Na 3 dagen reizen: van Yogyakarta naar Malang, van Malang naar Bromo en van Bromo naar Kalibaru, ondernemen we nu onze laatste reis.
Drie uur staan we naast ons bed na een goede nachtrust die om halfnegen begon. Ik heb nog geen slaap zei Aneta. Het licht ging toch maar uit en voordat ik in dromenland was, hoorde ik naast mij al de bekende slaapgeluiden.
Halfvier zouden we vertrekken. Het werd vier uur, omdat we Indonesische lunchpakketten hadden besteld en er maar een persoon in de keuken stond om de nasi goreng te maken. Vier uur zaten we in de bus. Er was voor de verandering weer eens regen. Heerlijk verkoelend in de vaak warme nachten waar de enige verkoeling de airconditioning is, die je zelf op de gewenste temperatuur kunt instellen.
Ook hier was de weg weer aardig hobbelig ebn opnieuw gebeurde me wat tussen pangandaran en yogyakarta overkwam. De hobbels samen met plaspillen werkten op mijn blaas. Al na een halfuur moest ik Mintos vragen bij het eerstvolgende takstation te stoppen. Het duurde nog zeker vijftien pijnlijke minuten. Daarna was het nog ruim een uur naar de veerpont (Perry) die ons naar Bali zou brengen. Een rit van half doezelen en genieten van de zonsopkomst die ditmaal niet zo koud was als de dag ervoor.
De veerpont was een ervaring op zich. Aan de ingang stond een politieagent. Mintos gaf hem 5000 rupiah. Waarvoor was dat, vroegen we, we hebben toch al betaald voor de veerpont? Mintos legde uit dat hij anders de hele bus had moeten leeghalen en alle bagage had moeten openen. Dit gaat sneller. Okee....
De overtocht duurde anderhalf uur. We zagen groen Java aan ons voorbij trekken. Aan de oever stond een moskee. Afscheid van een eiland met een eigen cultuur.
Bali lonkte. We werden verwelkomd met een groot bord. De hele tijd waren we uit de bus. Nu waren we weer ingestapt en reden weg. Al snel begon het andere eiland zich aan ons te ontlokken. Bij de haven stond een zwerfhond vuil op te eten. We hadden 3 weken geen hond gezien. Alle beesten worden hier met respect behandeld.
Over de weg een prachtig welkomstteken. In prachtige hindoeistische stijl. Langs de weg voltrok zich een schouwspel van de andere cultuur. Koeien aan de kant van de weg of op het erf. Voor elk huis in ieder geval een beeldje. Daarin ligt van alles en nog wat met wierook erbij. De goden en voorouders moeten voor een zegen wel een offer terugkrijgen. En ineens remt Mintos af. Apen op de weg. Een van de zeer gerespecteerde dieren op dit eiland.
Bali. Aalt, een van onze reisgenoten, zei het al. Je zult het merken: als je daar aankomt is het mooi weer. Een halfuur na aankomst twitter ik dat Bali bekend staat om zijn mooie weer. Wij komen er op aan en... het regent! Nou ja zeg. Maar dat is ook Bali. Een eiland. De wolken komen en brengen regen. Het waait even stevig en de zon schijnt flink.
We komen aan. Dempati Villas. Het is nog even zoeken, want Mintos is hiee nog niet geweest. De Ipad doet wonderen voor route en adres. Met Ipad en al vraagt hij de richting aan een lokale Balinees. Vijf minuten later zijn we er. We stappen uit. De droge lucht van warmte en groen is verandert in een combinatie van warmte, wind en zeelucht. Scheveningen met 35 graden tegen de Evenaar aan adem ik in.
Inchecken, inruimen en dan naar het strand. Het waait. Zeker windkracht 5 zegt windkenner Aneta. Ik doe mijn staart even dubbel, want het haar vliegt alle kanten op. We blijven een tijd chillen aan het strand vergezeld van de noodzakelijke nattigheid. Dezelfde avond komen we terug in dezelfde strandtent en eten er onze eerste maaltijd op Bali. Wat dacht je van pizza of spaghetti bolognese. Welkom op Bali. Alles is hier te krijgen. Onderweg vandaag komen we zelfs een kroeg tegen waar ze kroketten en bitterballen verkopen. Die Belanda's moeten zich toch thuis voelen! Waar we in de andere plekken vaak een bezienswaardigheid waren, zijn we hier een van de velen. We zien en horen medenederlanders, engelsen, duitsers en zelfs zweden. Voor elk wat wils. Voor elk een eigen restaurant. Het is maar wat je leuk vind. Ik hou het toch gewoon op Indonesian food, zoals het hier aangekondigd staat. En aan het einde moeten we even onze zinnen aanpassen. We kunnen natuurlijk in het Indonesisch terima kasih zeggen om de bediening te bedanken. Maar onze ervaring is dat de bevolking het waardeert als we dit in hun eigen taal zeggen. Dus was het hatur tunuhun bij de Sundanezen in Jakarta, Bandung en Pangandaran. Matur tunuwun bij de Javanen in Jogja en de andere daaropvolgende plaatsen. En nu zeggen we Matur suksume. De glimlach van de vrouwelijke bediende is welkom na deze tongbrekende en bijna gevaarlijke uitdrukking. We zijn bijna bang hem verkeerd uit te spreken, want dan krijg je andere associaties. Maar dat geldt natuurlijk niet voor de Balinezen zelf. We vragen nog wat goedemorgen en goedenavond is. We oefenen het een paar keer, maar onderweg zijn we het alweer kwijt.
Mooie film nu, zegt Aneta als we in onze kamer zijn. Het zal wel, zeg ik terug. Ik ga slapen. En heb niets meer van de film gehoord of gezien, noch van de regen die vanochtend onafgebroken tussen halfvier ebn zeven neerkletterde.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten