Voor wie nieuwsgierig is geworden naar de blog waar ik in mijn vorige post over sprak, hierbij een link:
http://vrijspraak.wordpress.com/2011/05/30/she-is-not-in-the-project/
Rick in Indonesia
dinsdag 31 mei 2011
Voorbij
Ik ben weer thuis. Een avontuurlijke reis is afgelopen. De warmte zit nog in het lijf. Gisteren met die warmte 's morgens vroeg aangekomen. Lijf dacht aan de 30 graden van Bali en Kuala Lumpur. De realiteit liet 12 graden op de buitentemperatuurmeter zien. Bijna 20 graden kouder. KOUD.
De ervaringen dringen door in mijn geest en zullen zich ongetwijfeld uiten als ik weer langer in Nederland ben. Dat doet het nu al. Ik kijk Knevel en van den Brink en hoor over komkommers die in Duitsland al 14 mensen het leven heeft gekost. We vinden het verschrikkelijk en maken ons er druk om. Maar er zijn zoveel mensen die omkomen van de honger. Ik heb het niet rechtstreeks gezien, maar wel de armoede. Maar ja, hier is het 'ver van mijn bed': 10.000 km of 14 uur vliegen.
Ik zie een item over de mogelijke bezuinigingen op het pgb. Mensen die ziek of gehandicapt kunnen zorg inkopen voor de noodzakelijke ondersteuning. Dan denk ik aan de oom en tante waar we thuis zijn geweest. Met de verkoop van hun mooie huis hebben ze een nieuw huis laten bouwen. Om met hun dochter en haar gezin is een dubbel huis in te kunnen wonen. Maar ook zodat de dochter en haar gezin kunnen zorgen voor hun pensioenloze ouders. En dan maar hopen dat ze nog lange tijd zonder ziekte of grote gezondheidsproblemen kunnen blijven. Want het zorgstelsel is abominabel.
Ik lees een blog van een bekende over een reis die hij maakte voor Compassion. Hij maakt een foto van een meisje dat hem bloemen verkoopt. Compassion moet hem meedelen dat zijn niet in het project valt. Ik denk terug aan het kleine meisje dat we in Bali tegenkwamen terwijl we iets zaten te drinken. Ze verkocht armbandjes. Mijn schoonzus vroeg hoeveel ze kostten en hoeveel ze had. Ze waren samen 2,50€. Mijn schoonzus begon af te dingen. Het meisje begreep het en ze kwamen uit op 2 euro. Mijn zoon zei daarna dat hij dat niet had gekund. Zo'n hartbrekend meisje en dan toch afdingen. Maar ja, ze woont in dit land waar het normaal is om af te dingen. Kiezen tussen alles afgedongen verkopen of niets verkopen. De keuze is snel gemaakt. Ga maar snel aan mama geven zeiden we. Ze knikte. Een kwartier later stond ze er weer. Met weer zo'n bos. Heb je het geld netjes opgeborgen? Ze knikte en wees op de achterzak van haar kleine broekje. De druppel op de gloeiende plaat. Het meisje dat er net niet bij hoort. Allemaal redenen om te bedenken dat onze systemen oneerlijk zijn. Maar met het weinige wat we hebben of kunnen, kunnen we in ieder geval bij een iets betekenen. Al is het maar een beetje aandacht.
En zo zal onze reis nog wel eens vaker oprispingen geven. Wie weet zal ik de lezer daarvan op de hoogte brengen.
De ervaringen dringen door in mijn geest en zullen zich ongetwijfeld uiten als ik weer langer in Nederland ben. Dat doet het nu al. Ik kijk Knevel en van den Brink en hoor over komkommers die in Duitsland al 14 mensen het leven heeft gekost. We vinden het verschrikkelijk en maken ons er druk om. Maar er zijn zoveel mensen die omkomen van de honger. Ik heb het niet rechtstreeks gezien, maar wel de armoede. Maar ja, hier is het 'ver van mijn bed': 10.000 km of 14 uur vliegen.
Ik zie een item over de mogelijke bezuinigingen op het pgb. Mensen die ziek of gehandicapt kunnen zorg inkopen voor de noodzakelijke ondersteuning. Dan denk ik aan de oom en tante waar we thuis zijn geweest. Met de verkoop van hun mooie huis hebben ze een nieuw huis laten bouwen. Om met hun dochter en haar gezin is een dubbel huis in te kunnen wonen. Maar ook zodat de dochter en haar gezin kunnen zorgen voor hun pensioenloze ouders. En dan maar hopen dat ze nog lange tijd zonder ziekte of grote gezondheidsproblemen kunnen blijven. Want het zorgstelsel is abominabel.
Ik lees een blog van een bekende over een reis die hij maakte voor Compassion. Hij maakt een foto van een meisje dat hem bloemen verkoopt. Compassion moet hem meedelen dat zijn niet in het project valt. Ik denk terug aan het kleine meisje dat we in Bali tegenkwamen terwijl we iets zaten te drinken. Ze verkocht armbandjes. Mijn schoonzus vroeg hoeveel ze kostten en hoeveel ze had. Ze waren samen 2,50€. Mijn schoonzus begon af te dingen. Het meisje begreep het en ze kwamen uit op 2 euro. Mijn zoon zei daarna dat hij dat niet had gekund. Zo'n hartbrekend meisje en dan toch afdingen. Maar ja, ze woont in dit land waar het normaal is om af te dingen. Kiezen tussen alles afgedongen verkopen of niets verkopen. De keuze is snel gemaakt. Ga maar snel aan mama geven zeiden we. Ze knikte. Een kwartier later stond ze er weer. Met weer zo'n bos. Heb je het geld netjes opgeborgen? Ze knikte en wees op de achterzak van haar kleine broekje. De druppel op de gloeiende plaat. Het meisje dat er net niet bij hoort. Allemaal redenen om te bedenken dat onze systemen oneerlijk zijn. Maar met het weinige wat we hebben of kunnen, kunnen we in ieder geval bij een iets betekenen. Al is het maar een beetje aandacht.
En zo zal onze reis nog wel eens vaker oprispingen geven. Wie weet zal ik de lezer daarvan op de hoogte brengen.
zaterdag 28 mei 2011
Bali ervaringen
Gisteren na wat rustige uitrustdagen weer wat langer onderweg geweest. Nog wat laatste snuisterijen gekocht voor de allerkleinsten onder ons. Pasgeborenen met Bir Bintang Bali?
Daarna moesten en zouden we een laatste toeristische attractie zien. We hadden al een paar dagen gezocht, gevraagd en niet gevonden. Eergisteren vonden we het op internet: een restaurant waar we slang konden eten. Dat moet je hebben gedaan hier. Iets wat een delicatesse is, maar door weinigen wordt genuttigd. Het lag verscholen aan de By Pass, zeg maar de rondweg rond Kuta. We vroegen de chauffeur mee, maar die had er geen trek in. Achteraan het restaurant konden we de dieren bekijken. Een jongen speelde behendig met de pythons, de cobra's en de mamba's. Niet zo gevaarlijk als het lijkt, want ze worden regelmatig 'gemolken' voor de aanmaak van medicijnen. We konden ze nog net niet vers uitzoeken. Ze worden elke ochtend geslacht.
We kozen voor gebakken python, cobra en krokodil. Hoe smaakt dat nou? Cobra en python als een zachte kip. Maar dan ook weer heel anders. Krokodil was meer visachtig en vonden we bijna allemaal het lekkerste vlees. De slangen moesten we heel erg afkluiven. Veel bot, weinig vlees. Daarom kozen we ervoor nog een keer sate van python te bestellen. Wisten we zeker dat er geen bot aan zat. Tja, en als je dan toch bezig bent, doe je er gelijk nog iets anders onbekends bij: vleermuis. Die laatste had de sterkste smaak. Die bleef hangen in je mond. Een soort rundvlees maar dan nog sterker en bitterder van smaak. Goed, dat was de ervaring van de dag. Dachten we.
We gingen met de bus weer naar huis. De chauffeur die we voor de hele dag voor 150.000 rupiah hadden besteld (12 euro) draaide bij een afslag naar rechts om om te keren. We stonden naast een andere auto. Links naast ons plaatste een touringcarbus zich om dezelfde richting in te slaan. Hij stond krap naast ons. Hij reed verder de weg op om de bocht te maken. Onze chauffeur zag het tegemoetkomend verkeer niet meer en reed een meter verder. Ineens begon de bus naast ons de bocht te nemen. Zonder om te kijken. We zagen het al aankomen. De bus reed te dicht langs ons. En na enkele seconden schuurde de bus zich aan ons busje. Knal. Juist ja. Dit is dus een botsing in Indonesie. We werden gemaand aan de kant van de weg te gaan staan. Onze chauffeur en de buschauffeur stapten allebei uit. Schoonzus Joyce ook. Wij bleven wijselijk binnen. Als ze toeristen zouden zien.... De buschauffeur begon onmiddelijk van achter uit zijn keel te schreeuwen tegen onze man. Joyce ertegenin. Het was duidelijk de schuld van de bus. Getuigen bevestigden het. Maar ja, dit is Indonesie. Rijk tegen arm. Groot tegen klein. De busman was niet te overtuigen. Politie inschakelen? vroeg Joyce aan de omstanders. Ze schudden hun hoofd. Geeft alleen maar meer moeilijkheden, zeiden ze. Voordat we het wisten, stapte de buschauffeur weer in en reed weg. Er was geen afspraak gemaakt. Geen verzekering tussen gekomen. Ieder voor zich. Onze man zat in zak en as. Zuchtte en sloeg zich op het hoofd. Maar hij had niets anders kunnen doen. Het was zijn schuld niet. Daar zou zijn baas geen rekening mee houden. De schade zou op zijn luttele salaris worden ingehouden. Daar ging zijn inkomen. Hoeveel de schade zou kosten? Hij schatte 500.000. We keken even in onze portemonnees. En besloten per persoon 50.000 te geven. Joyce gaf het hem bovenop de regulier afgesproken prijs. Hij telde, keek haar aan en zei dat het veel te veel was. Als bijdrage in de onkosten, zei ze. De tranen kwamen nog net niet uit zijn ogen. Een voor een ging hij bij ons langs om ons met een ferme handdruk tr bedanken. 300.000. Was dat nou nodig. Maar ja, wat is nou 25 euro als bijdrage in de onkosten?
Snap je nou dat ik niet in Indonesie wil wonen, zei Aneta later tegen me. Dat begreep ik. Een land waar het gaat om ieder voor zich, maar meer nog waar de rijke in alles heerst over de arme. Later zagen we een dure Hummer op een parkeerterrein staan. Die zou de bus niet omver hebben gereden. Het is niet anders.
Daarna moesten en zouden we een laatste toeristische attractie zien. We hadden al een paar dagen gezocht, gevraagd en niet gevonden. Eergisteren vonden we het op internet: een restaurant waar we slang konden eten. Dat moet je hebben gedaan hier. Iets wat een delicatesse is, maar door weinigen wordt genuttigd. Het lag verscholen aan de By Pass, zeg maar de rondweg rond Kuta. We vroegen de chauffeur mee, maar die had er geen trek in. Achteraan het restaurant konden we de dieren bekijken. Een jongen speelde behendig met de pythons, de cobra's en de mamba's. Niet zo gevaarlijk als het lijkt, want ze worden regelmatig 'gemolken' voor de aanmaak van medicijnen. We konden ze nog net niet vers uitzoeken. Ze worden elke ochtend geslacht.
We kozen voor gebakken python, cobra en krokodil. Hoe smaakt dat nou? Cobra en python als een zachte kip. Maar dan ook weer heel anders. Krokodil was meer visachtig en vonden we bijna allemaal het lekkerste vlees. De slangen moesten we heel erg afkluiven. Veel bot, weinig vlees. Daarom kozen we ervoor nog een keer sate van python te bestellen. Wisten we zeker dat er geen bot aan zat. Tja, en als je dan toch bezig bent, doe je er gelijk nog iets anders onbekends bij: vleermuis. Die laatste had de sterkste smaak. Die bleef hangen in je mond. Een soort rundvlees maar dan nog sterker en bitterder van smaak. Goed, dat was de ervaring van de dag. Dachten we.
We gingen met de bus weer naar huis. De chauffeur die we voor de hele dag voor 150.000 rupiah hadden besteld (12 euro) draaide bij een afslag naar rechts om om te keren. We stonden naast een andere auto. Links naast ons plaatste een touringcarbus zich om dezelfde richting in te slaan. Hij stond krap naast ons. Hij reed verder de weg op om de bocht te maken. Onze chauffeur zag het tegemoetkomend verkeer niet meer en reed een meter verder. Ineens begon de bus naast ons de bocht te nemen. Zonder om te kijken. We zagen het al aankomen. De bus reed te dicht langs ons. En na enkele seconden schuurde de bus zich aan ons busje. Knal. Juist ja. Dit is dus een botsing in Indonesie. We werden gemaand aan de kant van de weg te gaan staan. Onze chauffeur en de buschauffeur stapten allebei uit. Schoonzus Joyce ook. Wij bleven wijselijk binnen. Als ze toeristen zouden zien.... De buschauffeur begon onmiddelijk van achter uit zijn keel te schreeuwen tegen onze man. Joyce ertegenin. Het was duidelijk de schuld van de bus. Getuigen bevestigden het. Maar ja, dit is Indonesie. Rijk tegen arm. Groot tegen klein. De busman was niet te overtuigen. Politie inschakelen? vroeg Joyce aan de omstanders. Ze schudden hun hoofd. Geeft alleen maar meer moeilijkheden, zeiden ze. Voordat we het wisten, stapte de buschauffeur weer in en reed weg. Er was geen afspraak gemaakt. Geen verzekering tussen gekomen. Ieder voor zich. Onze man zat in zak en as. Zuchtte en sloeg zich op het hoofd. Maar hij had niets anders kunnen doen. Het was zijn schuld niet. Daar zou zijn baas geen rekening mee houden. De schade zou op zijn luttele salaris worden ingehouden. Daar ging zijn inkomen. Hoeveel de schade zou kosten? Hij schatte 500.000. We keken even in onze portemonnees. En besloten per persoon 50.000 te geven. Joyce gaf het hem bovenop de regulier afgesproken prijs. Hij telde, keek haar aan en zei dat het veel te veel was. Als bijdrage in de onkosten, zei ze. De tranen kwamen nog net niet uit zijn ogen. Een voor een ging hij bij ons langs om ons met een ferme handdruk tr bedanken. 300.000. Was dat nou nodig. Maar ja, wat is nou 25 euro als bijdrage in de onkosten?
Snap je nou dat ik niet in Indonesie wil wonen, zei Aneta later tegen me. Dat begreep ik. Een land waar het gaat om ieder voor zich, maar meer nog waar de rijke in alles heerst over de arme. Later zagen we een dure Hummer op een parkeerterrein staan. Die zou de bus niet omver hebben gereden. Het is niet anders.
dinsdag 24 mei 2011
Dieren en cultuur
De Vlaming waar ik eerder over sprak waarschuwde ons ook voor een ander fenomeen. Er komen hier veel ratten voor. Doordat we hier dichtbij water zitten. En niet alleen dat. Er zijn cultureel-religieuze gewoonten waar deze beesten zich aan tegoed doen.
Al de eerste dag zien we kleine doosjes liggen. Er ligt van alles en nog wat in. Bloemen, verse etenswaren, een koekje. Altijd vergezeld van een brandend wierookstokje. Juist, er wordt hier overal en nergens geofferd aan de hindoeistische goden. Op internet lees ik dat Balinezen de helft van hun geld besteden aan hun godsdienst. Vijf keer per dag wordt het offer ververst. Om de zoveel tijd is er een godsdienstige ceremonie. Begin juni is er weer een. Heel Bali is dan vrij. Vlaming Ronny zegt dat er nu al geen druppel alcohol meer is te vinden. Wordt allemaal ingegoten tijdens het reinigingsfeest.
Gisteren waren we in een grotere stad. Daar ook al die offers voor de winkels. Maar ook in stenen beelden die voor elk huis staan. De vergelijking met java is snel gemaakt. Daar om de haverklap een moskee, waar de islam het hele leven bepaalt; hier een tempel om de paar huizen, waar het hindoegeloof het leven bepaalt. En afbeeldingen van goden op de straat. Bijnaam van schoonzus Joyce is Ratna. Blijkt ook een of andere godin te zijn. Zij maakt een foto onder het uithangbord met een hotel met die naam. Aan beide kanten een beeld van de echte Ratna. Ik grap naar haar dat zij daaronder moet staan. Liever niet dus. Niet zo'n mooi evenbeeld.
De avond van de fietsdag zitten we in een restaurant. Voor onze ogen zien we de waarschuwing van Ronny. Ze lopen in sneltreinvaart de muren af en aan. Bovenop staat een offerbeeldje waar ze zich aan tegoed doen. Tja, andere leefomstandigheden. Neem daarbij dat Balinezen als goedgeaarde hindoes elk levend wezen respecteren...
Dat blijkt ook uit de hond in het restaurant die likkebaardend pal naast ons gaat liggen als wij onze etenswaren voorgeschoteld krijgt. Alsof een bedelaar pal naast je gaat zitten tijdens het eten. Na het eten wordt er afgeruimd en loopt de hond samen met de bediende naar de keuken. Waarschijnlijk worden de borden zo voorgespoeld met een hygienische tong.
Andere beesten zien we ook die in Nederland meer aanvaard zijn. Kleine eekhoorns rennen van boom naar boom. Mussen vind je hier te kust en te keur. Van een kleinere soort. Het gekoer van duiven komen we ook hier tegen. Kippen en hanen kraaien er luid op los. Ook zijn hier heel veel vleermuizen die tegen de avond op ooghoogte of nog lager langs ons heen schieten. En tenslotte natuurlijk de tjitjaks, de salamanderachtige reptielen, die soms minutenlang stil zitten op een muur om ineens met grote snelheid naar boven of naar beneden lopen om een prooi te verorberen.
Al de eerste dag zien we kleine doosjes liggen. Er ligt van alles en nog wat in. Bloemen, verse etenswaren, een koekje. Altijd vergezeld van een brandend wierookstokje. Juist, er wordt hier overal en nergens geofferd aan de hindoeistische goden. Op internet lees ik dat Balinezen de helft van hun geld besteden aan hun godsdienst. Vijf keer per dag wordt het offer ververst. Om de zoveel tijd is er een godsdienstige ceremonie. Begin juni is er weer een. Heel Bali is dan vrij. Vlaming Ronny zegt dat er nu al geen druppel alcohol meer is te vinden. Wordt allemaal ingegoten tijdens het reinigingsfeest.
Gisteren waren we in een grotere stad. Daar ook al die offers voor de winkels. Maar ook in stenen beelden die voor elk huis staan. De vergelijking met java is snel gemaakt. Daar om de haverklap een moskee, waar de islam het hele leven bepaalt; hier een tempel om de paar huizen, waar het hindoegeloof het leven bepaalt. En afbeeldingen van goden op de straat. Bijnaam van schoonzus Joyce is Ratna. Blijkt ook een of andere godin te zijn. Zij maakt een foto onder het uithangbord met een hotel met die naam. Aan beide kanten een beeld van de echte Ratna. Ik grap naar haar dat zij daaronder moet staan. Liever niet dus. Niet zo'n mooi evenbeeld.
De avond van de fietsdag zitten we in een restaurant. Voor onze ogen zien we de waarschuwing van Ronny. Ze lopen in sneltreinvaart de muren af en aan. Bovenop staat een offerbeeldje waar ze zich aan tegoed doen. Tja, andere leefomstandigheden. Neem daarbij dat Balinezen als goedgeaarde hindoes elk levend wezen respecteren...
Dat blijkt ook uit de hond in het restaurant die likkebaardend pal naast ons gaat liggen als wij onze etenswaren voorgeschoteld krijgt. Alsof een bedelaar pal naast je gaat zitten tijdens het eten. Na het eten wordt er afgeruimd en loopt de hond samen met de bediende naar de keuken. Waarschijnlijk worden de borden zo voorgespoeld met een hygienische tong.
Andere beesten zien we ook die in Nederland meer aanvaard zijn. Kleine eekhoorns rennen van boom naar boom. Mussen vind je hier te kust en te keur. Van een kleinere soort. Het gekoer van duiven komen we ook hier tegen. Kippen en hanen kraaien er luid op los. Ook zijn hier heel veel vleermuizen die tegen de avond op ooghoogte of nog lager langs ons heen schieten. En tenslotte natuurlijk de tjitjaks, de salamanderachtige reptielen, die soms minutenlang stil zitten op een muur om ineens met grote snelheid naar boven of naar beneden lopen om een prooi te verorberen.
Indrukken na een paar dagen Bali
We zijn op rust. We zijn op Bali. De dag na aankomst zijn we gaan wandelen. Eerst het hele strand van Sanur bekeken. Een en al restaurantjes langs het strand. De pieren zijn vrij klein. Aan het einde ervan staat een huisje waarin je kunt schuilen voor de zon. Na deze strandwandeling gaan we terug om direct de andere kant richting de hoofdstraat. Er is hier een grote supermarkt waar je van alles kunt kopen. Na anderhalf uur lopen en drie keer vragen houden we het voor gezien. De supermarkt is onvindbaar voor ons. Onze wegen splitsen. Qalieb en ik hebben genoeg van de windstille en hete winkelstraat en lopen terug over het winderige strand. De rest van de dag is het uitrusten en wonden likken in ons prive zwembad.
De volgende dag gaan we er met de fiets op uit. Eerst voorzichtig rijden, want we moeten wennen aan het zelf in het verkeer rijden, dat ook nog links rijdt. Op zoek naar de supermarkt. Aan het einde van Sanur gaan we terug. Onderweg zien we wel een aankondiging dat de supermarkt een kilometer verder is. Hij heet Hardy's. De Balinezen spreken het uit als Artis. We rijden langs een groot parkeerterrein. Aan de ene kant kun je binnen rijden, aan de andere kant kun je uitrijden. De parkeerplaats is overdekt met bomen. Het gebouw erachter ook. Ergens hoog op het gebouw zie ik een aankondiging: Hardy's. Ik roep Aneta terug dat we de zoektocht kunnen staken. Hier is het. Het is de zoektocht wel waard. Van alles te koop. Alles wat we willen kunnen we vinden. Zelfs een alcoholische versnapering is hier te vinden en niet duur ook.
Tevreden rijden we een tijd later verder om ons neer te zetten bij een restaurant om uit te rusten en te lunchen. De bediende heeft jaren in Nederland gewoond. Een aanknopingspunt voor een gesprek. Als we later nog iets vragen, moet zij ons het antwoord schuldig blijven en vraagt haar baas erbij. Hij is een Vlaming die jaren terug naar Bali is verhuisd. Voordat we het weten vertelt hij ons zijn trieste levensverhaal
Met een happy ending op Bali. Op die manier horen we allerlei verhalen over Bali uit de eerste hand. We vertellen van onze verbazing dat we hier alcohol kunnen krijgen. Ja dat mag hier. Geen moslimeiland. Waaraan hij gelijk toevoegt dat de Balinezen geen drinkeboers maar zatlappen zijn. Er is een eilanddrank, Arak, dat overal te krijgen is, maar dat vooral door iedereen zelf gestookt wordt. Het is doorzichtig van kleur en gemaakt van rijst. Je ziet ze er 's avonds allemaal mee lopen. Ze gieten het over in een grote waterfles en drinken maar. We vragencof hij het heeft. Enkele tellen later schenkt hij uit een waterfles een klein glaasje vol. Hij verduidelijkt erbij dat hij het bij een betrouwbaar adres heeft aangeschaft. Enkele jaren geleden waren namelijk 28 mensen omgekomen doorneen verkeerde menging van arak. De smaak doet ons denken aan sake, de japanse drank die je in een Japans restaurant warm voorgeschoteld krijgt. Alleen is deze drank koud. We durven het zo midden op de dag in de warmte niet helemaal op te drinken. We moeten nog door het verkeer.
De volgende dag gaan we er met de fiets op uit. Eerst voorzichtig rijden, want we moeten wennen aan het zelf in het verkeer rijden, dat ook nog links rijdt. Op zoek naar de supermarkt. Aan het einde van Sanur gaan we terug. Onderweg zien we wel een aankondiging dat de supermarkt een kilometer verder is. Hij heet Hardy's. De Balinezen spreken het uit als Artis. We rijden langs een groot parkeerterrein. Aan de ene kant kun je binnen rijden, aan de andere kant kun je uitrijden. De parkeerplaats is overdekt met bomen. Het gebouw erachter ook. Ergens hoog op het gebouw zie ik een aankondiging: Hardy's. Ik roep Aneta terug dat we de zoektocht kunnen staken. Hier is het. Het is de zoektocht wel waard. Van alles te koop. Alles wat we willen kunnen we vinden. Zelfs een alcoholische versnapering is hier te vinden en niet duur ook.
Tevreden rijden we een tijd later verder om ons neer te zetten bij een restaurant om uit te rusten en te lunchen. De bediende heeft jaren in Nederland gewoond. Een aanknopingspunt voor een gesprek. Als we later nog iets vragen, moet zij ons het antwoord schuldig blijven en vraagt haar baas erbij. Hij is een Vlaming die jaren terug naar Bali is verhuisd. Voordat we het weten vertelt hij ons zijn trieste levensverhaal
Met een happy ending op Bali. Op die manier horen we allerlei verhalen over Bali uit de eerste hand. We vertellen van onze verbazing dat we hier alcohol kunnen krijgen. Ja dat mag hier. Geen moslimeiland. Waaraan hij gelijk toevoegt dat de Balinezen geen drinkeboers maar zatlappen zijn. Er is een eilanddrank, Arak, dat overal te krijgen is, maar dat vooral door iedereen zelf gestookt wordt. Het is doorzichtig van kleur en gemaakt van rijst. Je ziet ze er 's avonds allemaal mee lopen. Ze gieten het over in een grote waterfles en drinken maar. We vragencof hij het heeft. Enkele tellen later schenkt hij uit een waterfles een klein glaasje vol. Hij verduidelijkt erbij dat hij het bij een betrouwbaar adres heeft aangeschaft. Enkele jaren geleden waren namelijk 28 mensen omgekomen doorneen verkeerde menging van arak. De smaak doet ons denken aan sake, de japanse drank die je in een Japans restaurant warm voorgeschoteld krijgt. Alleen is deze drank koud. We durven het zo midden op de dag in de warmte niet helemaal op te drinken. We moeten nog door het verkeer.
zaterdag 21 mei 2011
Bali
Na 3 dagen reizen: van Yogyakarta naar Malang, van Malang naar Bromo en van Bromo naar Kalibaru, ondernemen we nu onze laatste reis.
Drie uur staan we naast ons bed na een goede nachtrust die om halfnegen begon. Ik heb nog geen slaap zei Aneta. Het licht ging toch maar uit en voordat ik in dromenland was, hoorde ik naast mij al de bekende slaapgeluiden.
Halfvier zouden we vertrekken. Het werd vier uur, omdat we Indonesische lunchpakketten hadden besteld en er maar een persoon in de keuken stond om de nasi goreng te maken. Vier uur zaten we in de bus. Er was voor de verandering weer eens regen. Heerlijk verkoelend in de vaak warme nachten waar de enige verkoeling de airconditioning is, die je zelf op de gewenste temperatuur kunt instellen.
Ook hier was de weg weer aardig hobbelig ebn opnieuw gebeurde me wat tussen pangandaran en yogyakarta overkwam. De hobbels samen met plaspillen werkten op mijn blaas. Al na een halfuur moest ik Mintos vragen bij het eerstvolgende takstation te stoppen. Het duurde nog zeker vijftien pijnlijke minuten. Daarna was het nog ruim een uur naar de veerpont (Perry) die ons naar Bali zou brengen. Een rit van half doezelen en genieten van de zonsopkomst die ditmaal niet zo koud was als de dag ervoor.
De veerpont was een ervaring op zich. Aan de ingang stond een politieagent. Mintos gaf hem 5000 rupiah. Waarvoor was dat, vroegen we, we hebben toch al betaald voor de veerpont? Mintos legde uit dat hij anders de hele bus had moeten leeghalen en alle bagage had moeten openen. Dit gaat sneller. Okee....
De overtocht duurde anderhalf uur. We zagen groen Java aan ons voorbij trekken. Aan de oever stond een moskee. Afscheid van een eiland met een eigen cultuur.
Bali lonkte. We werden verwelkomd met een groot bord. De hele tijd waren we uit de bus. Nu waren we weer ingestapt en reden weg. Al snel begon het andere eiland zich aan ons te ontlokken. Bij de haven stond een zwerfhond vuil op te eten. We hadden 3 weken geen hond gezien. Alle beesten worden hier met respect behandeld.
Over de weg een prachtig welkomstteken. In prachtige hindoeistische stijl. Langs de weg voltrok zich een schouwspel van de andere cultuur. Koeien aan de kant van de weg of op het erf. Voor elk huis in ieder geval een beeldje. Daarin ligt van alles en nog wat met wierook erbij. De goden en voorouders moeten voor een zegen wel een offer terugkrijgen. En ineens remt Mintos af. Apen op de weg. Een van de zeer gerespecteerde dieren op dit eiland.
Bali. Aalt, een van onze reisgenoten, zei het al. Je zult het merken: als je daar aankomt is het mooi weer. Een halfuur na aankomst twitter ik dat Bali bekend staat om zijn mooie weer. Wij komen er op aan en... het regent! Nou ja zeg. Maar dat is ook Bali. Een eiland. De wolken komen en brengen regen. Het waait even stevig en de zon schijnt flink.
We komen aan. Dempati Villas. Het is nog even zoeken, want Mintos is hiee nog niet geweest. De Ipad doet wonderen voor route en adres. Met Ipad en al vraagt hij de richting aan een lokale Balinees. Vijf minuten later zijn we er. We stappen uit. De droge lucht van warmte en groen is verandert in een combinatie van warmte, wind en zeelucht. Scheveningen met 35 graden tegen de Evenaar aan adem ik in.
Inchecken, inruimen en dan naar het strand. Het waait. Zeker windkracht 5 zegt windkenner Aneta. Ik doe mijn staart even dubbel, want het haar vliegt alle kanten op. We blijven een tijd chillen aan het strand vergezeld van de noodzakelijke nattigheid. Dezelfde avond komen we terug in dezelfde strandtent en eten er onze eerste maaltijd op Bali. Wat dacht je van pizza of spaghetti bolognese. Welkom op Bali. Alles is hier te krijgen. Onderweg vandaag komen we zelfs een kroeg tegen waar ze kroketten en bitterballen verkopen. Die Belanda's moeten zich toch thuis voelen! Waar we in de andere plekken vaak een bezienswaardigheid waren, zijn we hier een van de velen. We zien en horen medenederlanders, engelsen, duitsers en zelfs zweden. Voor elk wat wils. Voor elk een eigen restaurant. Het is maar wat je leuk vind. Ik hou het toch gewoon op Indonesian food, zoals het hier aangekondigd staat. En aan het einde moeten we even onze zinnen aanpassen. We kunnen natuurlijk in het Indonesisch terima kasih zeggen om de bediening te bedanken. Maar onze ervaring is dat de bevolking het waardeert als we dit in hun eigen taal zeggen. Dus was het hatur tunuhun bij de Sundanezen in Jakarta, Bandung en Pangandaran. Matur tunuwun bij de Javanen in Jogja en de andere daaropvolgende plaatsen. En nu zeggen we Matur suksume. De glimlach van de vrouwelijke bediende is welkom na deze tongbrekende en bijna gevaarlijke uitdrukking. We zijn bijna bang hem verkeerd uit te spreken, want dan krijg je andere associaties. Maar dat geldt natuurlijk niet voor de Balinezen zelf. We vragen nog wat goedemorgen en goedenavond is. We oefenen het een paar keer, maar onderweg zijn we het alweer kwijt.
Mooie film nu, zegt Aneta als we in onze kamer zijn. Het zal wel, zeg ik terug. Ik ga slapen. En heb niets meer van de film gehoord of gezien, noch van de regen die vanochtend onafgebroken tussen halfvier ebn zeven neerkletterde.
Drie uur staan we naast ons bed na een goede nachtrust die om halfnegen begon. Ik heb nog geen slaap zei Aneta. Het licht ging toch maar uit en voordat ik in dromenland was, hoorde ik naast mij al de bekende slaapgeluiden.
Halfvier zouden we vertrekken. Het werd vier uur, omdat we Indonesische lunchpakketten hadden besteld en er maar een persoon in de keuken stond om de nasi goreng te maken. Vier uur zaten we in de bus. Er was voor de verandering weer eens regen. Heerlijk verkoelend in de vaak warme nachten waar de enige verkoeling de airconditioning is, die je zelf op de gewenste temperatuur kunt instellen.
Ook hier was de weg weer aardig hobbelig ebn opnieuw gebeurde me wat tussen pangandaran en yogyakarta overkwam. De hobbels samen met plaspillen werkten op mijn blaas. Al na een halfuur moest ik Mintos vragen bij het eerstvolgende takstation te stoppen. Het duurde nog zeker vijftien pijnlijke minuten. Daarna was het nog ruim een uur naar de veerpont (Perry) die ons naar Bali zou brengen. Een rit van half doezelen en genieten van de zonsopkomst die ditmaal niet zo koud was als de dag ervoor.
De veerpont was een ervaring op zich. Aan de ingang stond een politieagent. Mintos gaf hem 5000 rupiah. Waarvoor was dat, vroegen we, we hebben toch al betaald voor de veerpont? Mintos legde uit dat hij anders de hele bus had moeten leeghalen en alle bagage had moeten openen. Dit gaat sneller. Okee....
De overtocht duurde anderhalf uur. We zagen groen Java aan ons voorbij trekken. Aan de oever stond een moskee. Afscheid van een eiland met een eigen cultuur.
Bali lonkte. We werden verwelkomd met een groot bord. De hele tijd waren we uit de bus. Nu waren we weer ingestapt en reden weg. Al snel begon het andere eiland zich aan ons te ontlokken. Bij de haven stond een zwerfhond vuil op te eten. We hadden 3 weken geen hond gezien. Alle beesten worden hier met respect behandeld.
Over de weg een prachtig welkomstteken. In prachtige hindoeistische stijl. Langs de weg voltrok zich een schouwspel van de andere cultuur. Koeien aan de kant van de weg of op het erf. Voor elk huis in ieder geval een beeldje. Daarin ligt van alles en nog wat met wierook erbij. De goden en voorouders moeten voor een zegen wel een offer terugkrijgen. En ineens remt Mintos af. Apen op de weg. Een van de zeer gerespecteerde dieren op dit eiland.
Bali. Aalt, een van onze reisgenoten, zei het al. Je zult het merken: als je daar aankomt is het mooi weer. Een halfuur na aankomst twitter ik dat Bali bekend staat om zijn mooie weer. Wij komen er op aan en... het regent! Nou ja zeg. Maar dat is ook Bali. Een eiland. De wolken komen en brengen regen. Het waait even stevig en de zon schijnt flink.
We komen aan. Dempati Villas. Het is nog even zoeken, want Mintos is hiee nog niet geweest. De Ipad doet wonderen voor route en adres. Met Ipad en al vraagt hij de richting aan een lokale Balinees. Vijf minuten later zijn we er. We stappen uit. De droge lucht van warmte en groen is verandert in een combinatie van warmte, wind en zeelucht. Scheveningen met 35 graden tegen de Evenaar aan adem ik in.
Inchecken, inruimen en dan naar het strand. Het waait. Zeker windkracht 5 zegt windkenner Aneta. Ik doe mijn staart even dubbel, want het haar vliegt alle kanten op. We blijven een tijd chillen aan het strand vergezeld van de noodzakelijke nattigheid. Dezelfde avond komen we terug in dezelfde strandtent en eten er onze eerste maaltijd op Bali. Wat dacht je van pizza of spaghetti bolognese. Welkom op Bali. Alles is hier te krijgen. Onderweg vandaag komen we zelfs een kroeg tegen waar ze kroketten en bitterballen verkopen. Die Belanda's moeten zich toch thuis voelen! Waar we in de andere plekken vaak een bezienswaardigheid waren, zijn we hier een van de velen. We zien en horen medenederlanders, engelsen, duitsers en zelfs zweden. Voor elk wat wils. Voor elk een eigen restaurant. Het is maar wat je leuk vind. Ik hou het toch gewoon op Indonesian food, zoals het hier aangekondigd staat. En aan het einde moeten we even onze zinnen aanpassen. We kunnen natuurlijk in het Indonesisch terima kasih zeggen om de bediening te bedanken. Maar onze ervaring is dat de bevolking het waardeert als we dit in hun eigen taal zeggen. Dus was het hatur tunuhun bij de Sundanezen in Jakarta, Bandung en Pangandaran. Matur tunuwun bij de Javanen in Jogja en de andere daaropvolgende plaatsen. En nu zeggen we Matur suksume. De glimlach van de vrouwelijke bediende is welkom na deze tongbrekende en bijna gevaarlijke uitdrukking. We zijn bijna bang hem verkeerd uit te spreken, want dan krijg je andere associaties. Maar dat geldt natuurlijk niet voor de Balinezen zelf. We vragen nog wat goedemorgen en goedenavond is. We oefenen het een paar keer, maar onderweg zijn we het alweer kwijt.
Mooie film nu, zegt Aneta als we in onze kamer zijn. Het zal wel, zeg ik terug. Ik ga slapen. En heb niets meer van de film gehoord of gezien, noch van de regen die vanochtend onafgebroken tussen halfvier ebn zeven neerkletterde.
vrijdag 20 mei 2011
Op de plantage
Gisteren kwamen we dus aan bij de Kalibaru Cottages waar we een korte nacht zouden verblijven.
Voordat we onze intrek namen in ons cottage, gingen we eerst langs bij een grote plantage van 25 hectare. De plantage bleek te zijn opgericht om kinderen aan scholing te helpen. Overal liepen kinderen, oud en jong. We werden verwelkomd met koffie, lemper (kleefrijst met vlees erin) en een oliebol met abrikozenjam. We lieten het ons heerlijk smaken na de lange reis.
Tijdens de koffie werden we vermaakt door kinderen die dansen uitvoerden. Na de koffie kregen we uitleg over wat er allemaal door de kinderen werd gemaakt. We konden dat kopen, net zoals allerlei kruiden.
De kinderen begonnen zich te vervelen en begonnen op hun manier een praatje. Wat mijn naam is. Rick antwoordde ik. Rick, rick, rick, herhaalden ze. Na verloop van tijd was een van de kinderen zo creatief dat ze zei 'Rick, oohh rikketikketik. Waarop alle andere kinderen, vooral in giechelen uitbarstten. Na het nog tien keer te hebben uitgesproken, begonnen ze een ander spelletje. Juffrouwtje rikketikketik, duidelijk het leidertjevan het groepje, ging achter mij staan en plaatste plotseling twee vingers in mijn zij. Ik had het al door, maar speelde het spelletje mee. Dat gaf opnieuw een giechelbui onder de
meisjes. Weer werd het tien keer herhaald. Daarna kregen ze, scherp van zintuigen, oog voor iets anders raars aan mij. Ze wezen op mijn oksels waar iets onder groeit. Ik ben nog van de oude stempel, dus dat klopt wel. Bau, zei een meisje. Dat stinkt, vrij vertaald. Ik knikte naar haar: bau enak (lekkere geur). Weer geschater. Tja toen moesten zij weer aan het werk en wij de plantage in.
Na ons eerst flink te hebben ingesmeerd met Deet om de muggen tegen te houden, kregen we uitleg over alle daar groeiende planten en bomen. Kokosnootpalm waar heel veel palmsuiker uit wordt gehaald. En verder alle bekende kruiden en vruchten die je hier kunt vinden. Koffie en cacao vond ik het meest interessant. We werden bij de rondleiding extra geholpen door wat vaste bewoners. Een jonge vrouw had het eerdere tafereel blijkbaar gezien, want toen ik haar voor de tweede keer zag, kreeg ik ineens een tik in de rug. En dan heel onschuldig kijken alsof er niets is gebeurd. Als je mensen als mens benadert, komen ze vanzelf los en is er buiten spreektaal ruimte voor de taal van humor zonder dat er iets achter gezocht moet worden.
De plantage was in een woord prachtig. Alles wat je maar kunt bedenken in deze omgeving stond of groeide er. De laatste was een wandeling op een sawa. Konden we van dichtbij zien wat we zo vaak op onze reis langs de kant van de weg zagen. Ik liep achteraan. We kwamen weer op de weg waar onze bus stond. Ik verwelkomd met Aah... Rikketikketik!
Zo kwamen we bepakt en bezakt met nog meer spullen aan op de cottage. Na een heerlijke maaltijd snel eten, want we wilden vroeg op de boot zijn: om vier uur zouden we vertrekken. 3 uur opstaan. Moe van de dag die vroeg begon op de Bromo en een nacht bijna niet slapen, viel ik om half negen alweer in slaap.
Voordat we onze intrek namen in ons cottage, gingen we eerst langs bij een grote plantage van 25 hectare. De plantage bleek te zijn opgericht om kinderen aan scholing te helpen. Overal liepen kinderen, oud en jong. We werden verwelkomd met koffie, lemper (kleefrijst met vlees erin) en een oliebol met abrikozenjam. We lieten het ons heerlijk smaken na de lange reis.
Tijdens de koffie werden we vermaakt door kinderen die dansen uitvoerden. Na de koffie kregen we uitleg over wat er allemaal door de kinderen werd gemaakt. We konden dat kopen, net zoals allerlei kruiden.
De kinderen begonnen zich te vervelen en begonnen op hun manier een praatje. Wat mijn naam is. Rick antwoordde ik. Rick, rick, rick, herhaalden ze. Na verloop van tijd was een van de kinderen zo creatief dat ze zei 'Rick, oohh rikketikketik. Waarop alle andere kinderen, vooral in giechelen uitbarstten. Na het nog tien keer te hebben uitgesproken, begonnen ze een ander spelletje. Juffrouwtje rikketikketik, duidelijk het leidertjevan het groepje, ging achter mij staan en plaatste plotseling twee vingers in mijn zij. Ik had het al door, maar speelde het spelletje mee. Dat gaf opnieuw een giechelbui onder de
meisjes. Weer werd het tien keer herhaald. Daarna kregen ze, scherp van zintuigen, oog voor iets anders raars aan mij. Ze wezen op mijn oksels waar iets onder groeit. Ik ben nog van de oude stempel, dus dat klopt wel. Bau, zei een meisje. Dat stinkt, vrij vertaald. Ik knikte naar haar: bau enak (lekkere geur). Weer geschater. Tja toen moesten zij weer aan het werk en wij de plantage in.
Na ons eerst flink te hebben ingesmeerd met Deet om de muggen tegen te houden, kregen we uitleg over alle daar groeiende planten en bomen. Kokosnootpalm waar heel veel palmsuiker uit wordt gehaald. En verder alle bekende kruiden en vruchten die je hier kunt vinden. Koffie en cacao vond ik het meest interessant. We werden bij de rondleiding extra geholpen door wat vaste bewoners. Een jonge vrouw had het eerdere tafereel blijkbaar gezien, want toen ik haar voor de tweede keer zag, kreeg ik ineens een tik in de rug. En dan heel onschuldig kijken alsof er niets is gebeurd. Als je mensen als mens benadert, komen ze vanzelf los en is er buiten spreektaal ruimte voor de taal van humor zonder dat er iets achter gezocht moet worden.
De plantage was in een woord prachtig. Alles wat je maar kunt bedenken in deze omgeving stond of groeide er. De laatste was een wandeling op een sawa. Konden we van dichtbij zien wat we zo vaak op onze reis langs de kant van de weg zagen. Ik liep achteraan. We kwamen weer op de weg waar onze bus stond. Ik verwelkomd met Aah... Rikketikketik!
Zo kwamen we bepakt en bezakt met nog meer spullen aan op de cottage. Na een heerlijke maaltijd snel eten, want we wilden vroeg op de boot zijn: om vier uur zouden we vertrekken. 3 uur opstaan. Moe van de dag die vroeg begon op de Bromo en een nacht bijna niet slapen, viel ik om half negen alweer in slaap.
Abonneren op:
Posts (Atom)