.
Een leuk gezicht is bij een kraampje met voetbalkleding. We schaffen er een flink aantal aan. En dan begint het spel. Mijn schoonzus zegt de verkoper dat ze het voor een veel lagere prijs wil hebben. Nee, dat is veel te laag. Ik heb een vrouw en kinderen. Die moeten ook leven. Schoonzus gebruikt al haar charmes. Soms een hoog zangerig stemmetje. Dan weer een aai over het gezicht van de verkoper. Zo gaat het tien minuten door totdat we de voor ons redelijke prijs hebben bereikt. Nog veel lager dan we het zo konden aanschaffen.
In de pasar verblijven we totdat we alles hebben aangeschaft wat we wilden hebben. Wat niet kon worden gevonden wordt op een lijstje geschreven. Een neef gaat daarmee aan de slag om het te vinden. Buiten is het een verademing ten opzichte van binnen. Warm, dat wel, maar koeler dan daarbinnen.
We komen binnen. Het is warm. Er lopen heel veel mensen. Door de warmte hangt er ook een geur waar je de eerste minuten even aan moet wennen. Combinatie van eten, kleding en vooral zweet. Maar de bezienswaardigheid van zo'n grote markt is het waard. Bezienswaardigheid is trouwens wederzijds. We worden door bijna alle verkopers nagekeken. Achter onze rug wordt er gepraat. De een wijst de ander op die buitenlanders die door de pasar lopen. Blijkbaar komen hier niet veel niet-Indonesiers. Om de haverklap worden we aangesproken. Willen we dit niet kopen of dat. Nee, dat hoeven we niet. Er is van alles, maar vooral kleding. Opvallend veel Arabische kledij. Later horen we dat zelfs Maleisiers speciaal hierheen komen om die kleding aan te schaffen.
Een leuk gezicht is bij een kraampje met voetbalkleding. We schaffen er een flink aantal aan. En dan begint het spel. Mijn schoonzus zegt de verkoper dat ze het voor een veel lagere prijs wil hebben. Nee, dat is veel te laag. Ik heb een vrouw en kinderen. Die moeten ook leven. Schoonzus gebruikt al haar charmes. Soms een hoog zangerig stemmetje. Dan weer een aai over het gezicht van de verkoper. Zo gaat het tien minuten door totdat we de voor ons redelijke prijs hebben bereikt. Nog veel lager dan we het zo konden aanschaffen.
In de pasar verblijven we totdat we alles hebben aangeschaft wat we wilden hebben. Wat niet kon worden gevonden wordt op een lijstje geschreven. Een neef gaat daarmee aan de slag om het te vinden. Buiten is het een verademing ten opzichte van binnen. Warm, dat wel, maar koeler dan daarbinnen.
vrijdag 6 mei 2011
5 mei: ziek en markt
Het was te verwachten in de andere omgeving. We staan op en horen dat Qalieb ziek is. In deze omgeving is dat anders dan thuis. Diarree kan een teken zijn van een virus of gewoon door de veranderingen en vermoeidheid. Gelukkig blijkt dit na een dag het laatste te zijn. Gisteren hebben we hem dus ziek thuis achtergelaten. Vandaag is hij aan de beterende hand en blijven we dicht bij huis. Ook wel nodig want andere reisgenoot ligt nu weer ziek op bed met dezelfde verschijnselen.
Gisteren hebben we wat inkopen gedaan. Eerst voor mij naar de mobiele internetaanbieder. Denk voor de snelheid van helpen niet aan de bel- of internetwinkels in Nederland. Je komt binnen in een heel moderne omgeving. Loketten op afroep met de middelen die we ook van de gemeenteloketten in Arnhem kennen. Alleen worden de nummers en loketten ook nog door een calldame afgeroepen. Om de twee minuten weer een nieuw loket open. Na de vijftiende denken we vermoeid aan degenen die hier de hele dag werken. We worden geholpen door een meisje die net zoals de rest gestoken is in een grijsrood uniform. De kleur van het bedrijf. De moslimdames in dito rode hoofddoek. Zo zie je hoe de moslimlanden zelf ermee omgaan.
We leggen uit dat we een kaart nodig jebben voor een Ipad. De Ipad wordt in ontvangst genomen. We spreken de duurste versie af: omgerekend 15 euro voor 30 dagen. Dan begint het voor Nederlandse begrippen lange wachten. Het meisje gaat eerst met de laptop linksaf. Na een kwartier komt ze terug. Maar ze komt niet onze kant op, maar loopt rechts een andere deur door. Een van de reisgenoten grapt al dat we die niet meer terug zien. Toch een beetje meer vertrouwen in dit land. Een halfuur later komt ze weer terug. Alles is geregeld. Ik kan nu internetten zonder afhankelijk te zijn van de verbindingen in het hotel.
Mijn schoonzus wil voor haar thuisblijvende familieleden sieraden aanschaffen. Daarom stoppen we bij de goudbuurt. Als ze na een kwartier nog niet terug is, stappen Aneta en ik uit om even door de buurt te lopen. Overal aan de kant kraampjes en kleine winkeltjes. Een opvallend kraampje is een man met een naaimachine. Boven zijn parasol staat 'Vermak'. Indonesisch heeft veel Nederlandse leenwoorden. Mensen brengen hier hun kapotte kleding om ze hier weer te laten 'vermaken'.
Gisteren hebben we wat inkopen gedaan. Eerst voor mij naar de mobiele internetaanbieder. Denk voor de snelheid van helpen niet aan de bel- of internetwinkels in Nederland. Je komt binnen in een heel moderne omgeving. Loketten op afroep met de middelen die we ook van de gemeenteloketten in Arnhem kennen. Alleen worden de nummers en loketten ook nog door een calldame afgeroepen. Om de twee minuten weer een nieuw loket open. Na de vijftiende denken we vermoeid aan degenen die hier de hele dag werken. We worden geholpen door een meisje die net zoals de rest gestoken is in een grijsrood uniform. De kleur van het bedrijf. De moslimdames in dito rode hoofddoek. Zo zie je hoe de moslimlanden zelf ermee omgaan.
We leggen uit dat we een kaart nodig jebben voor een Ipad. De Ipad wordt in ontvangst genomen. We spreken de duurste versie af: omgerekend 15 euro voor 30 dagen. Dan begint het voor Nederlandse begrippen lange wachten. Het meisje gaat eerst met de laptop linksaf. Na een kwartier komt ze terug. Maar ze komt niet onze kant op, maar loopt rechts een andere deur door. Een van de reisgenoten grapt al dat we die niet meer terug zien. Toch een beetje meer vertrouwen in dit land. Een halfuur later komt ze weer terug. Alles is geregeld. Ik kan nu internetten zonder afhankelijk te zijn van de verbindingen in het hotel.
Mijn schoonzus wil voor haar thuisblijvende familieleden sieraden aanschaffen. Daarom stoppen we bij de goudbuurt. Als ze na een kwartier nog niet terug is, stappen Aneta en ik uit om even door de buurt te lopen. Overal aan de kant kraampjes en kleine winkeltjes. Een opvallend kraampje is een man met een naaimachine. Boven zijn parasol staat 'Vermak'. Indonesisch heeft veel Nederlandse leenwoorden. Mensen brengen hier hun kapotte kleding om ze hier weer te laten 'vermaken'.
Naar school
Wat ik de vorige keer nog niet heb verteld is dat we ook naar de oude school van schoonzus en zwager zijn geweest. Dat was een belevenis! Zowel voor ons als voor de schoolgaande kinderen. Stel je voor: je zit in de klas. Er komt nooit iemand op bezoek. En dan ineens staan er zes vreemden op je schoolplein, waarvan 2 echt blank en 1 jong. Wat doe je dan? Juist! We werden in een mum van tijd omringd door een hele horde kinderen. Iedereen wilde ons zien. De klas bovenin rende het klaslokaal uit om ons enthousiast toe te zwaaien met uitbundig geluid. De leraren werden er duidelijk door overvallen. Voor sommigen van ons die de taal niet machtig zijn ook lastig mee om te gaan. Ik voelde me even tot status van popster verheven. Idols in een Indonesische omgeving. Na vijf minuten keerde de rust weer doordat de directie zo slim was ons uit te nodigen in de lerarenkamer. Daar mochten we kennis maken met enkele leerkrachten.
Na verloop van tijd gingen we weer weg. Weer dezelfde toestanden. Zeker toen Qalieb een van z'n straatvoetbalacties liet zien! Het lukte niet zoals hij wilde, vanwege de halflege plastic bal waarmee werd gevoetbald. Maar ja, in het land der blinden is de eenoog koning, dus na afloop applaus en gejuich van de jonge voetballertjes. En natuurlijk gelijk zelf proberen...
We gingen weg. Een groep kinderen zwaaide ons uit. Kregen een hand van ons. Die ze volgens de beleefdheidsnormen met de rug aan het hoofd plaatsten.
Na verloop van tijd gingen we weer weg. Weer dezelfde toestanden. Zeker toen Qalieb een van z'n straatvoetbalacties liet zien! Het lukte niet zoals hij wilde, vanwege de halflege plastic bal waarmee werd gevoetbald. Maar ja, in het land der blinden is de eenoog koning, dus na afloop applaus en gejuich van de jonge voetballertjes. En natuurlijk gelijk zelf proberen...
We gingen weg. Een groep kinderen zwaaide ons uit. Kregen een hand van ons. Die ze volgens de beleefdheidsnormen met de rug aan het hoofd plaatsten.
woensdag 4 mei 2011
Redelijke rust
Haaaa, uitslapen. Om acht uur zitten we aan tafel. Even wennen na het uitgebreide hotel in Jakarta. Minder keuse, wel zo makkelijk. Geen haast om weg te gaan. Twaalf uur pas weg. Na het ontbijt gaan we buiten zitten. Wat is her hier lekker na die broeiende hitte van Jakarta. Nederland in de volle zomer. Dat is de sfeer die we proeven. Alleen de geur is anders. Lekker samen relaxen op het terraa. Genieten van het even niets doen.
Twaalf uur gaan we op pad. Er staat het postkantoor op het programma. En een bezoek aan het geboortehuis van de meereizende familieleden. Dat laatste is het leukst om te vertellen. We komen aan en parkeren voor nummer 13: het betreffende huis. Geen bel, dus klopt een familielid dat in Bandung woont en met ons meereist op de deur en roept of er iemand thuis is. We vragen of we binnen mogen komen en leggen uit waarom. Het wordt toegestaan en we lopen binnen enkele seconden door het huis met de vele herinneringen. Voor het eerst komen we wat herinneringen bij Aneta boven bij het zien van die beelden. De rest is ng enthousiaster. Hier waa dit, daar was dat. Buitengekomen naar de achtertuin. Gelukkig loop ik iets achter de groep aan. Helemaal in de achtertuin wordt de groep die vooraan loopt aangevallen door de vele muggen die daar rondzwermen. We rennen in alle haast terug, maar helaas, sommigen zijn lekgeprikt door hetongetwijfeld nuttige ongedierte.
Al jeukend lopen we door de straat met de vele herinneringen. Kinderen die natuuurlijk in die hele warme dag buiten spelen ontdekken ons. Boule, boule, horen we. Wit, wit, vrij vertaald. En binnen no time loopt een groep van zo'n tien kinderen achter ons aan. Tja wat wil je. Met een kale blanke, een blanke met een staart en een halve blanke. Dat zien ze niet zo vaak. Op dd hoek van de straat komt het kind van een van ons boven. Hij loopt op ze toe en roept heel hard BOEEE. De kinderen lopen van schrik uiteen. Eentje valt over de steentjes en rommel op straat en blijft liggen. Het gejoel stopt en met zijn allen staan ze om het zielige kind heen. Tand door de lip....
Twaalf uur gaan we op pad. Er staat het postkantoor op het programma. En een bezoek aan het geboortehuis van de meereizende familieleden. Dat laatste is het leukst om te vertellen. We komen aan en parkeren voor nummer 13: het betreffende huis. Geen bel, dus klopt een familielid dat in Bandung woont en met ons meereist op de deur en roept of er iemand thuis is. We vragen of we binnen mogen komen en leggen uit waarom. Het wordt toegestaan en we lopen binnen enkele seconden door het huis met de vele herinneringen. Voor het eerst komen we wat herinneringen bij Aneta boven bij het zien van die beelden. De rest is ng enthousiaster. Hier waa dit, daar was dat. Buitengekomen naar de achtertuin. Gelukkig loop ik iets achter de groep aan. Helemaal in de achtertuin wordt de groep die vooraan loopt aangevallen door de vele muggen die daar rondzwermen. We rennen in alle haast terug, maar helaas, sommigen zijn lekgeprikt door hetongetwijfeld nuttige ongedierte.
Al jeukend lopen we door de straat met de vele herinneringen. Kinderen die natuuurlijk in die hele warme dag buiten spelen ontdekken ons. Boule, boule, horen we. Wit, wit, vrij vertaald. En binnen no time loopt een groep van zo'n tien kinderen achter ons aan. Tja wat wil je. Met een kale blanke, een blanke met een staart en een halve blanke. Dat zien ze niet zo vaak. Op dd hoek van de straat komt het kind van een van ons boven. Hij loopt op ze toe en roept heel hard BOEEE. De kinderen lopen van schrik uiteen. Eentje valt over de steentjes en rommel op straat en blijft liggen. Het gejoel stopt en met zijn allen staan ze om het zielige kind heen. Tand door de lip....
Een moeiliijke maar mooie dag
Vroeg weg. Op naar Depok. We gingen schoonvader echt begraven. Al vroeg waren we bij de oom en tante waar we de vorige dag waren. Nog een tante rijdt met ons mee. Herkenbaarheid voor veel van mijn reisgenoten. Kijk hier weet je nog. Ja daar het voetbalveld. Alle sawa's zijn huizen geworden. Dorp is stad geworden. Maar sommige dingen zijn nog precies als vroeger. Zo ook de begraafplaats waar we aankomen. Denk niet aan Nederland als je daar aan denkt. Graven overal en nergens. Rommel hier en daar. Nog meer waar ik maar niet van vraag wat het is. We hebben afgesloten kleding aan, want er kunnen door alles wat er ligt veel muggen rondzwermen. Dat laatste valt mee, maar de warmte door de dubbele kleding zonder korte mouwen of pijpen zorgt al snel voor zweetdruppeltjes overal waar het maar kan. We komen bij het graf van de ouders en broer van (o)pa. De directe familie moet op de rand van het graf gaan staan. Drie kwart van de schoenen passen er op (mijn maat). Acrobatiek langs het graf terwijl warmte en emotie hun werk doen. Er wordt door de dominee een korte liturgie gedaan met liederen in het Indonesisch die we ook in onze taal kennen. We kunnen ons nog inhouden, maar op het momenr dat de urn in het graf daalt komt er toch wel een enkele traan boven. Na afloop bedanken we de dominee en aanwezigen met een eerder gekocht doosje broodjes en lekkers van Dutch Bakery. We praten nog wat na en ik kijk naar hoe de begraafplaats eruit zien, met alle graven opgesteld in ouder Nederlands en Indonesich.
Daarna gaan we verder voor iets wat we de rest van de dag doen: familie bezoeken. Een prachtige gelegenheid om de cultuur van het land te leren kennen. Iedereen mag zitten. We worden getrakteerd op lekkers. Weer op de terrassen buiten het huis. Ik mag de huizen van binnen zien. Zoals eerder grote huizen die naar binnen zijn gebouwd. Voor mij is een huis interessant. Ze hebben er een kerk bijgebouwd waar de Bethel Pinkstergemeente samenkomt. Een lege ruimte met een podiumpje en klapstoelen aan de wand. Hier wordt gewerkt en geleefd. We mogen ook daar bij elkaar zitten. We zeggen dat we even blijven. Geen probleem. Water wordt aangesleept. Een brommer gaat snel weg en voordat we weten staat ee verse bamisoep op tafel. Teveel om op te eten dus ik mix er een met Aneta. Ik eet met stokjes en al.
Na de vele familiebezoeken gaan we op pad naar Bandung. Niet over de snelle tolweg, maar over de mooie bergweg. Helemaal omhoog. Met alle s-bochten van dien. En het verkeer blijft hetzelfde. Wie kan inhalen doet het. Soms ook ergens in een bocht. Gelukkig heb ik vanochtend nog veilig in Jezus armen gezongen en neem het letterlijk. Wat er ook gebeurt: ik ben daar veilig. En de chauffeur is zeer ervaren bovendien.
Bovenop de berg laden we uit voor een maaltijd en prachtig uitzicht. Daarna nog twee uur door het donker rijden. Nou ja, donker... Als je mee rijdt, zie je de vaak grote lichten van tegenliggers in het duister. Knap dat onze chauffeur zich daar zo goed door heen manouvreert. Halftien zijn we er. Een drukke dag sluiten we af. Morgen iets rustiger doen. Zeggen we...
Daarna gaan we verder voor iets wat we de rest van de dag doen: familie bezoeken. Een prachtige gelegenheid om de cultuur van het land te leren kennen. Iedereen mag zitten. We worden getrakteerd op lekkers. Weer op de terrassen buiten het huis. Ik mag de huizen van binnen zien. Zoals eerder grote huizen die naar binnen zijn gebouwd. Voor mij is een huis interessant. Ze hebben er een kerk bijgebouwd waar de Bethel Pinkstergemeente samenkomt. Een lege ruimte met een podiumpje en klapstoelen aan de wand. Hier wordt gewerkt en geleefd. We mogen ook daar bij elkaar zitten. We zeggen dat we even blijven. Geen probleem. Water wordt aangesleept. Een brommer gaat snel weg en voordat we weten staat ee verse bamisoep op tafel. Teveel om op te eten dus ik mix er een met Aneta. Ik eet met stokjes en al.
Na de vele familiebezoeken gaan we op pad naar Bandung. Niet over de snelle tolweg, maar over de mooie bergweg. Helemaal omhoog. Met alle s-bochten van dien. En het verkeer blijft hetzelfde. Wie kan inhalen doet het. Soms ook ergens in een bocht. Gelukkig heb ik vanochtend nog veilig in Jezus armen gezongen en neem het letterlijk. Wat er ook gebeurt: ik ben daar veilig. En de chauffeur is zeer ervaren bovendien.
Bovenop de berg laden we uit voor een maaltijd en prachtig uitzicht. Daarna nog twee uur door het donker rijden. Nou ja, donker... Als je mee rijdt, zie je de vaak grote lichten van tegenliggers in het duister. Knap dat onze chauffeur zich daar zo goed door heen manouvreert. Halftien zijn we er. Een drukke dag sluiten we af. Morgen iets rustiger doen. Zeggen we...
De tweede dag...
Vakantie. Uitslapen en laat naar bed gaan? Nou hier zeker niet. Maandag vroeg om 7 uur zitten we aan de ontbijttafel. En hoe. We gaan voor echt indonesisch. voor ons warm eten is hier ontbijt. Nasi en bami. met alle andere lekkernijen die je kunt bedenken. Dus na een tijd is de buik voldoende gevuld voor de eerste echte reis.
We gaan naar Depok, de plaats waar mijn schoonvader is geboren en morgen wordt begraven. Naar familie om de begrafenis voor te bereiden. Met gemiddeld 30 kilometer per uur door de drukke straten van de Indonesische hoofdstad. Die blijkt inmiddels het oude dorpje helemaal te hebben ingenomen. Na een randstadrit van anderhalf uur en nog een klein uur zoeken naar de straat waarvan er acht zijn in Depok.
Als we er zijn worden we hartelijk ontvangen. Ik begin iets te zien van de Indonesische cultuur. Weg van de snelweg worden huizen gebouwd. Daar in de kleine straatjes en steegjes voltrekt zich het echte leven. Aan een steegje ligt het huis van de oom en tante die wij bezoeken. De tuin is voor. Die lopen we binnen. Belegd met marmer of in ieder geval koud glanzend steen, waarmee de grond van de rest van het huis is gebouwd. Naar binnen kom ik in kamer na kamer. Iets verderop een andere doorgang. Daar is het huis van de dochter van de oom en tante. Zo leven ze. Veel op straat. De huizen naar achteren gebouwd en lekker koel.
We bereiden de dienst voor morgen voor. Gelukkig hoef ik niets te doen, waar eerder wel sprake van zou zijn. De enige dominee of zo in de familie. Na verloop van tijd vertrekken we weer. Veel te vroeg voor tante die al bezig was ons te gaan verwennen met iets lekkers. Nee, Nederlanders als we zijn zeiden we van tevoren dat we niets hoefden, en daar houden we ons aan. We lopen weer naar de hoofdweg om de bus met koeling te nemen.
Die brengt ons midden op de dag naar een haven die hier heel bekend is. Midden op de dag betekent de eerste echte ervaring met de file. Ik heb dus ruim tijd om het een en ander te schrijven. De route heb ik al gezien.
De haven is. In het zicht. Ergens achteraan moet een oud VOC schip liggen. De haven is een bezienswaardigheid voor wie de efficiency van de Rotterdamse haven kent. Alles loopt en rijdt door elkaar heen. Van alles en nog wat worden geladen of gelost. We zien spullen waar je in Nederland ver weg van moet blijven zoals stapels asbest. Milieu is er, maar niet om te beschermen. Rommel ligt op straat, of wordt voor ons oog weggegooid. We kijken even in het water van de haven. Vies en vuil met van alles in het water waar je maar liever niet over nadenkt.
Het VOC schip zien we niet door de kluwen van schepen en scheepjes die in de haven liggen en de vele arbeiders die er werken, samen met de eettentjes die er voor de noodzakelijke makan en minum staan opgesteld. Wat een leuke en informele economie is het hier toch. Alles dichtbij wat je nodig hebt. Makan pak? om de paar minuten. We laten beleefd weten dat het niet hoeft.
Weer door naar de volgende stop. Het oude Batavia. Een van de oude en weinige bezienswaardigheden in economisch bruisend Jakarta. Een plein dat de sfeer van het oude koloniale verleden uitstraalt. We zijn dorstig van de haven en de rest van de reis. Dus we trekken een van de oude koloniale koffiehuizen binnen. En wanen ons direct een paar eeuwen terug in de tijd. Tijd voor een frisse tussenstop met mooi uitzicht. Na afloop bekijken we het gebied. Aardig, maar om nou te zeggen dat het me veel doet....
Op naar de plek waar we de avondmaaltijd zullen genieten. We willen eerst naar China Town maar zien ervan af. Teveel lopen. Dus worden we afgezet in het grote Mall Town. Waarom nu Mall Town? Dat begrijpen we al snel als we het grote winkelcentrum binnenlopen. Er komt geen einde aan. Negen verdiepingen luxe spullen en restaurants. Kilometers achter elkaar. Een aantal opmerkelijke dingen in die onmetelijk grote overdeke stad. Zomaar een winkel met "Christian Music". De nieuwste gospelmuziek te koop in het grootste moslimland ter wereld. Tot aan de nieuwste van Sharon Kips, volgens mij toch vooral een beroemdheid in eigen land. We lopen de zaak uit en komen aan de overkant een christelijke boekwinkel tegen. Ook hierin wordt voorzien. Op een vleugel alleen maar restaurants. Indonesische meisjes met cowboyhoeden prijzen de Amerikaanse fastfood aan. We kiezen voor een Javaans eethuis. Heerlijk, zeer smakelijk en genieten....
Na het eten gaan we verder. Komen een nieuwe cultuurschok tegen. Waar wij onze hand niet voor omdraaien, wat wij in elke supermarkt tegenkomen, wordt hier alleen in een Grand Café verkocht. Tientallen mensen in de afhaalrij voor ... een Magnum. Een heel restaurant voor het meest bekende ijsje ter wereld. Hier willen ze er voor in de rij staan!
We gaan naar Depok, de plaats waar mijn schoonvader is geboren en morgen wordt begraven. Naar familie om de begrafenis voor te bereiden. Met gemiddeld 30 kilometer per uur door de drukke straten van de Indonesische hoofdstad. Die blijkt inmiddels het oude dorpje helemaal te hebben ingenomen. Na een randstadrit van anderhalf uur en nog een klein uur zoeken naar de straat waarvan er acht zijn in Depok.
Als we er zijn worden we hartelijk ontvangen. Ik begin iets te zien van de Indonesische cultuur. Weg van de snelweg worden huizen gebouwd. Daar in de kleine straatjes en steegjes voltrekt zich het echte leven. Aan een steegje ligt het huis van de oom en tante die wij bezoeken. De tuin is voor. Die lopen we binnen. Belegd met marmer of in ieder geval koud glanzend steen, waarmee de grond van de rest van het huis is gebouwd. Naar binnen kom ik in kamer na kamer. Iets verderop een andere doorgang. Daar is het huis van de dochter van de oom en tante. Zo leven ze. Veel op straat. De huizen naar achteren gebouwd en lekker koel.
We bereiden de dienst voor morgen voor. Gelukkig hoef ik niets te doen, waar eerder wel sprake van zou zijn. De enige dominee of zo in de familie. Na verloop van tijd vertrekken we weer. Veel te vroeg voor tante die al bezig was ons te gaan verwennen met iets lekkers. Nee, Nederlanders als we zijn zeiden we van tevoren dat we niets hoefden, en daar houden we ons aan. We lopen weer naar de hoofdweg om de bus met koeling te nemen.
Die brengt ons midden op de dag naar een haven die hier heel bekend is. Midden op de dag betekent de eerste echte ervaring met de file. Ik heb dus ruim tijd om het een en ander te schrijven. De route heb ik al gezien.
De haven is. In het zicht. Ergens achteraan moet een oud VOC schip liggen. De haven is een bezienswaardigheid voor wie de efficiency van de Rotterdamse haven kent. Alles loopt en rijdt door elkaar heen. Van alles en nog wat worden geladen of gelost. We zien spullen waar je in Nederland ver weg van moet blijven zoals stapels asbest. Milieu is er, maar niet om te beschermen. Rommel ligt op straat, of wordt voor ons oog weggegooid. We kijken even in het water van de haven. Vies en vuil met van alles in het water waar je maar liever niet over nadenkt.
Het VOC schip zien we niet door de kluwen van schepen en scheepjes die in de haven liggen en de vele arbeiders die er werken, samen met de eettentjes die er voor de noodzakelijke makan en minum staan opgesteld. Wat een leuke en informele economie is het hier toch. Alles dichtbij wat je nodig hebt. Makan pak? om de paar minuten. We laten beleefd weten dat het niet hoeft.
Weer door naar de volgende stop. Het oude Batavia. Een van de oude en weinige bezienswaardigheden in economisch bruisend Jakarta. Een plein dat de sfeer van het oude koloniale verleden uitstraalt. We zijn dorstig van de haven en de rest van de reis. Dus we trekken een van de oude koloniale koffiehuizen binnen. En wanen ons direct een paar eeuwen terug in de tijd. Tijd voor een frisse tussenstop met mooi uitzicht. Na afloop bekijken we het gebied. Aardig, maar om nou te zeggen dat het me veel doet....
Op naar de plek waar we de avondmaaltijd zullen genieten. We willen eerst naar China Town maar zien ervan af. Teveel lopen. Dus worden we afgezet in het grote Mall Town. Waarom nu Mall Town? Dat begrijpen we al snel als we het grote winkelcentrum binnenlopen. Er komt geen einde aan. Negen verdiepingen luxe spullen en restaurants. Kilometers achter elkaar. Een aantal opmerkelijke dingen in die onmetelijk grote overdeke stad. Zomaar een winkel met "Christian Music". De nieuwste gospelmuziek te koop in het grootste moslimland ter wereld. Tot aan de nieuwste van Sharon Kips, volgens mij toch vooral een beroemdheid in eigen land. We lopen de zaak uit en komen aan de overkant een christelijke boekwinkel tegen. Ook hierin wordt voorzien. Op een vleugel alleen maar restaurants. Indonesische meisjes met cowboyhoeden prijzen de Amerikaanse fastfood aan. We kiezen voor een Javaans eethuis. Heerlijk, zeer smakelijk en genieten....
Na het eten gaan we verder. Komen een nieuwe cultuurschok tegen. Waar wij onze hand niet voor omdraaien, wat wij in elke supermarkt tegenkomen, wordt hier alleen in een Grand Café verkocht. Tientallen mensen in de afhaalrij voor ... een Magnum. Een heel restaurant voor het meest bekende ijsje ter wereld. Hier willen ze er voor in de rij staan!
De eerste echte dag
Ik laat mijn zintuigen werken. Ik kijk om mij heen, ik luister naar de geluiden, ik ruik de lucht om mij heen en voel de warmte van het nieuwe land. Wat is het anders. Visumaanvraag. In de rij alsof je bij de Efteling staat, zonder tijdsaanduiding natuurlijk. Drie loketten zijn open, twee niet. Aan de andere kant staan collega's van de lokettisten werkloos toe te zien hoe zij hun werk doen. Geen bericht door de microfoon of de extra kassa geopend kan worden. De nu even niet werkende lokettisten zien toe hoe die buitenlanders een voor een hun paspoort trekken en het ingevulde formulier overhandigen. We hebben al betaald bij een ander loket. Als we uit goede wil met zijn drieen voor het loket staan, worden twee weggestuurd. Een per keer. Ieder voor zich. En met een tempo die de rij alleen maar langer doet worden. Maar goed, het is een ambtenaar die zijn werk secuur moet doen en nog niet van klantvriendelijk werken heeft gehoord.
Daarna lopen we snel door de douane heen. Zoekend naar de chauffeur die ons de komende maand op onze reis zal begeleiden. Hij excuseert zich voor zijn kleine bus. Morgen is er een andere. Het blijkt een grap, want al snel zitten we met zijn zessen in de bus voor negen passagiers.
De warmte is klam. Al snel zit het zweet overal waar ik het het liefst niet wil hebben. Maar goed, ik heb me erop ingesteld, dus valt de warmte me redelijk mee. De chauffeur rijdt ons naar het hotel midden in Jakarta. De zintuigen doen weer hun werk. Ik verbaas me over het verkeer dat over vier- en vijfbaanswegen schots en scheef door elkaar heen rijdt. Ze maken zich bekend door op hun claxon te duwen. Dat doen ze dus allemaal. Er doemen in de verte allerlei wolkenkrabbertjes op. Langs de wegen staan borden die zo uit Amerika kunnen zijn ingevoerd. Tussen de hoge bomen het mos en laaggroeiend groen van huizen en huisjes of wat daarvoor moet doorgaan. Welkom in de biotoop van deze Aziatische stad.
De wegen zijn groot en breed. Beter geworden volgens mijn reisgenoten. Ik zie elf uur op de klok in de bus. We kunnen snel door rijden. Gevolg van de vrije zondag waardoor veel mensen zich elders begeven dan op de doordeweeks overvolle snelwegen. Elf uur 's ochtends. Terwijl ik al 21 uur onderweg ben. Toch geen last van een jetlag. In de auto naar Schiphol had ik de klok al omgezet naar de andere tijd en in het vliegtuig zette ik mijn biologische klok om. Nog een hele dag de tijd om iets van het nieuwe land te proeven.
Het hotel is groot en schoon. Een plafond alsof je je in een kathedraal begeeft. We wachten op de kamers. Sommigen gebruiken het om een grote sanitaire stop te maken na die lange reis. We bekijken het zwembad en de fitnessruimte. We zullen er gebruik van maken zeggen drie tegen elkaar. Dan een paar uur pauze. Even niets aan het hoofd. Kamers inrichten. En slapen. Voor mij een twee uur durend hazenslaapje. En daarna de elektronica bewonderen.
We besluiten even wat boodschappen te doen. In een winkel aan de overkant van de weg. Maar... hoe kom je daar? Auto's en brommers rijden al claxonerend door elkaar heen. We zien een gaatje en gaan snel over. Maar dan. Staan we midden op de weg. Hoe doe je dwt. Niemand geeft ons voorrang. Geen zebrapad te zien. Eindelijk krijgen we het door. Loop, steek je hand uit naar het tegemoetkomend verkeer. En ze minderen vaart zodat je kunt oversteken.
En dan... night sightseeing door Jakarta. Aan de kant van de weg mensen, mensen, mensen. Kraampjes met eten waar je maar kijkt. Een markt met tweedehands spullen. En overal afval en rommel op straat. We vinden een eettentje. Sundanees van afkomst en smaak. Bestellen nasi, groente en saté van beef. Niet veel later komt een nog schuchterder bediende dan ze normaal is bij ons om te melden dat het beef op is, maar dat ze garnalen daarvoor in de plaats geeft. Is geen probleem. Lekkere garnalen. Heerlijke maaltijd. Van de rekening staan we, nederlanders dat we zijn, steil achterover (in positieve zin dan wel te verstaan). Driekwart van de prijs is van de garnalen. We betalen met oud geld waar niet meer mee betaald kan worden. Hebben we nog van een vorige reis. Even uitproberen hoe beleefd men is als hen dit overkomt. Valt me goed mee. Even later komt de dame terug met het excuus dat het geld niet meer gebruikt mag worden. We hebben lekker gegeten. Of de beef nou echt op was laten we maar net zo lekker in het midden.
Daarna lopen we snel door de douane heen. Zoekend naar de chauffeur die ons de komende maand op onze reis zal begeleiden. Hij excuseert zich voor zijn kleine bus. Morgen is er een andere. Het blijkt een grap, want al snel zitten we met zijn zessen in de bus voor negen passagiers.
De warmte is klam. Al snel zit het zweet overal waar ik het het liefst niet wil hebben. Maar goed, ik heb me erop ingesteld, dus valt de warmte me redelijk mee. De chauffeur rijdt ons naar het hotel midden in Jakarta. De zintuigen doen weer hun werk. Ik verbaas me over het verkeer dat over vier- en vijfbaanswegen schots en scheef door elkaar heen rijdt. Ze maken zich bekend door op hun claxon te duwen. Dat doen ze dus allemaal. Er doemen in de verte allerlei wolkenkrabbertjes op. Langs de wegen staan borden die zo uit Amerika kunnen zijn ingevoerd. Tussen de hoge bomen het mos en laaggroeiend groen van huizen en huisjes of wat daarvoor moet doorgaan. Welkom in de biotoop van deze Aziatische stad.
De wegen zijn groot en breed. Beter geworden volgens mijn reisgenoten. Ik zie elf uur op de klok in de bus. We kunnen snel door rijden. Gevolg van de vrije zondag waardoor veel mensen zich elders begeven dan op de doordeweeks overvolle snelwegen. Elf uur 's ochtends. Terwijl ik al 21 uur onderweg ben. Toch geen last van een jetlag. In de auto naar Schiphol had ik de klok al omgezet naar de andere tijd en in het vliegtuig zette ik mijn biologische klok om. Nog een hele dag de tijd om iets van het nieuwe land te proeven.
Het hotel is groot en schoon. Een plafond alsof je je in een kathedraal begeeft. We wachten op de kamers. Sommigen gebruiken het om een grote sanitaire stop te maken na die lange reis. We bekijken het zwembad en de fitnessruimte. We zullen er gebruik van maken zeggen drie tegen elkaar. Dan een paar uur pauze. Even niets aan het hoofd. Kamers inrichten. En slapen. Voor mij een twee uur durend hazenslaapje. En daarna de elektronica bewonderen.
We besluiten even wat boodschappen te doen. In een winkel aan de overkant van de weg. Maar... hoe kom je daar? Auto's en brommers rijden al claxonerend door elkaar heen. We zien een gaatje en gaan snel over. Maar dan. Staan we midden op de weg. Hoe doe je dwt. Niemand geeft ons voorrang. Geen zebrapad te zien. Eindelijk krijgen we het door. Loop, steek je hand uit naar het tegemoetkomend verkeer. En ze minderen vaart zodat je kunt oversteken.
En dan... night sightseeing door Jakarta. Aan de kant van de weg mensen, mensen, mensen. Kraampjes met eten waar je maar kijkt. Een markt met tweedehands spullen. En overal afval en rommel op straat. We vinden een eettentje. Sundanees van afkomst en smaak. Bestellen nasi, groente en saté van beef. Niet veel later komt een nog schuchterder bediende dan ze normaal is bij ons om te melden dat het beef op is, maar dat ze garnalen daarvoor in de plaats geeft. Is geen probleem. Lekkere garnalen. Heerlijke maaltijd. Van de rekening staan we, nederlanders dat we zijn, steil achterover (in positieve zin dan wel te verstaan). Driekwart van de prijs is van de garnalen. We betalen met oud geld waar niet meer mee betaald kan worden. Hebben we nog van een vorige reis. Even uitproberen hoe beleefd men is als hen dit overkomt. Valt me goed mee. Even later komt de dame terug met het excuus dat het geld niet meer gebruikt mag worden. We hebben lekker gegeten. Of de beef nou echt op was laten we maar net zo lekker in het midden.
maandag 2 mei 2011
Op reis in het vliegtuig
Eindelijk in her vliegtuig. We Zijn ingestapt. Een melding op de startbaan. Er is een probleem. Het duurt even wat langer. Daar zit je dan met je nederlandse gesteldheid waarin elke seconde telt. Een uur later zitten we gelukkig in de lucht. Als ik al vliegangst had, zal ik er nu wel snel van afkomen. Vier vliegtuigen zal ik in deze periode tegenkomen. Vier keer stijgen en landen. Bovendien de ervaring van langer vliegen dan de drie uur die ik tot nu toe heb meegemaakt. Boeken meenemen was mijn devies. En de ipod op de ipad aanzetten. Vliegen maar... Maar ja, na vier uur lezen vallen de ogen langzaam maar zekee dicht. Daar maar even aan toegeven. Even totdat de volgende turbulentie zich aandoet. We zullen weten dat we over de Kaspische zee en Tora Bora vliegen. Dat is even wat anders dan een binneneuropees vluchtje naar Kreta of Turkije.
Tussendoor kijk ik op m'n scherm waar ik de vlucht kan volgen. Zo zie ik welke route we volgen. Duitsland, Polen, Rusland, Georgie. En dan de Europese grens over naar Turkmenistan, Afghanistan, Pakistan en India. En dat alles in nog geen 12 uur met een gemiddelde snelheid van 950 km per uur. Je zult die route eens met de auto moeten doen, bedenk ik me. Daar ben je dan aardig wat meer uren mee zoet.
Ik tel de uren. Ik zie wanneer we het point of no return hebben bereikt, ergens boven de plek waar Kamp Holland en Kandahar liggen, bekend van radio en tv en mijn zoon die er twee maanden heeft gebivakkeerd. Na een voor het gevoel eindeloze reis, wordt het eindpunt aangekondigd. Welkom in Kuala Lumpur, hoofdstad van Maleisie, onze tussenstop.
21 graden lijkt koud maar logisch aangezien het hier zes uur in de ochtend is. We kijken op het bord waar we moeten zijn voor de volgende vlucht. We hebben nog ruim twee uur en moeten naar de verderop gelegen vertrekhal. Met een monorail zijn we daar binnen de kortste keren. De beker koffie bij een bekende Amerikaanse grootkoffieverbruiker heb ik dan al achter de kiezen. Familie van ons koopt even snel de noodzakelijke maar vooral gewenste alcohol in grootverpakking.
T Niet zoveel later zitten we in ons laatste vliegtuig dat ons naar Jakarta zal brengen. We zijn verdeeld ondergebracht. Ik zit voor het eerst aan het raam. Bij het vertrek kijk ik toch liever de eerste minuten de andere kant op. Maar als de hoogte gewend is zie ik naast mij het eiland van Maleisie voor mij wegtrekken. Voor even, want daarna onttrekt een wolkendek het zicht op wat er beneden mij ligt. Ik ben blij dat deze vlucht hooguit twee uur duurt. Een korte vlucht is berekend op mensen met een voornamelijk kleine lichaamsbouw. Als iedereen normaal zit, kan dat net, maar als mijn voorzitter haar stoel op ligstand zet, kan ik mijn knieen ternauwernood redden van een ernstige beklemming. Gelukkig is de tussentijdse maaltijd (lunch om 9 uur indonesische tijd) al snel aan de orde, waarvoor toch weer even de eetstand wordt opgezocht. Niet lang daarna landen we op soekarno-hatta airport Jakarta. Een warm welkom van de piloot en eenzelfde gevoel alsmwe het vliegtuig uitstappen. De warme deken waar we de komende maand in mogen verblijven. Welkom in Indonesia.
Tussendoor kijk ik op m'n scherm waar ik de vlucht kan volgen. Zo zie ik welke route we volgen. Duitsland, Polen, Rusland, Georgie. En dan de Europese grens over naar Turkmenistan, Afghanistan, Pakistan en India. En dat alles in nog geen 12 uur met een gemiddelde snelheid van 950 km per uur. Je zult die route eens met de auto moeten doen, bedenk ik me. Daar ben je dan aardig wat meer uren mee zoet.
Ik tel de uren. Ik zie wanneer we het point of no return hebben bereikt, ergens boven de plek waar Kamp Holland en Kandahar liggen, bekend van radio en tv en mijn zoon die er twee maanden heeft gebivakkeerd. Na een voor het gevoel eindeloze reis, wordt het eindpunt aangekondigd. Welkom in Kuala Lumpur, hoofdstad van Maleisie, onze tussenstop.
21 graden lijkt koud maar logisch aangezien het hier zes uur in de ochtend is. We kijken op het bord waar we moeten zijn voor de volgende vlucht. We hebben nog ruim twee uur en moeten naar de verderop gelegen vertrekhal. Met een monorail zijn we daar binnen de kortste keren. De beker koffie bij een bekende Amerikaanse grootkoffieverbruiker heb ik dan al achter de kiezen. Familie van ons koopt even snel de noodzakelijke maar vooral gewenste alcohol in grootverpakking.
T Niet zoveel later zitten we in ons laatste vliegtuig dat ons naar Jakarta zal brengen. We zijn verdeeld ondergebracht. Ik zit voor het eerst aan het raam. Bij het vertrek kijk ik toch liever de eerste minuten de andere kant op. Maar als de hoogte gewend is zie ik naast mij het eiland van Maleisie voor mij wegtrekken. Voor even, want daarna onttrekt een wolkendek het zicht op wat er beneden mij ligt. Ik ben blij dat deze vlucht hooguit twee uur duurt. Een korte vlucht is berekend op mensen met een voornamelijk kleine lichaamsbouw. Als iedereen normaal zit, kan dat net, maar als mijn voorzitter haar stoel op ligstand zet, kan ik mijn knieen ternauwernood redden van een ernstige beklemming. Gelukkig is de tussentijdse maaltijd (lunch om 9 uur indonesische tijd) al snel aan de orde, waarvoor toch weer even de eetstand wordt opgezocht. Niet lang daarna landen we op soekarno-hatta airport Jakarta. Een warm welkom van de piloot en eenzelfde gevoel alsmwe het vliegtuig uitstappen. De warme deken waar we de komende maand in mogen verblijven. Welkom in Indonesia.
zondag 24 april 2011
Rick in Indonesia
Nog zes dagen en dan is het zover. Vele jaren naar uitgezien en nu gaat het gebeuren. Vanaf 30 april zal ik een maand rondtoeren door Java en Bali in Indonesie.
Wat ik daar meemaak zal ik beschrijven op deze blog.
Wat ik daar meemaak zal ik beschrijven op deze blog.
Abonneren op:
Posts (Atom)